Zwanger

Ik ben weer in G. Ik lummel een beetje. Verspil mijn tijd met eindeloze gesprekken voeren met Sofie via het internet. Appelsienen pellen en daarna opeten. Beseffen dat Annelies nu misschien nog aan het studeren is. Of dat ze misschien gewoon in bed droomt van een ander. Me afvragen hoe ik het nu ga aanpakken. Vooral dat.

Ik ben vandaag langs Julius geweest. Het was een eeuwigheid geleden en ik wilde toch verifiëren of de man in kwestie nog in leven was. Nou, levend was hij, en wel ook! Marieke is zwanger! Jullie hebben ook niet getreuzeld kon ik niet laten te zeggen maar ze zagen er zo gelukkig uit en Beatriz verzekerde me dat het een meisje was. Marieke is al drie maanden zwanger. Even voelde ik iets raars toen ik besefte dat ik misschien wat eerder had moeten komen. Maar toen zei Julius dat ik één van de eerste was die het wist. Blijkbaar moet je je geluk pas van de daken schreeuwen als de eerste drie cruciale maanden voorbij zijn.

Julius wordt dus weer vader. En ik zit me af te vragen of ik Annelies nu een sms zou sturen of niet.

Lukt het studeren? Of slaap je al?

Slaap lekker.

Ik dacht aan je. Zomaar.

Ben je al weer in G.?

Ik ben stapelgek op je.

Pover

Vrolijk Kerstfeest. Alleen lijk ik kerstmis niet zo vrolijk te vinden. Ik weet niet goed waarom. Het overkomt me elk jaar weer en ik onderga het maar. We waren met z’n vieren thuis om het te vieren. Mama, Korneel, Philippe en mezelf. Philippe zei dat hij wilde koken. Op z’n Frans. Zo gebeurde het dus dat Korneel en hij gisteren de hele dag in de keuken in de weer waren terwijl ik me vergeefs op schoolwerk en dergelijke probeerde te concentreren. De maaltijd was voortreffelijk, de wijn van de beste import en de gesprekken onderhoudend. Ik deed mijn best maar was er met mijn hoofd niet altijd bij. Misschien moet ik ook homo worden en een Frans lief nemen als Annelies iets met die kerel begint.

De waarheid is, ik weet echt niet hoe ik met de situatie moet omgaan. Plots komen allerlei gedachten door mijn hoofd spoken en meestal in de zin van ’she is mine’. De rollen lijken plots omgekeerd en dat stemt me allerminst gerust. Ik weet het allemaal niet zo goed. Gelukkig sta ik deze kerstperiode in virtuele verbinding met Sofie en vinden we voldoening in elkaars verhalen. Het arme kind met haar crush voor Achmed en ik met mijn (wat is het uiteindelijk?) voor haar vriendin. Dat wordt wat met nieuwjaar op ons kot.

Ik wilde dat ik u kon verblijden met wilde avonturen. De realiteit echter is maar pover. Happens to the best of us, niet?

Garantie

Wat als je hoofd je eigen verhalen niet meer kan bijhouden. Dat het lijkt alsof je leeft in één grote luchtbel die naar beneden rolt en niet meer lijkt te stoppen. Het schrijven lonkt maar je komt er maar niet toe en het witte scherm lijkt dichterbij dan ooit. Woorden. Teveel woorden om neer te pennen en de sliert klassieke muziek helpt niet om rustig te worden.

Annelies is verliefd. Alleen, niet op mij. Ze vertelde het me boven een glas rode wijn in een charmant café en ik denk dat ik twee minuten lang geen woord door mijn plots kurkdroge strot kreeg. Ze zette haar kin op haar handen en keek schuin omhoog zoals ze altijd plegen te doen, romantisch verzuchtende meisjes. Hij zit in haar klas, blijkt één en al perfectie en hij legt haar morgen één of ander aartsmoeilijk chemisch vak uit op haar kot. Ik stelde ontelbare vragen omtrent zijn persoon en voelde me plots de jaloerse grote broer.

Hoe is dat nu weer kunnen gebeuren? Het was reeds één der zekerheden mijner bestaan geworden, Annelies die stiekem van me hield, ik die de boot afhield maar ondertussen wel de perfecte garantie, back-up had. Even wachten en alles kwam goed. Heb ik dat mooi even fout ingeschat. Ze is zelfs zo weinig gek op me dat ze me recht in mijn gezicht kan zeggen dat ze het wel is op een ander. En me dan nog raad vragen ook.

Wanneer was het precies dat ik de boot der intelligentie heb gemist?

Sofie

Sofie is verliefd op Achmed. Simple as that. Sinds de avond dat ze allen bij ons waren en hij had gekookt houdt ze niet meer over hem op. Die avond hebben ze de hele avond zitten praten, of beter gezegd hij praatte en zij zuchtte en luisterde en knikte. Ik vond het wel grappig zij die anders de hele avond vult met haar verhalen en belevenissen werd helemaal stil door de woorden van mijn Marokkaanse kotgenoot.

