Happy end

Er is elke dag minstens één persoon geweest die deze blog gecheckt heeft. Dat siert u, beste lezer. Dat siert u. We zijn heel veel later dan mei 2007. U heeft een groot stuk uit mijn leven meegevolgd en meegelezen. U was de enige, samen met nog een handvol anderen. En toen kwam Annelies.

Wat valt er nog te schrijven wanneer je plots op een happy end botst?

Advertenties

Tot straks

Je lijkt op haar zei ik, en ik aanschouwde haar, zittend in een fauteuil, één arm om de knieën geslagen, een boek lezend. Ze had haar blonde haar niet gekamd en de rest van de nacht weerspiegelde in haar ogen.

Zij kan op alle manieren lezen. Opgekruld in een fauteuil, zoals nu, of languit op het bed lingering zoals ze in het Engels zeggen, of al rechtstaand, met een boek of tijdschrift in haar ene hand geklemd terwijl ze op de tast met de andere hand de doos melk uit de koelkast haalt en met lange teugen uit het brik dringt, ogen nog steeds op de kleine letters gericht. Ze leest ook op het toilet, getuigende de vele krantenstukken, halfverscheurde tijdschriften en boeken op haar kleine kamertje.

Kookboeken leest ze niet, tenzij er een verhaal aan vast hangt.

Ik weet niet goed wat te doen vandaag zegt ze plots, het boek opzij leggend en hoofdschuddend naar het plafond starend. Ik weet niet goed wat aan te vangen met mezelf. Het was vroeg en mijn gedachten waren nog niet zo geordend als nu. Mmmhhh murmelde ik en lepelde nog een hap cornflakes naar binnen. Ik was net opgestaan. Zij had veel bewogen en veel plaats ingenomen in het bed.

De laatste weken woon ik bijna bij haar. We hebben een ritme ontwikkeld waarin we elkaar ruimte geven. Mijn laptop en mijn harde schijf slingeren daar al rond en ik heb een eigen tandenborstel en de obligate pintjes liggen in de koelkast, naast kerstomaatjes en biologische plattekaas.

Ik werk even niet. Om mij op de studies te concentreren officieel, maar eigenlijk geniet ik van het niets doen. Van het lezen en soms ook schrijven. Van het met gesloten ogen naar magistrale nummers luisteren. Van het liefhebben.

Zij is gelukkig vandaag. Het jurkje dat ze draagt is rood en haar nagels hebben dezelfde kleur. Ze heeft haar ogen opgemaakt en ik word onbewust naar haar toegezogen. Ik ga wat naar buiten zegt ze. In het park wat verder lezen. Misschien een trui kopen. Misschien ook gewoon wandelen en met mijn hoofd in de wind lopen en geld geven aan een zwerver.

Ze kust mijn voorhoofd en ik wrijf vergeefs de slaap uit mijn ooghoeken.

Tot straks. Ja, tot straks.

Geduld

Noah is niet gestopt met schrijven. Hij is gewoon een beetje afwezig geweest, zoals zo vaak. Hij heeft geleefd en dingen op een rijtje gezet. Hij heeft liefgehad en zijn vingers verstrengeld in die van een mooi meisje. Ze had grijze ogen en een glimlach die poolkappen doet smelten. Dat zei ik haar althans en ze keek me droog aan en begon ironisch te lachen. Jij poëet! Maar ze was toch wel gevleid want ze kroop wat dichter tegen me aan en zei dat ze zo blij was met mij.

Soms is ze wat droevig. Dan weet ze niet zo goed waarom en kan ze het ook niet zo goed uitleggen. Dan zitten we naast elkaar en soms veeg ik een traan uit haar gezicht maar ik zeg niets. Het helpt niet zo goed. We zwijgen dan en in de stilte vindt ze dan iets wat ik niet kan vatten. Dan staat ze op en zegt ze ik loop even naar de winkel ik heb zin om voor je te koken. Ik heb ontdekt dat ze goed kan koken. Met veel groenten en veel overgave en veel liefde en dan zie ik hoe het haar gelukkig maakt.

