Archief voor de ‘portret van haar’ Categorie

Zolderraam

Dit is de computer van Dot. Ik zie haar slapen. Ze heeft een groot bed met rode lakens en rode kussens. Ik wil niet weten wie hier voor mij allemaal sliep. Ik wil niet weten waar haar dromen verstopt zitten en of ik er nog deel van uitmaak. Ik ben hier nu, op een betekenisloze maandagavond, zonder dat het gepland was en zonder dat wij beseften dat geschiedenissen zich herhalen.

Zij slaapt met haar mond een beetje open en omarmt het kussen. Ik lag daar ook, tot daarnet, toen het tot mij doordrong dat ik een uur kon wakker liggen en ook een hele nacht. Ik doe mijn best om heel zacht op de toetsen te drukken. Ik doe mijn best om niet hard te ademenen en niet luid lief te hebben.

Zij heeft gebeld. Het heeft haar bijna twee weken gekost maar zij heeft gebeld. Ze was net op tijd. Ik had mijn mobiele telefoon al ettelijke malen in mijn verlamde handen gehad maar had mezelf telkens weerhouden iets te ondernemen. Ik was de man. Ik behoorde geen gevoelens te tonen. Ik was één der velen die met haar gedanst hadden die bewuste avond na het theater. Als ze mij verkoos dan moest ze dat maar duidelijk tonen. Na al die maanden was ‘bel mij’ net niet goed genoeg.

‘Ik geef morgen een feestje Noah. Kom je ook?’

Het leek absurd en wie kan zomaar ingaan op een uitnodiging de avond voordien en wie verplaatst zich zomaar naar de andere kant van fucking Vlaanderen. Niet over nadenken had Julius gezegd. Gewoon doen. Wat heb je te verliezen? En hij ging verder met het voederen van kleine Titus en het leven leek plots zo simpel en ik vertrok en las de krant op de trein. Het feestje was een succes en ik kende niemand maar daar had ik me op voorbereid en ik vertoonde sociale vaardigheden waarvan ik nooit gedacht had dat ik die in dergelijke mate bezat. Het werd ochtend en ik was in een uiterst interessant gesprek verwikkeld met een niet onknap meisje en ik ontmoette Dots blik toen die vanuit haar ooghoeken naar die van mij tuurde.

Voor ik het wist was ik vuile glazen en etensresten bijeen aan het rapen en was ik de enige jongen tussen een hoop meisjes die ik niet kende en die blijkbaar haar vriendinnen waren. Plots was ik alleen. Plots was al het vuilnis op een hoop gegooid en had zij twee wijnglazen gevuld met rode wijn en het was nog donker hoewel het al ochtend leek en zij stapte strategisch uit de strakke jeans die haar begeerlijke vormen zo goed deed uitkomen.

Ik aarzelde niet. John Lennon zong let it be op de achtergrond en ik zette de cruciale stap in haar richting. Ik opende het bovenste knoopje van haar truitje en loopte de reeks af naar beneden. Ik hoorde haar ademen. Ik voelde haar hart kloppen. Ze wiegde op en neer op haar tenen en kon zich toen blijkbaar niet meer houden. Godverdomme zei ze, zuchtte ze en ze legde haar lieflijke handen op mijn gezicht en drukte haar, haar, haar hele wezen op mijn lippen en het leek alsof de wereld stopte. Een fractie van een seconde kon ik niets doen. Alsof mijn hele lijf even wilde stilstaan bij het feit dat zij eindelijk weer van mij was, voor even.

Plots herinnerde ik me weer hoe het was om te kussen, om die impulsen te voelen die doorheen je lijf lukraak verbindingen maken en die je geest en zoveel meer vertroebelen en dat je moet glimlachen en luidop lachen en dat je haar zachtjes achterover drukt en dat ze zucht en zich welwillend overgeeft en dat je dat beentje in haar hals kust en dat ze zachtjes kreunt en dat je dat lijfje weer voelt. En je wil geen plekje overslaan en je kust als een bezetene elke vezel elke oneffenheid elk plekje dat tegelijk een herinnering is aan iets wat nooit gebeurd lijkt te zijn geweest. Ikziewugraaggodverdomme en het lijkt een taal die je ooit kende, toen je jong was en de toekomst nog helder leek, en zonder obstakels en je denkt even laat dat maar je weet maar half wat liefde is maar kust door en laat je vingertoppen over elke welving glijden en oh my god het is alsof alsof het is alsof je nooit meer zult voelen wat je op dat moment en daar en hoe en wanneer en voor waarom is geen plaats en je eet rechtstreeks uit de hand van het leven en zelfs met je ogen knipperen lijkt een buitenaardse handeling.