Nu komt ze de hele tijd op bezoek. Dan zit ze op mijn kamer zenuwachtig te wezen. Ze loopt van de ene kant naar de andere, gaat dan zitten op mijn bed en vraagt me duizend keer hetzelfde. Of hij een vriendin heeft. (Nee.) Of ik denk dat hij haar leuk vindt. (Euh.) Of hij nog iets gezegd heeft over die avond. (Dat hij het leuk vond.) En iets speciaals over haar. (Niet dat ik mij herinner.)

Ik word gek van haar maar tegelijk vind ik het fascinerend hoe iemand zich zo kan laten opvreten door gevoelens. Ze kent hem niet eens, ze heeft één keer met hem gepraat en ze is door en door vervuld van een irrationeel gevoel dat ze amper aankan. Ik kan haar niet helpen, hoezeer ik ook zou willen.

Dan gaan we naar de keuken ‘iets halen om te drinken’ en passeren we langs zijn deur die openstaat en zegt ze ‘hallo’ en hij ook en dan kan ik haar knieën al bijna zien knikken. Ik moet haar ook nog eens zeggen dat hij eigenlijk met een Marokkaans meisje moet trouwen…

Toch, ondanks alles denk ik dat ze wel een goed stel zouden vormen. We zien wel. Ik moet dringend eens een date regelen zodat de rust op mijn kot terugkeert.

Nu moet ik gaan. Annelies komt over tien minuten. We gaan samen koken. Ik vertel later meer over haar. Ze heeft iets dat ik niet kan beschrijven. Er komt een dag waarop ik verliefd word op haar. Het moet. Het kan niet anders. Maar ze moet eerst helemaal zichzelf worden, de verlegen hoeken van haar glimlach afschuren, haar hoofd opheffen wanneer ze door de straten loopt en bovenal: ze moet me versieren. Ik wil haar aanbidden. Nu is ze gewoon nog als een beste vriendin.

Schoen

Er komt meer veel meer maar ik moet slapen nu. Omdat ik ook op zaterdagen werk. Ik heb mijn schoen gezet. En mens kan nooit teveel hopen.

Heb ik u al gezegd dat zij zo mooi is als ze lacht?

Thuis

Straks komen de meisjes eten. Het is een toffe gewoonte geworden om geregeld in verschillende koten eens samen te eten en daarna een stapje in de wereld te zetten. Vandaag komen Nina, Sofie en Annelies en ook Wolle en Vleugel. Jonas en Karen zitten in een soort crisis verwikkeld waardoor eerst alleen de één ging komen, dan alleen de ander en uiteindelijk niemand. Ik weet er het fijne niet van maar ik weet uit ervaring dat andere mensen kussen terwijl je een relatie hebt meestal niet zo’n schitterend idee is. Vooral niet wanneer je andere mensen laat meegenieten. Zeker niet wanneer die andere mensen je blijken te kennen…

Wij maken het eten, de meisjes brengen dessert mee en Vleugel en Wolle drank. Ideale verdeling zou ik zo zeggen. Achmed heeft voorgesteld om eens Marokkaans te koken. As a matter of fact, hij is al bezig want over enkele ogenblikken komen ze al toe en ik moet de ziekenhuisgeur nog uit mijn leden douchen. Wat ik dus nu ga doen.

Het doet goed om terug te zijn, hier tussen woorden en zinnen op een plaats waar de verteller in mij zich thuis voelt.

Onderhoudspersoneel

Ik moet u allen updaten. Zo ben ik bijvoorbeeld voor het eerst in twee jaar verhuisd. Ik woon nu helemaal aan de andere kant van de stad, in een veel drukkere straat, op de tweede verdieping van een bescheiden doch aangenaam kot. Wanneer ik opsta en een blik uit het raam werp voel ik me nu plots een deel van een reusachtig groot bewegend geheel.

Mijn drie kotgenoten zijn toffe kerels. Ja u leest het goed, vier mannen samen op één kot. We maken er af en toe echt een nest van maar gelukkig vindt de kotmadam het heerlijk om elke twee weken de gemeenschappelijke delen te komen schoonmaken. De enige voorwaarde is dat we wat gewillig zijn en haar een handje toesteken en luisteren naar haar verhalen. Vooral dat laatste dan.

Nu ik toch bezig ben kan ik desbetreffende kotgenoten maar meteen aan u voorstellen. Er is Boris, een verstrooid geval wan wie je nooit weet of hij nu thuis is of niet, of hij nog leeft of niet. Hij houdt zich bezig met muziek maken op zijn computer en verdovende middelen consumeren met zijn zootje vrienden. Mijn buurman Achmed is de intelligente van de vier. Hij studeert politiek en houdt zich bezig met schrijven, culturele zaken doen en vechten tegen de conservatieve visie van zijn familie. Met hem kan ik het best opschieten. Hij zit ook in zijn masterjaar en laat ons zeggen dat we op dezelfde golflengte zitten. (en gelukkig houdt hij ook van een stevige pint van tijd tot tijd). Youri is het kakkernest van het kot. Net aangekomen aan de unief, gaat meer uit dan goed voor hem is en vindt het nodig om elke week een andere trofee naar zijn kamer mee te nemen. Wij schudden dan eens meewarig ons hoofd en laten hem begaan. Hij zal het wel leren. En hij heeft een Wii.