Dan neem ik een plaat uit haar platenbak en plaats de naald erop en dan kraakt het wat en hangt er een sfeertje van verdriet dat net vertrokken is. Ik moet geduldig zijn met haar zegt ze. Ze komt er wel zegt ze.

Ik ben geduldig, en ik ben blij dat u dat ook bent, beste lezer, noodgedwongen.
Ik ben nooit helemaal weg en nooit helemaal hier.

Elk woord is gestolen uit het leven. Elke zin is er één te veel maar zolang er verhalen zijn zal ik ze hier schrijven. Heb geduld, beste lezer. Het is het waard, in the end, vraag dat maar aan Annelies.

Het is gebeurd.

Ze leest mijn blog. Dat was ik niet echt vergeten maar toch een beetje. Een paar uur later ging de bel bij Julius. Een muisblond meisje stond wat zenuwachtig op en neer te wippen, haar handen voor haar lijf verstrengeld. ‘Mag ik binnenkomen?’ Ik moest lachen. Ik bedacht dat Julius het wel niet erg zou vinden dat ik meisjes ontving tijdens het babysitten en liet haar binnen.

Het was allemaal weer goed. Ze was weer dezelfde Annelies die sinds die fameuze weerwolf-avond mijn leven was binnengewandeld. Ik schonk haar een glas geleende wijn in en ze vertelde dat het goed was geweest om even alleen te zijn. We vertelden elkaar dingen en plots kwam ze wat dichter bij zitten. Zo hebben we daar een paar uur gezeten, zij leunend op mijn schouder, mijn arm om haar heen, een vage muziekzender op de achtergrond.

Dat is het goede aan ruzie maken. Dat het dan weer goed kan komen, dat je dan weer voorzichtig die grenzen van de ander aftast, net zoals in het begin. Je weet niet of je je hand op haar gezicht mag leggen. Je weet niet of je lief mag zijn, of je haar een stiekeme steek mag geven of mopjes mag maken over wat er gebeurde. Er hangt een verse spanning in de lucht die er anders misschien niet meer was geweest. Er komen ideeën bovendrijven.

‘Misschien moeten we een reisje maken met Sofie en Achmed. Deze zomer. Een auto, een tentje, vier mensen, de horizon tegemoet.’
‘Okee, als je belooft niet meer van die strikvragen te stellen.’
Haar ogen vlamden even maar toen glimlachte ze weer. ‘Ik doe mijn best.’

Maar u wil uiteraard weten hoe het ging met de vuurdoop van onze kersverse bijna-moslima. Het duurde nog twee dagen voor Achmed weer kwam opdagen. Gelukkig hing Sofie zondagavond al aan de lijn. Ze vertelde honderduit. Achmeds vader was een norse, trotse man. ‘Maar hij glimlachte één keer toen ik zei dat ik zo hield van de Marokkaanse keuken!’. Zijn mama was een hele vriendelijke, warme vrouw die haar de hele tijd had willen volproppen met eten en dessertjes. Er waren nog twee zussen en een broer. ‘Maar de zussen heb ik amper gezien, want die waren bezig in de keuken. De broer zat in de zetel bij de vader. De moeder liep af en aan met voedsel. Zoveel bedrijvigheid!’ Ze zei dat ze helemaal in een andere wereld terecht gekomen was. Het leek interessant allemaal. En nu? Ja ze hebben gezegd dat ik zeker nog eens terug mag komen. De zusjes willen me Marokkaans leren koken!

Ik kon het me al helemaal voorstellen. Sofie maakt even snel vrienden als dat ze enthousiast wordt om futiliteiten: heel erg snel. Ze vertelde nog een eeuwigheid verder en vroeg me daarna waarom ik zo grof was geweest tegen Annelies. Meisjes.