En dan sluit ze haar ogen en grijpt ze een stuk van je arm en fluistert ze je naam of iets wat daarop lijkt en ze zucht en zegt of zegt niet of het lijkt dat klanken je om de oren slaan ik heb je gemist noah. Ik was vergeten hoe het allemaal voelde. En je weet je kan niet antwoorden want voor het eerst lijkt alles weer helemaal op zijn plaats.

En je weet je hebt geen toekomst nodig en geen verleden alleen het hier, en het nu, en het kloppen van haar hart dat elk tijdsbesef overbodig maakt. God zij slaapt zo mooi. God de regen tikt zo ritmisch tegen het zolderraam.

Bel me

Ik sprong op mijn fiets en reed bijna onder een tram. De volgende dag ging in een waas aan me voorbij. En zo geschiedde het dat ik voor de tweede dag op rij alleen aankwam in een met fascinerende individuen gevulde aankomsthal. Deze keer kwam geen bekende me van die vreemde mengeling van opwinding en stress redden. En dus werd ik gauw vrienden met de barman. Of met het glas, zo u wil.

Dit keer ging ik achteraan zitten. Haar gezicht was zelfs al wazig van waar ik zat. Het gaf me niet. Ik ademde de lucht die zij ademde. Ik hoorde de woorden die zij sprak. Ik had het gevoel dat ze daar enkel voor mij stond, alsof ze elk moment mijn naam kon noemen en wij er dan halsoverkop vandoor gingen. De felle hoest van de man twee zitjes verder haalde me af en toe weer uit mijn dagdroom.

Na de voorstelling drong het tot me door dat we niets hadden afgesproken. Wat waren haar plannen? En wat stond ik daar nu een beetje lullig te wezen? Even later kwam ze onder luid escorte de foyer binnengewandeld. Dit keer droeg ze een nauw aansluitende jeans en elegante schoentjes met een hakje. Toen ze dichterbij kwam merkte ik dat ze ook make-up droeg. Haar lichte ogen waren groter dan ooit en ze had haar lippen roder dan anders gemaakt.

Zeggen dat ze er in alle eenvoud echt adembenemend uitzag doet zelfs geen recht aan het gevoel dat ik toen had. Het was alsof ze recht uit het verleden weer voor mijn ogen gekatapulteerd was. Dot 2 – the upgraded version.

Ondertussen merk ik dat ik hier elk detail wil beschrijven en dat ik al vier posts lang bezig ben met wat eigenlijk maar enkele uren beslaat. Ik moet het korter maken. Ik ging mee met haar naar het feestje. Ik infiltreerde in de duistere wereld van het theater wanneer het doek al lang gevallen is. Ik praatte met de meest intrigerende figuren en gaf mijn ogen de kost – geloof me, actrices zijn stuk voor stuk sexy, ze weten gewoon hoe ze moeten hanteren wat de natuur hen schonk. Af en toe danste Dot heel  dicht bij me, met dat lijfje van haar in de meest surreële posities en soms keek ze me diep in de ogen.

Ze was anders. Ze deed haar best niet om te zijn, ze wás gewoon. Ik zag mannen naar haar kijken en haar begeren en het deed haar niets. Ze leek vrij, gelukkig en stralender dan ooit. Plots besefte ik dat ze in één klap weer helemaal terug was. Dat ik haar wilde aanraken. Dat ik door haar haren wilde strelen en haar ranke schouders wilde kussen. Plots besefte ik dat ik weg moest. Dat zij niet meer van mij was. Bel me zei ze nog en ze drukte haar lippen op mijn bezwete gezicht.

Het was een gat in de ochtend en de regen deed me goed. Het ontnuchterde op alle vlakken.

We zijn ondertussen een week verder en ik heb nog niet gebeld. Zij ook niet. Ik ga slapen en proberen eens niet over haar te dromen.

