Archief voor de ‘portret van haar’ Categorie
Chocolademelk
Ik heb Annelies gevraagd of ze met me naar Parijs wilde gaan.
Ze had net examen gehad en we waren een warme chocolademelk gaan drinken in dat gezellige plaatsje op de hoek. Ze zei dat ze er nog nooit was geweest en dat ze altijd al eens had willen gaan. Haar neus was nog een beetje rood van de kou en onder haar grijze ogen hadden vermoeidheid en stress diepe kringen getekend. Ik had moeite de drang te weerstaan mijn handen op haar bleke wangen te leggen. Ze had nog steeds geen duidelijk antwoord gegeven. Ik zei haar dat mijn broer er woonde en dat we gratis in het huis van hem en zijn vriend konden verblijven. ‘Zijn vriend? Als in zijn lief?’ Ik knikte. Ze keek verrast. Slurpte nog eens van haar chocolademelk. Nog steeds geen antwoord. ‘We kunnen in de lesvrije week gaan.’ Ze slurpte weer en ik voelde mijn berg argumenten slinken.
‘Noah ik kan niet. Ik heb geen geld. Ik moet vanalles doen. Ik moet werken.’
‘Eh. Okee.’
‘Maar ik moet gaan. Ik heb afgesproken met Mathieu over vijf minuten.’
‘Eh. Okee.’
En zo was ik vandaag de verpersoonlijking van de uitdrukking ‘wezenloos achterblijven’. Misschien had ik Barcelona moeten zeggen. Misschien had ik het luchtiger moeten aanpakken. Misschien had ik moeten zwijgen. Misschien.
Ze heeft flauwe uitvluchten. Het is koud. Ik denk aan Dot. Aan Lore. Aan hoe het eeuwen geleden lijkt. Ik denk aan de fles wodka die Boris altijd op zijn kamer heeft en aan hoe ik alles wil vergeten. Ik denk aan hoe lang geleden het is dat ik nog eens aan naakte meisjesrug aanraakte. Maar ik doe niets. Ik zit hier en schrijf.
Het wordt tijd dat ik nog eens naar Julius ga. Mijn meisjesminnende hoofd wat laat rusten. Het wordt tijd dat iemand me goede raad geeft. Het wordt tijd dat Annelies de kamer binnenstormt en me zachtjes kust.
Sofie
Sofie is verliefd op Achmed. Simple as that. Sinds de avond dat ze allen bij ons waren en hij had gekookt houdt ze niet meer over hem op. Die avond hebben ze de hele avond zitten praten, of beter gezegd hij praatte en zij zuchtte en luisterde en knikte. Ik vond het wel grappig zij die anders de hele avond vult met haar verhalen en belevenissen werd helemaal stil door de woorden van mijn Marokkaanse kotgenoot.
Nu komt ze de hele tijd op bezoek. Dan zit ze op mijn kamer zenuwachtig te wezen. Ze loopt van de ene kant naar de andere, gaat dan zitten op mijn bed en vraagt me duizend keer hetzelfde. Of hij een vriendin heeft. (Nee.) Of ik denk dat hij haar leuk vindt. (Euh.) Of hij nog iets gezegd heeft over die avond. (Dat hij het leuk vond.) En iets speciaals over haar. (Niet dat ik mij herinner.)
Ik word gek van haar maar tegelijk vind ik het fascinerend hoe iemand zich zo kan laten opvreten door gevoelens. Ze kent hem niet eens, ze heeft één keer met hem gepraat en ze is door en door vervuld van een irrationeel gevoel dat ze amper aankan. Ik kan haar niet helpen, hoezeer ik ook zou willen.
Dan gaan we naar de keuken ‘iets halen om te drinken’ en passeren we langs zijn deur die openstaat en zegt ze ‘hallo’ en hij ook en dan kan ik haar knieën al bijna zien knikken. Ik moet haar ook nog eens zeggen dat hij eigenlijk met een Marokkaans meisje moet trouwen…
Toch, ondanks alles denk ik dat ze wel een goed stel zouden vormen. We zien wel. Ik moet dringend eens een date regelen zodat de rust op mijn kot terugkeert.
Nu moet ik gaan. Annelies komt over tien minuten. We gaan samen koken. Ik vertel later meer over haar. Ze heeft iets dat ik niet kan beschrijven. Er komt een dag waarop ik verliefd word op haar. Het moet. Het kan niet anders. Maar ze moet eerst helemaal zichzelf worden, de verlegen hoeken van haar glimlach afschuren, haar hoofd opheffen wanneer ze door de straten loopt en bovenal: ze moet me versieren. Ik wil haar aanbidden. Nu is ze gewoon nog als een beste vriendin.