Achmed kwam pas maandagavond weer op kot. Hij zag er anders uit. Luchtig. En geloof me, luchtig is meestal niet het woord waaraan je denkt wanneer je hem ziet. Hij zag er losjes uit, gelukkig, relaxed. Ik zat met een pintje naar een serie te kijken toen hij aan mijn deur klopte. Hij kwam erbij zitten met een cola. We zeiden niet zoveel. Na twee afleveringen stuurde ik hem om een nieuwe pint. Toen hij terugkwam confronteerde ik hem met zijn opgewekte toestand.

‘En nu ga je me vertellen waarom je zo happy bent.’ Hij kreeg zowaar een kleur. ‘Gewoon.’
‘Komaan.’
‘Heeft Sofie je nog niets verteld?’
‘Ja dat het zo leuk was bij jullie thuis.’
‘Ah. En bij haar thuis?’

Daar had ze niets over verteld. Vreemd. Dat had ze dan goed verborgen kunnen houden. Langzaam kwam het verhaal uit Achmed gerold. Na het eetfestijn had hij haar teruggevoerd naar haar kot en was daar blijven plakken.

‘En ja.’
‘Ja wat?’
‘Ja het is gebeurd.’

Ja en toen moest ik lachen. Typisch Achmed om zo te strompelen over zo’n leuk nieuwtje.

‘En? Was het leuk?’
‘Ja.’ Hij glimlachte verlegen.

Ik zette nog een aflevering op. Hij slurpte van zijn cola. Het werd een doodgewone avond onder vrienden.

Loom

Ik ben wat loom vandaag. Ik heb een nieuwe job als pizzajongen en met het weer van de voorbije dagen kunt u zich vast wel inbeelden welke taferelen dat opleverde. Het heeft ook zijn voordelen doch. Gratis pizza en een reden om als een gek door de stad te scheuren. No more mister nice guy. Ik was echt een rotzak in het verkeer. Of misschien was de regen gewoon een rotzak. U kiest zelf maar, irritante ik-pest-graag-stedelingen-jeep.

Gelukkig schijnt de zon nu en kan ik nog wat vertellen. Het was zaterdag. Annelies was bij me. Of niet echt. Achmed zat op mijn kamer nerveus te wezen. Ondertussen zat Annelies in zijn kamer Sofie te assisteren bij haar metamorfose van verleidelijke spring-in-‘t-veld tot nederige jongedame.

Na veel te veel tijd – wat doen die vrouwen daar toch – kwamen ze mijn plots overvolle kamer binnen. Het was vreemd om Sofie te zien in die lange donkere kleren. Nu ik niet meer afgeleid werd door een decolleté en een stel benen, merkte ik voor het eerst hoe mooi ze eigenlijk was. Ze had haar lange kastanjebruine haar naar achteren gekamd en onderaan haar nek vastgebonden. Ik zag haar grote bruine ogen, haar sproetjes en haar hartvormige mond. Achmed en ik keken naar elkaar en zagen dat het goed was. Hij was nog steeds nerveus. Annelies en ik wensten hen veel succes en hadden zelf nog niet beslist wat we met de avond zouden aanvangen.

Dat leek een vergissing daar ze besloten had van die typische meisjesopmerkingen mijn richting af te vuren. Ik was niet voorbereid.  Ze vroeg hoe het zat tussen ons.

Dat was een vraag die ik had gehoopt te vermijden. Noem het egoïstisch, maar ik was zo blij dat er eens iets was dat geen uitleg nodig had. Ik herinner me maar al te goed dat overweldigende gevoel van vroeger en het definiëren en analyseren en beloven en het is uiteindelijk allemaal misgelopen.

Ik vroeg haar dus waarom dat zo per sé gedefinieerd moest worden. Dat was een fout antwoord. Ook toen ik zei dat ik alles gewoon wilde nemen zoals het kwam. Ze zei dat ze zekerheid nodig had. Maar die heb je toch wilde ik roepen, ik zit naast je! Op één of andere manier zweeg ik en besloot ze dat ik haar niet serieus nam.

Kunnen we niet gewoon iets leuks doen? Een film kijken of zo?
Ik ga naar huis.