Sigaret – 3

Een glas cola. Ik dronk grote slokken. Mijn hand bleef trillen en ik kon het amper verbergen. Ik hoopte maar dat Marieke lang genoeg zou blijven. Ik hoopte maar dat Dot plots tevoorschijn zou komen. Of toch ook niet. Ik was bang dat ik geen woord over mijn lippen zou krijgen. Bang dat ze in de armen zou vliegen van die grote knappe kerel naast me. Doe mij maar een whisky hoorde ik mezelf tegen de barman zeggen. Marieke en haar vriendin vertrokken en ik wandelde mee naar buiten, beseffende dat het beter was dat ik haar niet meer te zien kreeg. Eén der mannelijke acteurs stond buiten te roken. Ik deed teken aan de meisjes dat ze mochten gaan. Ik vroeg een sigaret en vuur. Het was drie jaar geleden. Ik hoestte wat in het begin maar toen verspreidde zich samen met de rook ook een vreemdsoortige rust door mij heen.

Net toen ik weer normaal kon ademhalen wandelde ze naar buiten, nonchalant, een losse jeans en vormeloze schoentjes, haar haren slordig opgestoken. Ze werd door een willekeurige voorbijganger gefeliciteerd en wendde zich tot de roker toen ik haar ogen plots over mijn gezicht voelde glijden.

‘Noah!’
God wat ben je mooi dacht ik maar mijn stem klonk verrassend vast toen ik haar aansprak en de nonchalance die ik veinsde leek natuurlijker dan ooit.
‘Onze actrice.’
‘Hoe kom je hier? En waarom? Ben je alleen? Wat vond je ervan?’
Dat was het begin van een gesprek dat begon daar buiten, tegen de muur, terwijl die jongeman met de sigaret wezenloos voor zich uit staarde en wij een conversatie voerden die evolueerde van de obligate clichématige uitspraken tot een soort enthousiaste nieuwsgierigheid. Ze stak ook een sigaret op.
‘Ik wist niet dat je rookte?’
‘Er is veel dat we niet meer van elkaar weten, Noah. Ik speel morgen nog eens. Als je nog eens wil komen kijken? Er is een feestje achteraf.’
Voor ik het wist had ik ja gezegd en hadden we afscheid genomen.

Sproetjes – 2

Ik ging alleen. Een compleet nieuwe ervaring moet ik toegeven. Het theaterwereldje is altijd verheven van de hippe, knappe, welbespraakte individuen en je voelt je zelfs in gezelschap wat doordeweeks en saai. Maar kom dan bovendien nog eens alleen toe in een overvolle foyer waar interessante mensen ogenschijnlijk de pittigste discussies voeren en ranke meisjes op rode schoentjes een oudere knappe man met stoppelbaard moeiteloos om hun vingers winden.

Gelukkig zag ik dat Marieke er ook was met een vriendin. Ze wuifde me enthousiast goeiedag en redde me van een halfuur ongemakkelijk voor me uit staren. Ja ze begon wat laat, die voorstelling. Ze begon wat laat maar Marieke slaagde erin om ons op drie plaatsen helemaal in het midden te wurmen en ik had het geluk dat er geen dikke man van twee meter voor me gestationeerd was.

De spot ging aan en richtte zich op een beeldschone jonge vrouw met lange koperbruine lokken en een egaal gezicht. Ik zou gezworen hebben dat ik sproetjes zag maar het was mijn brein dat de extra details toevoegde aan het geheel van kenmerken dat voor altijd in mijn geheugen opgeslagen was gebleven. De vrouw sprak de eerste woorden uit en voor de rest van de avond was ik verlamd. Het was Dot. Het was niet meer mijn Dot van vroeger, het kleine grillige meisje dat woedeuitbarstingen afwisselde met passionele gelukzalige momenten. Ze was groter, volwassener, vrouw.

Ik was verloren. Mijn lijf was de meest vanzelfsprekende taken vergeten. Ik kon niet meer slikken. Met mijn ogen knipperen. Alle gevoel was uit mijn linkerhand getrokken. Ik kuchte maar er kwam geen geluid uit. Intussen zette zij haar monoloog voort. Mijn brein kon van de klanken geen zinnige woorden maken. Via mijn ogen en oren, de enige functies die wel nog volop in gebruik waren, bereikten de meest verheven indrukken mijn hele lijf. Ik was compleet verloren.

Applaus. Het was goed hé, sprak Marieke luid boven het geklap uit. Ik denk dat ik enkel maar knikte. Laten we iets gaan drinken zei ze. Ik knikte opnieuw. Je was toch niet in slaap gevallen? Nee hoor. Helemaal niet.