Nacht
Dit is de nacht. Hier hoor ik thuis. Zij slaapt. Ik typ heel zachtjes. Ze mag niet wakker worden. Ik bekijk haar. Hoe de wimpers haar ogen bedekken, hoe haar mond openhangt, grappig, hoe haar opgekrulde lijf onder het laken zichtbaar is. Ik wil heel veel naar haar kijken en het antwoord vinden.
God zij slaapt zo mooi.
Europa
‘Lukt het niet?’
Ze zat naast me aan tafel en lepelde tergend traag frambozenyoghurt uit het potje. Ik zei haar dat ik kwaad was. Kwaad op mezelf omdat ik het allemaal zo lang had laten aanslepen. Kwaad omdat ik uiteindelijk toch verloren had.
‘Wat ga je doen deze vakantie?’
Ze nam een appel en begon die in stukjes te snijden (‘Ook één?’) Ik antwoordde dat ik het niet wist. Dat mijn geplande droomreis met Dot al lang van de baan was en dat vervanging zich tot nog toe niet had aangediend.
‘Ik trek met de rugzak door Europa en zoek iemand die met me mee wil gaan.’
Ik keek naar buiten en de lucht klaarde op. Mijn leven kreeg plots weer vaste vorm en ik kreeg zin om op te springen, kilo’s spaghetti te maken en door de open ramen te schreeuwen. Ik zei echter gewoon: ‘Oh, zou ik wel leuk vinden, wanneer vertrek je?’
Ik zie het al helemaal voor me, Lore en ik, slapend op de trein, picknickend onder de sterrenhemel, goedkope chips kopend in groezelige supermarkten, muggen doodkloppend vanonder hetzelfde tentzeil.
Nu moet ik vooral mijn cursussen voor me zien. Verbaast het u dat dat moeilijk lukt?
Samenhang
Er is iets geks gebeurd eergisteren. Ja zo zou ik het misschien het beste kunnen omschrijven. Plots stond Lore aan mijn deur. Even voor de duidelijkheid: dat doet ze nooit. Wij komen elkaar enkel tegen wanneer zij toevallig naar het toilet gaat wanneer ik een douche neem of wanneer ik, afgaand op de geuren in de keuken, “toevallig” een omeletje ga bakken wanneer zij een wokgerecht prepareert en me dan terloops vraagt of ik eens wil proeven waarop ik altijd ja zeg.
Maar nu stond ze daar dus en ik vergat haar naar binnen te vragen dus bleef ze aan de deur en ze vroeg of ik met haar naar de cinema wilde gaan. Meteen. Over een halfuurtje. En net toen ik “eeh ja” wilde zeggen, vertelde ze erbij dat ze haar tickets al had gereserveerd maar dat haar vriendin net afgezegd had wegens “ziekjes”. Maar ze heeft vrijdag gewoon haar laatste examen en volgens mij krijgt ze een paniekaanval, voegde ze eraan toe. En toen zei ik: “eeh ja, ik wil meegaan”.
Het was een mooie film. Er gebeurde niet zoveel maar de beelden waren heel mooi en de meisjes droegen mooie jurkjes en het hoofdpersonage was een schrijfster. De meeste mensen in de zaal waren meisjes of jongens met hun liefje. We zijn daarna niets meer gaan drinken omdat ik het niet durfde voorstellen en toen we terug thuis waren zei ze dat ze nog thee ging zetten en of ik nog een kopje wilde. Ik zei ja.
Het was de eerste keer dat ik in haar kamer kwam. Ik had het al eens gezien toen ik in de deuropening stond om iets te vragen maar echt binnen was ik nog nooit geweest. Ik vind dat kamers veel kunnen vertellen als je ze goed leest. Deze kamer was helemaal anders dan die van Dot bijvoorbeeld. Bij Dot is het een klein paleisje met spulletjes en kussentjes en retro posters aan de muur en alles past bij elkaar en straalt iets meisjesachtigs uit.