Ben ik echt zo’n klootzak? Het was allemaal perfect tot het zo genoemd moest worden. Ik krijg de woorden ik zie je graag amper nog over mijn lippen. Niet omdat ik niet van haar hou. Gewoon. Omdat het me beangstigt.

Kijk. Daar heb je het al. Ik ben gewoon bang. Is dat een goed antwoord? Ga je me dan nog eens bellen, liefste Annelies? Want zo een halve week radiostilte is nogal ongemakkelijk.

Okee, beste lezer, ik was wat afgedwaald in mijn eigen hersenkronkels. Nu moet ik gaan. Ik heb Julius en Marieke beloofd dat ik ging babysitten zodat ze eens samen naar het toneel kunnen gaan.

Ik schrijf straks wel verder over Achmed en Sofie.

Afgeleid

Het was een dag vol bezoek vandaag. Niet echt, maar toch genoeg om er iets over te vertellen. Vanochtend in de keuken. Ik was een omelet aan het maken voor Achmed en mezelf toen hij plots zei dat hij Sofie ging meenemen naar huis. Dat hij haar ging voorstellen als een vriendin. Dat vond ik grappig. ‘Alsof je ouders niet zullen doorhebben dat het eigenlijk je lief is.’ Hij moest ook lachen. ‘Je kent duidelijk mijn ouders nog niet. Maar ik heb besloten om het te proberen. Als ik haar eerst meeneem als een gewone vriendin en ze vinden haar leuk, dan lukt het misschien wel.’

Ik was onder de indruk. Hoe had Sofie dat klaargespeeld? Het antwoord kreeg ik ’s namiddags al, toen ze me belde om te vragen of ze even mocht langskomen. Ik deed de deur nog maar open of ik zag haar glunderende ogen al. Ze had allerlei zakken mee en stormde naar boven.

‘Laat me raden. Achmed heeft je uitgenodigd bij hem thuis.’
‘Hoe weet jij dat?’
‘Haha ik zit aan de bron.’

Ik vroeg hoe ze hem overtuigd had. Niet, zei ze.

‘Je hebt het hem niet eens gevraagd?’
‘ Nee! Hij stelde het zelf voor! En omdat ik een goede indruk wil maken op zijn ouders heb ik me een hele set zedige kleren aangeschaft!’ Ze haalde een lange zwarte rok uit en een donkerblauw hemd met lange mouwen dat iets romantisch had maar vooral tot helemaal boven toegeknoopt kon worden. Ik kon een lachje niet onderdrukken. Zoals ze daar voor me stond in een kort rokje, een nauw aansluitend t-shirt en laarsjes.

‘Waar is je hoofddoek?’
‘Noah!  Stop met me uit te lachen! Ik meen het serieus.’

Ze vertelde dat ze nog niets geprobeerd had. Dat ze geduld wilde hebben. Dat ze dacht dat hij misschien wel eens de man van haar leven zou kunnen zijn. Ik was onder de indruk. Het arme kind had haar lijfelijke lusten zwijgzaam onderdrukt uit liefde.

‘Maar als het goed afloopt bij zijn ouders ga ik het misschien toch eens proberen.’ Ze glimlachte samenzweerderig. ‘Dat doet me eraan denken. Wat heb ik gehoord over jou en Annelies?’
‘Ik weet niet zo goed wat het is. Ik probeer het niet te veel te benoemen. Ik vind het leuk nu.’
‘Zij weet anders wel heel goed wat het is.’
‘Jij denkt dat je heel goed weet wat het is. Hou jij je maar bezig met je toekomstige schoonouders.’

En zo kan ik het volledige gesprek hier nog proberen samen te vatten. De waarheid is dat er iets leuks is tussen Annelies en mij en dat ik het, althans vandaag, niet wil onderbreken door erover te schrijven. Maar ik moet stoppen, want ze zit hier naast me en wordt ongeduldig.

Het is niet zo goed geschreven vandaag. Ik was wat afgeleid. Het was het waard.

