Archief voor de ‘Olijk overdag.’ Categorie
Dolores
Achmed en mezelf waren een potje schaak aan het spelen. Hij meesterlijk, ik een leergierige beginner. De laatste tijd hebben we in het strategisch verplaatsen van zwarte en witte figuren onze ideale tijdsbesteding gevonden. Onderwijl drink ik een pintje en hij een thee met verse munt, zo Marokkaans opgegoten enzo. Ik verdenk hem ervan er stiekem stimulerende middelen in te draaien. Of hij is gewoon goed. In elk geval, mijn loper was net naar de rand van de tafel verbannen toen iemand aanbelde en die iemand bleek Sofie te zijn.
Ze had nog een fles witte wijn die dringend op moest zei ze. Toen ik haar mijn momentane bezigheid meedeelde, gaf ze mij de verwachte reactie. Ze werkte nog even tegen maar toen troonde ik haar toch mee naar de plaats die haar al maanden fascineerde en die ze alleen nog maar vanuit haar ooghoeken had kunnen aanschouwen. Het kwam erop neer dat ze eerst heel erg stilletjes onze partij volgde maar zich dan langzaam in onze conversaties mengde. Achmed bood haar thee aan. Aan het einde van de avond bood hij haar ook privéles schaak aan. Zomaar, zonder bijbedoelingen, dat kon ik meteen zien. Wat er ongetwijfeld allemaal door dat kopje van ons Sofie ging was een compleet andere kwestie.
Trouwens, ik heb nog een grappig nieuwtje. Toen ik aan Sofie vertelde dat ik van Lore enkel de voornaam en lichamelijke kenmerken wist, stelde ze met haar meisjesachtige enthousiasme voor om naar de huisbaas van mijn vroegere kot te gaan omdat die vast en zeker op zijn contract de volledige naam van Lore had. Onwaarschijnlijk vergezocht. Maar haalbaar. En dus overhaalde ze me deze namiddag om een fietstochtje richting andere kant van de stad te maken. De man in kwestie was thuis, keek me uiterst achterdochtig aan toen ik mijn verzoek formuleerde maar aan Sofies charmes kon hij duidelijk minder goed weerstaan. En dus liet hij ons binnen, rommelde wat in een lade en haalde toen een stapel papieren boven. Ze heet Lore zeiden we. Ik heb niemand met de naam Lore de afgelopen jaren mompelde hij. Mogen wij anders eens kijken fleemde Sofie.
Contract gevonden. Ze heet niet eens Lore! Haar volledige naam is Dolores Ramón! Spaanse grootmoeder tot daar, maar dat ook haar hele naam zo zuiders klonk had ik zelfs niet voor mogelijk gehouden. Het was een vreemde gewaarwording. Ik had haar duidelijk nog minder goed gekend dan ik had gedacht. Waar zou ze uithangen? Dolores Ramón. Klonk als een Latijns-Amerikaanse filmster. Volgens het contract nochtans geboren in het oerbelgische Leuven.
Sofie vond het natuurlijk allemaal schitterend en wilde meteen diepgravend onderzoek verrichten. Laat het zei ik. Ik wilde haar naam en die heb ik. Laten we het nu maar allemaal even rusten en iets gaan drinken. Dat vond ze een aanvaardbaar alternatief.
De schaakpartij daarnet heb ik met volle overtuiging verloren. Ik vond dat het tijd werd om dit medium even aan te vullen en dus liet ik Sofie onbeschermd bij Achmed achter en zei slaapwel. Een halfuur geleden pas hoorde ik haar het huis verlaten. Ik hoor het morgen wel in geuren en kleuren. Nu zoek ik mijn bed op. Goedenacht.
Iglo
Nu ik mijn geliefde pc weer aan de praat krijg wil ik toch nog even de tijd nemen om u allen te groeten. Ik voel me beter. De windhozen zijn uit mijn getormenteerde hoofd weggetrokken en rust heeft zich in de plaats tussen mijn twee oren genesteld. Met andere woorden: Noah is terug. Althans dat hoop ik. Momenteel schrijf ik vanuit de kamer van mijn buurman aangezien mijn verwarming het door de koude begeven heeft. Eén pijnlijke paradox zo vind ik. Zodus heb ik mijn hele zootje bij dat van Achmed gedropt en hebben we noodgedwongen samen geprobeerd te studeren. Nu ligt mijn matras hier ook maar de kamer te versperren want het is nagenoeg onmogelijk om in mijn iglo slaap te vatten. Morgen komt de verwarmingsman.
Onderwijl kom ik wat meer details te weten over het uiterst boeiende leven van mijn kotgenoot. Terwijl ik dit schrijf praat ik met hem en het heeft iets clandestiens, dit schrijven, daar hij niet weet dat ik er een blog op nahoud.