Muur – 1

Ik merk dat het écht lang geleden is. Ik was vergeten dat ik hier weer opnieuw mijn leven uitwreef onder de neuzen van onbekenden. Hallo opnieuw. En dat er veel gebeurd is intussen, zal u vast niet verbazen.

De geuren en kleuren wil men horen blijkbaar. Sofie heeft zich verdiept in het schaken. Ze heeft er al drie vervolglessen op zitten, inclusief Marokkaanse thee en dito jongeman. Van zijn kant nog geen krimp. Als hij al iets voor haar voelt dat niet louter vriendschap is dan is het in elk geval razend goed verborgen. Sofie daarentegen loopt tegenwoordig op hoge hakken en op wolkjes. Haha ze heeft gemerkt dat Marokkaanse meisjes ondanks hun sluiers en lange kleren telkens tien centimeter hoger lopen dan de gemiddelde Vlaamse. Het is een gek gezicht maar ze doet haar best en het lukt haar elke dag beter.

Toch kan ik soms een lach niet onderdrukken. Dat vindt ze niet erg. Ze gelooft in de dingen. Ze gelooft dat het allemaal zin heeft en dat elk schaakstuk dat op het bord verplaatst wordt een specifieke reden heeft. Ze doet maar. Misschien lukt het haar wel.

Ik van mijn kant ben aan het bekomen van een duik in mijn verleden. Vorige week had ik een afspraakje met Annelies. Ik was te verbaasd om euforisch te zijn maar ik nam de uitnodiging aan. Mathieu had afgezegd voor het toneel en ik was de understudy, de nobele tweede keus. Ik vond dat ze er bleek uitzag, en niet zo gelukkig. Die euforische blos van enkele maanden geleden was langzaam weer uit haar ogen gegleden. De laatste keren dat ik het genoegen had in haar buurt te vertoeven, had ze me afwezig geleken, verzonken in gedachten die onmogelijk positief konden geweest zijn. Ze had eerst voor me gekookt en tijdens het eten probeerde ik te begrijpen wat er fout was maar ik stootte steevast op een muur. Ze forceerde een glimlach op haar gezicht en vroeg me naar allerlei randomheden uit mijn bestaan.

In de tram zwegen we. Ik raakte met mijn vingers de rug van haar hand aan. Ze rilde. Het kon ook van de regen geweest zijn. Ik bedacht dat ik haar hand wilde vasthouden en elke vinger stuk voor stuk wilde kussen. We stapten uit en ik zag de plek waar we moesten zijn al door mijn door de regen vertroebelde gezicht opdoemen. Ga jij maar zei ze plots ik denk dat ik naar huis ga. Ik zag haar lange smalle vingers razendsnel op haar mobieltje tokkelen. Ga alsjeblieft alleen smeekte ze ik moet weg. Ze stopte vlug twee toegangskaartjes in mijn handen en verdween in het donker.

En dus ging ik alleen.

Chocolademelk

Ik heb Annelies gevraagd of ze met me naar Parijs wilde gaan.

Ze had net examen gehad en we waren een warme chocolademelk gaan drinken in dat gezellige plaatsje op de hoek. Ze zei dat ze er nog nooit was geweest en dat ze altijd al eens had willen gaan. Haar neus was nog een beetje rood van de kou en onder haar grijze ogen hadden vermoeidheid en stress diepe kringen getekend. Ik had moeite de drang te weerstaan mijn handen op haar bleke wangen te leggen. Ze had nog steeds geen duidelijk antwoord gegeven. Ik zei haar dat mijn broer er woonde en dat we gratis in het huis van hem en zijn vriend konden verblijven. ‘Zijn vriend? Als in zijn lief?’ Ik knikte. Ze keek verrast. Slurpte nog eens van haar chocolademelk. Nog steeds geen antwoord. ‘We kunnen in de lesvrije week gaan.’ Ze slurpte weer en ik voelde mijn berg argumenten slinken.

‘Noah ik kan niet. Ik heb geen geld. Ik moet vanalles doen. Ik moet werken.’
‘Eh. Okee.’
‘Maar ik moet gaan. Ik heb afgesproken met Mathieu over vijf minuten.’
‘Eh. Okee.’