Random conversation

‘Maar eigenlijk pleeg je toch inbreuk op het privéleven van je vrienden?’
Ze zat met haar knieën opgetrokken en brak een stuk van het geroosterde brood dat ik net op tafel gezet had. Nam de chocopot en doopte het stuk er royaal in. Ze droeg enkel een slipje, een oversized t-shirt en slobberkousen.
‘Technisch gezien observeer ik mijn omgeving en schrijf ik erover. Ik verander de namen en de kans dat mijn potentiële publiek in aanraking komt met de realiteit achter de verhalen is zeer klein.’
‘Maar ondertussen gebruik je wel hún leven.’
‘Op mijn blog zou ik nu schrijven: Ik besloot dat het tijd werd voor een afleidingsmanoeuvre. Ik stond op, liep naar haar stoel en ging voor haar staan. Sluit je ogen zei ik.’
Ze keek me niet-begrijpend aan.
‘Komaan Annelies, sluit je ogen.’
Ze sloot haar ogen en dook wat ineen alsof ze bang was dat ik haar iets aan zou doen. Ik schoof één arm onder haar kont en één onder haar oksels. Hief haar op. Ze opende haar ogen weer en moest lachen.
‘Ik legde haar zachtjes op bed en ging bovenop haar zitten. Dat zal ik schrijven Annelies. En daarna zal ik schrijven ik verlegde een haarlok van haar ogen naar haar oren en kwam dichterbij. Haar grote grijze ogen waren op duimbreedte afstand van de mijne.’
‘En daarna ga je schrijven dat ze haar hoofd wat ophief en je kuste. En daarna niets meer. Want dat is zelfs voor jou te privé.’

Weerwolf

Onvoorstelbaar. Het gebeurde een paar dagen geleden maar ik heb wat tijd nodig gehad om erover na te denken. En om te beslissen of ik er wel over zou schrijven. Klinkt dramatisch, niet? U zult zo meteen lezen waarom.

Ik kreeg telefoon van Annelies. Het was net na de middag. Of ik die avond wilde langskomen en de hele avond wilde vrijhouden. Nadat ze het plots was afgetrapt die toneelavond had ik amper iets van haar gehoord. Zeggen dat ik lichtjes verbaasd was om haar te horen is een understatement. Maar uiteraard zei ik dat het goed was. Ik zal wel koken zei ze. Breng iets mee om te drinken. Dat klinkt als een afspraakje dacht ik maar ik hield wijselijk mijn mond. Vrouwen zijn raadsels. En dat is zéker een understatement.

Om de één of andere onverklaarbare reden zorgde ik dat ik er goed uit zag. Ik keek zelfs in de spiegel. Twijfelde of ik me ging scheren maar deed het uiteindelijk niet omdat Sofie me onlangs zei dat ik er – haar woorden – sexy uitzie met een stoppelbaard. Ik fietste naar haar kot en belde aan. De persoon die opendeed leek in niets op het grijze meisje van vroeger. Haar ogen vlamden en ik kreeg een ongemakkelijk gevoel.

‘Kom binnen Noah.’

Er lag een vreemde emotie in haar stem.

‘Of moet ik weerwolf zeggen?’

Mijn mond viel open. Letterlijk of figuurlijk, ik weet het niet meer, maar ik stond perplex.

‘En dat maakt van mij dan Annelies, is het niet? Ze sprak de naam Annelies traag en met een klemtoon uit. Met een mengeling van afkeer en trots. Ik had nog steeds niets gezegd maar de radertjes in mijn hoofd waren op volle toeren aan het draaien. Hoe had ze mijn blog gevonden?

‘Hoe heb je mijn blog gevonden?’ stamelde ik.

‘Doet dat ertoe?’

Uiteraard deed het er toe! Ik was er verdomme bijna drie jaar in geslaagd om die blog voor elke mij bekende persoon geheim te houden ! Ze was mijn meest persoonlijke wereld binnengedrongen.

‘Eh,’ zei ik enkel. Ik kreeg het warm en wist mezelf geen houding te geven.