Hier vond ik geen samenhang. Er hingen grote stukken krant aan de muur met foto’s waar je een heel verhaal bij kon verzinnen en krantenkoppen als “Daar komen de vogels” en “Ik wil winter worden”. Boven haar bed hing een redelijk grote zwart-witfoto van een meisje. Ze was niet speciaal mooi of lelijk maar haar ogen keken met een soort natuurlijke woede. Ik vroeg of ze de foto zelf had genomen en ze zei ja. Ik vroeg niet wie het meisje was. Op het stukje muur dat nog naast het raam te zien was stonden potloodlijnen en rechts bovenaan waren zwarte en goude vegen te zien. Ik vroeg niet of ze een schilderij was begonnen op haar muur. Ik was het zeker. De borstels lagen op haar bureau te blikken naast de potten zwarte en goude verf.
Ze legde wat muziek op die ik kende en daar praatten we wat over. Het was rozenbottelthee. De muziek was van Anthony and the Johnsons.
Gisteren wilde ik er met Dot over praten maar het lukte niet. Ik denk nochtans dat Dot en Lore elkaar wel leuk zouden vinden. Het lukte niet omdat Dot niet zo sprankelend was als anders. Ik kreeg de vage indruk dat ze liever elders wilde zijn en alleen uit verplichting bij mij was. Straks vertrekt ze een week om te gaan skiën met vrienden uit school. Ik weet het niet. Ik weet niets. Ik denk dat ze iets niet wil vertellen.
Marieke
Ik was gisteren bij Julius. Zijn nieuwe vriendin komt bij hem wonen en ik ging wat helpen met verhuizen. Ik heb het er hier nog niet over gehad maar goh, ze is echt een schoonheid. Je hebt meisjes die je mooi vindt omdat je toevallig van hen houdt, zoals ik heb met Dot, maar je hebt er ook die gewoon móói zijn.
Ik denk dat het daar wel zal veranderen in dat huis, nu zij daar komt intrekken. Ze brengt kleur mee, heb ik de indruk. Haar broodrooster is een blauwe met bolletjes bijvoorbeeld. En ze keek rond om te kijken wat ze waar kwijt kon en ze begon luidop te dromen over muren die ze hier en daar wilde schilderen en over nieuwe lampjes en haar houten Afrikaanse beelden die ze in hoekjes zou neerpoten. Ik zag Julius verslagen grijnzen terwijl Beatriz met haar hoofdje in een doos met spulletjes zat te snuisteren.
Het deed me toch maar nadenken. Nu is het niet meer Julius, de jonge kerel met een dochtertje bij wie je eens binnenspringt om een pintje te gaan drinken. Nu is het Julius en Marieke en hun kindje. Voor de buitenwereld klopt het plaatje weer. Voor mij zal het toch wennen worden. Zouden we dan nog steeds naar de beker van België mogen kijken? Of moet zij dan haar soap volgen? En zouden we dan nog het klein kind mogen uithangen? Zou ze dan in slaapkleedje door het huis fladderen? Of draagt ze misschien van die dikke warme pyjama’s die meisjes zo leuk vinden en mannen helemaal niet…?
Theetje
Meisjes mogen niet huilen. Niet wanneer ik van hen hou en het kerstmis is en ze aanbellen. Toch stond ze daar, mijn Dotje, de tranen kleefden overal aan en ze hikte van het huilen. Ik voelde me plots ongemakkelijk en allerlei gedachten schoten door mijn hoofd. “Ik ga diegene die haar doet huilen in elkaar slaan” was er een van. Ze heeft heel lang gewoon op mijn schoot gelegen terwijl ik haar haren streelde. Ik heb ook een theetje gemaakt, haar voeten verwarmd met mijn handen en bezorgd gekeken.
Ze had weer ruzie met haar mama. Dat gebeurt vaak omdat ze allebei zo’n temperament hebben. En omdat Dot zich soms aanstelt. Maar dat mag ik nooit zeggen. Troosten gaat het best wanneer je lieve dingen zegt, heb ik ontdekt. En dus was ik zo lief mogelijk en maakte ik een tweede thee omdat ze de eerste niet zo lekker vond. Ik kuste haar ook op haar wang en niet op haar mond. Ik weet niet of dat een regel is maar het leek me toch wel zo.
Ik heb zelf wel een mooie kerst gehad eigenlijk. Dat lijkt onbenullig maar het was toch speciaal. Korneel was gekomen vanuit Parijs en we zijn gewoon thuis geweest, met z’n drietjes. Het was een beetje onwennig in het begin maar toen begon Korneel te vertellen en we speelden Trivial Pursuit en we praatten over papa. Mama denkt dat er nog spullen van hem op zolder liggen. We durfden niet gaan kijken maar misschien moet ik dat toch eens doen.