En zo was ik vandaag de verpersoonlijking van de uitdrukking ‘wezenloos achterblijven’. Misschien had ik Barcelona moeten zeggen. Misschien had ik het luchtiger moeten aanpakken. Misschien had ik moeten zwijgen. Misschien.

Ze heeft flauwe uitvluchten. Het is koud. Ik denk aan Dot. Aan Lore. Aan hoe het eeuwen geleden lijkt. Ik denk aan de fles wodka die Boris altijd op zijn kamer heeft en aan hoe ik alles wil vergeten. Ik denk aan hoe lang geleden het is dat ik nog eens aan naakte meisjesrug aanraakte. Maar ik doe niets. Ik zit hier en schrijf.

Het wordt tijd dat ik nog eens naar Julius ga. Mijn meisjesminnende hoofd wat laat rusten. Het wordt tijd dat iemand me goede raad geeft. Het wordt tijd dat Annelies de kamer binnenstormt en me zachtjes kust.

Sofie

Sofie is verliefd op Achmed. Simple as that. Sinds de avond dat ze allen bij ons waren en hij had gekookt houdt ze niet meer over hem op. Die avond hebben ze de hele avond zitten praten, of beter gezegd hij praatte en zij zuchtte en luisterde en knikte. Ik vond het wel grappig zij die anders de hele avond vult met haar verhalen en belevenissen werd helemaal stil door de woorden van mijn Marokkaanse kotgenoot.

Nu komt ze de hele tijd op bezoek. Dan zit ze op mijn kamer zenuwachtig te wezen. Ze loopt van de ene kant naar de andere, gaat dan zitten op mijn bed en vraagt me duizend keer hetzelfde. Of hij een vriendin heeft. (Nee.) Of ik denk dat hij haar leuk vindt. (Euh.) Of hij nog iets gezegd heeft over die avond. (Dat hij het leuk vond.) En iets speciaals over haar. (Niet dat ik mij herinner.)

Ik word gek van haar maar tegelijk vind ik het fascinerend hoe iemand zich zo kan laten opvreten door gevoelens. Ze kent hem niet eens, ze heeft één keer met hem gepraat en ze is door en door vervuld van een irrationeel gevoel dat ze amper aankan. Ik kan haar niet helpen, hoezeer ik ook zou willen.

Dan gaan we naar de keuken ‘iets halen om te drinken’ en passeren we langs zijn deur die openstaat en zegt ze ‘hallo’ en hij ook en dan kan ik haar knieën al bijna zien knikken. Ik moet haar ook nog eens zeggen dat hij eigenlijk met een Marokkaans meisje moet trouwen…

Toch, ondanks alles denk ik dat ze wel een goed stel zouden vormen. We zien wel. Ik moet dringend eens een date regelen zodat de rust op mijn kot terugkeert.

Nu moet ik gaan. Annelies komt over tien minuten. We gaan samen koken. Ik vertel later meer over haar. Ze heeft iets dat ik niet kan beschrijven. Er komt een dag waarop ik verliefd word op haar. Het moet. Het kan niet anders. Maar ze moet eerst helemaal zichzelf worden, de verlegen hoeken van haar glimlach afschuren, haar hoofd opheffen wanneer ze door de straten loopt en bovenal: ze moet me versieren. Ik wil haar aanbidden. Nu is ze gewoon nog als een beste vriendin.

Nacht

Dit is de nacht. Hier hoor ik thuis. Zij slaapt. Ik typ heel zachtjes. Ze mag niet wakker worden. Ik bekijk haar. Hoe de wimpers haar ogen bedekken, hoe haar mond openhangt, grappig, hoe haar opgekrulde lijf onder het laken zichtbaar is. Ik wil heel veel naar haar kijken en het antwoord vinden.

God zij slaapt zo mooi.

Europa

‘Lukt het niet?’

 

Ze zat naast me aan tafel en lepelde tergend traag frambozenyoghurt uit het potje. Ik zei haar dat ik kwaad was. Kwaad op mezelf omdat ik het allemaal zo lang had laten aanslepen. Kwaad omdat ik uiteindelijk toch verloren had.

 

‘Wat ga je doen deze vakantie?’

 

Ze nam een appel en begon die in stukjes te snijden (‘Ook één?’) Ik antwoordde dat ik het niet wist. Dat mijn geplande droomreis met Dot al lang van de baan was en dat vervanging zich tot nog toe niet had aangediend.

 

‘Ik trek met de rugzak door Europa en zoek iemand die met me mee wil gaan.’