Plots veranderde haar blik en werden haar ogen zachter. Haar mooie grijze ogen.

‘Had je maar gewoon luidop gezegd wat je schreef. Ik heb je altijd leuk gevonden. Maar toen leerde ik Mathieu kennen en hij deed wel moeite. Hij wachtte niet tot ik zou losbreken.’ Ze zei het met klem. ‘Je denkt dat ik braaf ben. Rustig. Grijs. Dat ik meer van mezelf moet houden en moet tonen dat ik je wil.’

‘Eh. Ik weet niet. Sorry.’

Haar ogen glinsterden. Ze glimlachte. Liep met de fles witte wijn die ik had meegebracht naar de keuken en opende hem. Schonk twee glazen in gaf me er één van.

‘Op de weerwolf en het grijze meisje. Allebei vrijgezel nu.’
‘Ah ik wist niet dat het uit was met –‘
‘Shht.’ Ze kwam dichtbij staan.

‘Het wordt tijd dat het meisje de wolf verslindt in plaats van omgekeerd.’

Ze nam het glas uit mijn handen. Zette beide glazen op tafel. Ik vroeg me vergeefs af of ik nog uit de situatie zou kunnen ontsnappen. Meteen gevolgd door de gedachte of ik dat wel wilde.

‘Kus mij Noah.’ Ik bewoog niet. Mijn hart ging als een razende te keer.
‘Komaan. Wees geen mietje en doe het.’

En zo geschiedde het. Ik ben inderdaad de hele avond gebleven. We hadden eerst het dessert en dan pas het hoofdgerecht dat ze klaargemaakt had. Er waren eerst de daden en dan pas de woorden die ertoe hadden moeten leiden. Ze legde uit hoe ze op mijn blog gestoten was. Wat ze ervan vond. Was onder de indruk van het Dot-verhaal. Ze zei dat ze nooit gedacht had dat zo’n rustig persoon als mezelf zoveel vreemde en amoureuze avonturen meemaakte. Ze zei dat ze blij was dat ik over haar had geschreven. Ik liet haar beloven het geheim te houden. Tegen iedereen. En zeker tegen Sofie want die zou uit het dak gaan en zeker haar mond niet kunnen houden.

Ik bleef niet slapen. Ik ging naar huis en dacht na. Of ik erover zou schrijven. Wetende dat ze het zou lezen. Ik besloot het toch te doen.

Toch voelt het raar. Alsof er een barst zit in het verdedigingsnetwerk dat ik rond mijn persoonlijke leven geconstrueerd had. Dus ik vraag u, beste lezer, als u mij kent, of mij meent te kennen, hou het voor uzelf. Dat maakt het voor iedereen gemakkelijker. En dat geeft me de vrijheid om te kunnen blijven schrijven.

En dat is toch wat u wilt, niet?

Onopgemerkt

U had het vast wel een beetje verwacht. Het is weer een nieuw jaar en Noah laat weer een tijdlang niets van zich horen. Ik weet niet goed waarom het lijkt alsof de jaarwisseling mij nog warriger maakt dan anders. Je vult datums in en vergeet telkens weer dat je de nul negen moet vervangen door een tien. En dat januari onopgemerkt voorbijgaat en geruisloos februari wordt. Dat je examens hebt en ervoor slaagt en blij bent dat je met veel plezier de stof hebt doorgenomen. Geslaagd. Achmed ook. We zijn een goed team.

Alles gaat goed met me. Dat had u vast ook verwacht. Er is niets speciaals gebeurd. Ik woon nog steeds waar ik woon en werk nog steeds waar ik werk. Hoewel steeds meer. Dat werken toch. Het wonen beperkt zich dezer dagen tot eten en slapen. Het is druk en dat is goed zo.

Wat u verder nog wilt weten. Het Franse erasmusmeisje is vertrokken en Youri heeft zijn eerste treinticket naar Parijs al geboekt. Hij weet niet of het zal lukken zegt hij, zo lange afstand, maar hij wil het wel proberen. En wie wil nu niet een reden hebben om Parijs te bezoeken?