Nu moet ik gaan. Ik heb sinds het begin van dit schooljaar een nieuwe job. Ik ben onderhoudspersoneel in het Universitair Ziekenhuis. Met andere woorden ik maak gangen en toiletten schoon. Minder ‘cool’ dan werken op café maar de uren zijn beter en je komt er hordes interessante mensen tegen. En als je niet met hen kunt praten dan kan je hen tenminste bekijken en raden wat voor ziekte ze hebben. Lach niet. Wat was de wereld zonder poetsvrouwen!

Erfenis

Ik las een beetje wat ik hier weken en maanden geleden achterliet. Woorden en zinnen die ik nu misschien niet meer kan produceren. Omdat poëzie niet te koop is en mijn handen niet meer zo soepel zijn als vroeger. Omdat het aantal jaren dat je gezicht bezit stilaan verandert en je ogen donkerder worden. Gespikkeld. Anders dan voorheen. Omdat vrienden komen en aan gaan en Dot nooit meer terugkomt.

Het doet pijn om aan al wie na haar komt de vreselijkste erfenis mee te moeten geven: die van perfectie. Laat ons het erbij houden dat ik in deze stilzwijgende maanden genoeg naamloze subjecten verslonden heb om de leegte in mijn bestaan op te vullen. Zij wílden niet eens wedijveren met wat ik ooit zo roekeloos beminde. Maar nu komt plots het grijze meisje weer terug. Zij die anders was maar nooit genoeg. Zij die misschien wel eens ontzettend veel van me zou kunnen houden.

Ze moet losbreken. Mij aanvallen. Verslinden. En dan zien we wel.

Vooral Annelies

Ik denk dat ik maar weer ga schrijven. Het is allemaal zo lang geleden en het lijkt alsof ik de tijd door mijn handen heb laten glippen. Maar ik leef nog. Ik besta. Ik begin opnieuw beloofd maar geef me nog even tijd.

Dit is een eerste groet aan al wie op mij wacht, aan al wie nog woorden verwacht, maar bovenal aan Annelies, vooral Annelies…

U nog steeds ter dienst staande,

Noah Mesiwa

Groeten

We zijn doorgereden tot we niet meer konden. Tot de avond viel. Tot de lucht zacht en draaglijk was. Wij zijn ergens in Frankrijk vraag me niet waar maar we zijn er en het voelt goed. De frisse pint die voor onze neus stond Jonas die plots zijn laptop bovenhaalde en een netwerk oppikte ik die hem gek verklaarde en toen meteen het kleinood voor mezelf opeiste. En dan zijn er nog Karen, Sofie, Annelies en Nina.

Het busje is van Nina. Gekregen voor haar achttiende verjaardag. Gestoorde ouders zijn blijkbaar de wereld nog niet uit. Hoewel ze me toch meer het cabrio-type leek. Het ding is uitgerust met een uitklapbaar dak waaronder twee mensen kunnen slapen, een frigo, een kraan waar water uitstroomt en een achterbank waarop vier dunne mensen samengeperst kunnen worden.

Sofie zit hier naast me ze probeert mee te lezen ik zeg haar dat ik mail naar mijn broer. Ik verhuis naar het toilet.

Ja hier is het beter rustiger ik hoop dat niemand plots een dringend probleem krijgt want ik wijk hier niet.

Het is leuk om met de meisjes op reis te gaan. Jonas en Nina hebben het langste stuk gereden. Ik sprong soms in en Annelies ook. Karen en Sofie hebben geen rijbewijs. Dat maken ze echter ruimschoots goed door ons ten gepaste tijde van hapjes en drankjes te voorzien. Ik schrijf wat rommelig ik weet het de woorden komen zomaar uit mijn handen gerold.

We hebben ons op een kleine camping geïnstalleerd. Karen en Jonas in een klein tentje, Sofie en Annelies onder het dak en Nina en ik op de uitgeklapte achterbank. Ze zijn gek die meiden. Actief ook. En voorzien! Die hebben gewoon alles mee. You name it they got it. Ik neem weinig plaats in, weinig emotionele en andere ruimte. Ik tetter niet ik schreeuw niet ik raak niet geïrriteerd. Annelies ook niet. Wij zijn de gemakkelijke van de groep. Geef ons een boek, een muziekje een stuk salami en we zwijgen.

Sofie bonkt op de deur. Dat kind heeft energie te veel ik zeg het je ik word nog eens gek. Maar lief is ze wel.

Ik denk dat we gaan. Misschien moet ik overdag mijn gedachten wat ordenen. Dan word ik efficiënter. In elk geval: groeten!

« Vorige PaginaVolgende Pagina »