 

Ik keek naar buiten en de lucht klaarde op. Mijn leven kreeg plots weer vaste vorm en ik kreeg zin om op te springen, kilo’s spaghetti te maken en door de open ramen te schreeuwen. Ik zei echter gewoon: ‘Oh, zou ik wel leuk vinden, wanneer vertrek je?’

 

Ik zie het al helemaal voor me, Lore en ik, slapend op de trein, picknickend onder de sterrenhemel, goedkope chips kopend in groezelige supermarkten, muggen doodkloppend vanonder hetzelfde tentzeil.

 

Nu moet ik vooral mijn cursussen voor me zien. Verbaast het u dat dat moeilijk lukt?

Samenhang

Er is iets geks gebeurd eergisteren. Ja zo zou ik het misschien het beste kunnen omschrijven. Plots stond Lore aan mijn deur. Even voor de duidelijkheid: dat doet ze nooit. Wij komen elkaar enkel tegen wanneer zij toevallig naar het toilet gaat wanneer ik een douche neem of wanneer ik, afgaand op de geuren in de keuken, “toevallig” een omeletje ga bakken wanneer zij een wokgerecht prepareert en me dan terloops vraagt of ik eens wil proeven waarop ik altijd ja zeg.

 

Maar nu stond ze daar dus en ik vergat haar naar binnen te vragen dus bleef ze aan de deur en ze vroeg of ik met haar naar de cinema wilde gaan. Meteen. Over een halfuurtje. En net toen ik “eeh ja” wilde zeggen, vertelde ze erbij dat ze haar tickets al had gereserveerd maar dat haar vriendin net afgezegd had wegens “ziekjes”. Maar ze heeft vrijdag gewoon haar laatste examen en volgens mij krijgt ze een paniekaanval, voegde ze eraan toe. En toen zei ik: “eeh ja, ik wil meegaan”.

 

Het was een mooie film. Er gebeurde niet zoveel maar de beelden waren heel mooi en de meisjes droegen mooie jurkjes en het hoofdpersonage was een schrijfster. De meeste mensen in de zaal waren meisjes of jongens met hun liefje. We zijn daarna niets meer gaan drinken omdat ik het niet durfde voorstellen en toen we terug thuis waren zei ze dat ze nog thee ging zetten en of ik nog een kopje wilde. Ik zei ja.

 

Het was de eerste keer dat ik in haar kamer kwam. Ik had het al eens gezien toen ik in de deuropening stond om iets te vragen maar echt binnen was ik nog nooit geweest. Ik vind dat kamers veel kunnen vertellen als je ze goed leest. Deze kamer was helemaal anders dan die van Dot bijvoorbeeld. Bij Dot is het een klein paleisje met spulletjes en kussentjes en retro posters aan de muur en alles past bij elkaar en straalt iets meisjesachtigs uit.

 

Hier vond ik geen samenhang. Er hingen grote stukken krant aan de muur met foto’s waar je een heel verhaal bij kon verzinnen en krantenkoppen als “Daar komen de vogels” en “Ik wil winter worden”. Boven haar bed hing een redelijk grote zwart-witfoto van een meisje. Ze was niet speciaal mooi of lelijk maar haar ogen keken met een soort natuurlijke woede. Ik vroeg of ze de foto zelf had genomen en ze zei ja. Ik vroeg niet wie het meisje was. Op het stukje muur dat nog naast het raam te zien was stonden potloodlijnen en rechts bovenaan waren zwarte en goude vegen te zien. Ik vroeg niet of ze een schilderij was begonnen op haar muur. Ik was het zeker. De borstels lagen op haar bureau te blikken naast de potten zwarte en goude verf.

 

Ze legde wat muziek op die ik kende en daar praatten we wat over. Het was rozenbottelthee. De muziek was van Anthony and the Johnsons.

 Gisteren wilde ik er met Dot over praten maar het lukte niet. Ik denk nochtans dat Dot en Lore elkaar wel leuk zouden vinden. Het lukte niet omdat Dot niet zo sprankelend was als anders. Ik kreeg de vage indruk dat ze liever elders wilde zijn en alleen uit verplichting bij mij was. Straks vertrekt ze een week om te gaan skiën met vrienden uit school. Ik weet het niet. Ik weet niets. Ik denk dat ze iets niet wil vertellen. 

 

Volgende Pagina »