Korneel en Philippe hebben een datum geprikt. Tien tien tien. Oh nee zei ik toen ik het hoorde. Zo gay. Korneel begon te lachen aan de telefoon. Zo zul je het tenminste onthouden. Zo kun je het al aanduiden in je agenda. We zoeken nog een coole locatie. Parijs? Daar kunnen we niet trouwen. Het zal ons goede ouwe België worden.

Sofie heeft al gevraagd of ze mijn date mag zijn. Ze houdt van huwelijken. Dat zien we nog wel zei ik. Als Achmed je wil uitlenen en ik nog steeds geen meisje heb dan… misschien. U wilt uiteraard ook weten hoe het met onze nieuwbakken interculturele relatie gaat. Goed, denk ik. Vreemd. Althans dat zegt Sofie. Achmed praat niet over privézaken. Dat vind ik niet erg. Aan Sofie alleen heb ik al genoeg.
‘Het is al anderhalve maand en we zijn nog steeds niet verder dan kussen!’

Dan panikeert ze en weet ze niet wat ze moet doen. ‘Ik heb nog nooit zo’n trage relatie gehad.’
‘Hij heeft nog helemaal geen relatie gehad’
‘Ik hou het niet uit.’
‘Doe er dan iets aan. Geen enkele man kan een verleidelijke vrouw weerstaan. Zeker niet als hij van haar houdt.’

En dan is er nog dat godsdienstding. Wachten tot het huwelijk. Haha zei ik dat komt ervan als je zegt ‘de details bespreken we later wel’. Praat erover. Dat kun je toch zo goed, praten. Het doet je overigens goed, zo wat wachten. Zo zullen jullie elkaar wel wat leren. Jij leert hem alle normale dingen des levens en hij leert je geduld. Ik sta volledig achter deze relatie! En ik grijnsde. Zij trok een gek gezicht naar me en vroeg nog een witte wijn. Eentje van het huis zei ik, ik zie dat je het nodig hebt. En kijk niet zo gefrustreerd rond je hebt al een man.

‘Ik kijk rond voor jou, asshole.’

Eerste keer

Ik ben thuis. Ik staar naar dit scherm en probeer woorden te vinden. Soms stel ik het schrijven uit. Omdat ik weet dat het een lang verhaal wordt en ik misschien wel een uur bezig zal zijn. Maar dan besef ik plots dat er toch wel een paar mensen zijn die dit willen horen.

Het was een goed begin. Sofie kwam langs en propte haar jurkje en bijhorende gigantische valies – why? – in de auto en ging er zelf ook inzitten. Ik nam plaats op de passagierszetel en voelde de adrenaline door mijn lijf stromen. Ik had echt zin in een feestje. We vertrokken. We kweelden mee met Franse radio en vertelden verhalen en mopjes. Het verkeer in Parijs was vreselijk. Toen we eindelijk het appartement van Korneel en Philippe bereikten konden we wel een oppepper gebruiken. Gelukkig was die onder vele gedaantes aanwezig.

Korneel had een pak aan en zag eruit als een hippie-filmster. Zijn wederhelft had zichzelf in een lichtgrijs kostuum gestoken en zag er van zijn perfect getrimde baard tot zijn glimmende schoenen vlekkeloos uit. Sofie vroeg waar de badkamer was en ging zich omkleden. Op de één of andere manier waren ze erin geslaagd alle meubels aan de kant te schuiven en een lange tafel te improviseren. Het zag er allemaal zo feestelijk uit dat ik me plots wel heel studentikoos voelde in mijn jeans en zwart hemd. Zelfs Achmed zag er op één of andere manier beter uit, met zijn natuurlijke gereserveerdheid en zijn lage warme stem. Hij overhandigde Korneel een gigantische hoop geschenken. Van taartjes die zijn moeder had gemaakt tot kruiden en oliën. Ik glimlachte schaapachtig mijn cadeau komt nog broer en gaf hem een fles cava.