Dat heb ik allemaal verteld aan mijn Dot toen ze al wat minder rood en huilerig was en ze vroeg hoe het bij mij was geweest. Soms praten we over gewone dingen. Ze had als kerstkadootje een cd gemaakt met allemaal gekke liedjes. Ik zei dat ze iets kreeg met nieuwjaar. (iemand een idee?)
Blijver
Ik ben er lang niet geweest. Ik was er wel natuurlijk, op een ademlengte afstand zelfs, maar ik wilde niet schrijven. Soms gaat dat niet. Dan wil ik liever buiten zijn, onnozel doen in de regen en vrienden van me gaan bezoeken, die depressief worden van novemberweer.
Ik dus niet.
Het is vreemd dat ook nu de woorden maar moeizaam komen, alsof er iets is wat ze tegenhoudt, al zou ik niet weten wat. Het wordt saai, maar met Dot gaat alles nog steeds prima. Ik heb haar onlangs weer op het podium bezig gezien en de vonk van de eerste keer sprong meteen weer over. Het ziet er dus steeds meer naar uit dat het concept “Noah & Dot” een blijver is, en daar ben ik absoluut niet rouwig om.
Zij daarentegen wordt rusteloos. Ze zegt het niet maar haar hele houding ademt het uit. Ze wil weg, op strooptocht naar nieuwe avonturen en verse verhalen. Ik gok dat ze het weer eens nodig heeft om met haar mooie hoofdje tegen de muur te lopen om dan weer – ja dat had ze zelf natuurlijk al helemaal ingecalculeerd – huilend in mijn vertrouwde armen te lopen. Ach, beste lezer, kijk niet zo verbaasd, ik ken haar goed genoeg. Ik hou namelijk van haar.
Ik hou me dus klaar voor één of andere spectaculaire bekentenis. Tegelijk vraag ik me af of ik kwaad zal zijn. Of in mijn eer gekrenkt. Het is vreemd maar ik heb er toch alle vertrouwen in.
Ondersteboven
Ik vertelde Dot dat ik haar ging meenemen naar Korneel in Parijs. Ze zei dat Parijs de stad van haar dromen was en ik de man van haar dromen. Misschien maakt ze ooit nog een toneel over Parijs of over mij. Ze wil graag theaterteksten schrijven maar ze is onzeker. Ik zei dat ik altijd al gehouden heb van vrouwen die meer willen dan alleen acteren.
Toen kuste ze me. Zo’n kus die schokt en beeft en die je van je sokken blaast. En nu wil ik zo graag schrijven dat we een fantastische nacht gehad hebben. Ik ben er nog steeds ondersteboven van.
Misschien zou ik haar moeten vertellen dat ik ook schrijf. Ik weet het niet. Voorlopig geloof ik nog steeds dat we geheimen nodig hebben. Ik denk dat het daarom is dat we nog altijd samen zijn.
Misschien muziek
Het schoolwerk stapelt zich zienderogen op. De tijd slinkt en krimpt en nog meer van die dingen die de tijd doet wanneer je haar het hardst nodig hebt. En dan toch nog het lef hebben om gewoon even aan ’n leeg stuk digitaal papier te gaan zitten en wat woorden bij elkaar rammelen. Jaja, soms voelt ’n mens zich wél even de schepper van zijn bestaan.
*
Daarnet even liggen soezen op bed. Het was zo’n hallucinante halfslaap waarin de beelden van de droom naadloos versmolten in de noten van een dromerige soundtrack die Het Meisje Van Hierboven er ongewild aan toevoegde. Misschien moet ik straks maar eens vragen of ik mijn usb even mag vullen met haar muziek. Op dat vlak ben ik wel een beetje ’n verzamelaar. Een woekeraar. Zo’n halfgaar geval met een pc die uitpuilt van de muziek uit alle uithoeken van de wereld. Ach, waarover moet ’n mens het anders hebben op feestjes of op café?
*
Misschien moet ik nu meteen maar eens vragen naar die muziek, voor ze dit pand weer verlaat om pas over drie weken terug binnen te sluipen, stilletjes alsof ze iets te verbergen heeft. Het is zo’n meisje waar je niet meteen tegen durft te praten omdat haar blik iets nors heeft en haar leven zichtbaar scheuren en barsten vertoont. Zo’n personage waarvan je vermoedt dat ze de wereld haat en daar stiekem nog plezier in heeft ook. En dan toch gewoon maar Lore heten. Althans dat zegt haar deurbel al vijf maanden. Ik moet dringend socialer worden…
Reactie (1)
Laat een reactie achter
Reacties (2)