Toen opende Sofie de deur van de badkamer en schreed de kamer binnen, haar haren gemaakt nonchalant uit haar perfect opgemaakte ogen schuddend. Het was een kort zwart jurkje en ik zweer je het was onmogelijk om niet naar haar te kijken. Ik zei je dat het nu of nooit was zei ze zachtjes aan mijn oor, alvorens ze een glas champagne in de handen gestopt kreeg. Mensen belden aan en kwamen binnen. Ze plaatsten hun meegebrachte drank op een tafel die steeds voller werd. Een zwarte jongeman met een gigantische bos krullen haalde laptops en kabels uit, sloot zijn apparatuur aan op de boxen en was voor de verdere avond een crazy dj. Het was een bont allegaartje aan genodigden. Ze spraken ook verschillende talen. Ze zagen eruit als deftige hippies. Soms waren ze homo en konden ze niet van elkaar blijven. Soms waren ze gewone man en vrouw-koppels die Frans spraken.

Net toen ik me begon af te vragen hoe er eten op de elegant gezette tafel zou verschijnen terwijl de gastheren zich joviaal onder de mensen mengden, zag ik een Aziatisch aandoende man uit de keuken komen met een gigantisch dienblad vol verschillende vreemdsoortige hapjes. Mijn mond viel net niet open. Hij is een vriend van ons lichtte Korneel toe. Hij doet het voor een vriendenprijsje. Het is allemaal vis, voegde hij eraan toe en knikte richting Achmed. Sofie stootte een door champagne geïnspireerd kreetje uit. Daarom vind ik homo’s zo tof! En ze nam een hapje en at het in één hap op.

Achmed dronk spuitwater en was in een geanimeerd gesprek verwikkeld met een beeldschone mulattin die later het liefje – wat een verrassing – van de dj bleek te zijn. Ik oefende mijn Frans wat met Philippe. Sofie werd versierd door één der knapste zonen van Parijs. Ze knipoogde toen ik haar richting uitkeek. Ik hoopte dat ze het rustig aan zou doen met de champagne. We gingen aan tafel. Er was zoveel eten en het was zo lekker en speciaal en dingen waarvan ik niet eens wist dat ze eetbaar waren of zelfs überhaupt bestonden.

Het werd vijf voor middernacht. Mijn broer en Philippe stonden op. Maanden iedereen aan hun glas bij te vullen. Ik zag ze naar elkaar kijken. Glimlachen. On doit vous dire quelque chose. On va se marier. We are getting married. We gaan trouwen. Santé!

Twee voor middernacht. Iedereen buiten op het dakterras. Champagneglas in de handen. We hoorden de eerste knallen van het nieuwe jaar al. Twaalf uur. Gelukkig Nieuwjaar. En de hemel barstte los. Ik kon niet stoppen met lachen. Korneel trouwen haha hoe zalig was dat. Bel mama zei ik. We hadden haar even aan de lijn ze moest huilen ze was zo blij dat ze ons hoorde. Ze was niet alleen. Er was een vriend. Goed voor jou mama.

Tussen alle nieuwjaarskussen door zag ik Sofie Achmed naderen. Heel  dicht naderen. Hij liet zijn glas vallen. Achteraf vertelde ze wat ze hem gezegd had op dat moment.

We bespreken de details later wel maar kus me nu gewoon.

Uiteindelijk zijn we niet meer uit geweest. Mister dj legde wat bangelijke platen op en de dranktafel werd op mysterieuze wijze steeds bijgevuld. Er werd gedanst. Veel gedanst. Er werden toasts uitgebracht op alles wat je je maar kunt indenken.

Sofie kwam glunderend voor me staan. Schenk mijn glas maar goed vol het belangrijkste is gebeurd nu mag ik me bezatten. Achmed stond naast haar hij zag er wat bleekjes uit ach wat zei hij doe het mijne ook maar vol. Hij begon te lachen. Er is duidelijk een eerste keer voor alles.

Gelukkig Nieuwjaar beste lezers.