Ik wilde u allen ook nog meegeven hoe het verhaal van hem en Sofie was afgelopen. Hij had er met geen woord over gerept maar gelukkig was Sofie haar spraakwaterval-zelf en slaagde ze erin me in geuren en kleuren mede te delen dat er niets gebeurd was. Ze hadden gepraat. Afgewassen. Enzo. Ik wil er nu ook niet met hem over beginnen aangezien ik al aan de kant van Sofie ingewijd ben in de situatie. Straks weet ik teveel en dan mag ik de brokken gaan lijmen.
Hij van zijn kant is verder wel een interessante gesprekspartner. Het komt erop neer dat hij zolang hij studeert de relatieve vrijheid krijgt om te doen wat hij wil. Hij liet me ook al weten dat dit geenszins zijn laatste master is. Zijn ouders willen enkel dat hij trouwt met een moslimmeisje, het liefst een Marokkaanse. Hij voegde eraan toe dat ze al erg hun best gedaan hadden om hem te laten studeren en op kot te laten gaan en dat hij hen teveel respecteerde om dat ene verzoek in de wind te slaan.
En je eigen geluk dan kon ik niet nalaten te zeggen. Hij zei dat hij nooit gelukkig kon zijn zonder de goedkeuring van zijn familie. Ik vroeg of hij ooit verliefd geworden was op een Belgisch kettermeisje. Hij zei dat hij dat niet toeliet. Ik zweeg.
Ondertussen heeft hij de uiterst hilarische Britse comedyserie ‘Peep show’ opgezet en is het onmogelijk hier nog een zinnig woord te droppen. Ik laat u dan maar en druk u op het hart dat er zelfs in de koudste dagen van het jaar warmte te vinden is, als u maar genoeg zoekt.
Sofie
Sofie is verliefd op Achmed. Simple as that. Sinds de avond dat ze allen bij ons waren en hij had gekookt houdt ze niet meer over hem op. Die avond hebben ze de hele avond zitten praten, of beter gezegd hij praatte en zij zuchtte en luisterde en knikte. Ik vond het wel grappig zij die anders de hele avond vult met haar verhalen en belevenissen werd helemaal stil door de woorden van mijn Marokkaanse kotgenoot.
Nu komt ze de hele tijd op bezoek. Dan zit ze op mijn kamer zenuwachtig te wezen. Ze loopt van de ene kant naar de andere, gaat dan zitten op mijn bed en vraagt me duizend keer hetzelfde. Of hij een vriendin heeft. (Nee.) Of ik denk dat hij haar leuk vindt. (Euh.) Of hij nog iets gezegd heeft over die avond. (Dat hij het leuk vond.) En iets speciaals over haar. (Niet dat ik mij herinner.)
Ik word gek van haar maar tegelijk vind ik het fascinerend hoe iemand zich zo kan laten opvreten door gevoelens. Ze kent hem niet eens, ze heeft één keer met hem gepraat en ze is door en door vervuld van een irrationeel gevoel dat ze amper aankan. Ik kan haar niet helpen, hoezeer ik ook zou willen.
Dan gaan we naar de keuken ‘iets halen om te drinken’ en passeren we langs zijn deur die openstaat en zegt ze ‘hallo’ en hij ook en dan kan ik haar knieën al bijna zien knikken. Ik moet haar ook nog eens zeggen dat hij eigenlijk met een Marokkaans meisje moet trouwen…
Toch, ondanks alles denk ik dat ze wel een goed stel zouden vormen. We zien wel. Ik moet dringend eens een date regelen zodat de rust op mijn kot terugkeert.
Nu moet ik gaan. Annelies komt over tien minuten. We gaan samen koken. Ik vertel later meer over haar. Ze heeft iets dat ik niet kan beschrijven. Er komt een dag waarop ik verliefd word op haar. Het moet. Het kan niet anders. Maar ze moet eerst helemaal zichzelf worden, de verlegen hoeken van haar glimlach afschuren, haar hoofd opheffen wanneer ze door de straten loopt en bovenal: ze moet me versieren. Ik wil haar aanbidden. Nu is ze gewoon nog als een beste vriendin.
Onderhoudspersoneel
Ik moet u allen updaten. Zo ben ik bijvoorbeeld voor het eerst in twee jaar verhuisd. Ik woon nu helemaal aan de andere kant van de stad, in een veel drukkere straat, op de tweede verdieping van een bescheiden doch aangenaam kot. Wanneer ik opsta en een blik uit het raam werp voel ik me nu plots een deel van een reusachtig groot bewegend geheel.
Mijn drie kotgenoten zijn toffe kerels. Ja u leest het goed, vier mannen samen op één kot. We maken er af en toe echt een nest van maar gelukkig vindt de kotmadam het heerlijk om elke twee weken de gemeenschappelijke delen te komen schoonmaken. De enige voorwaarde is dat we wat gewillig zijn en haar een handje toesteken en luisteren naar haar verhalen. Vooral dat laatste dan.
Nu ik toch bezig ben kan ik desbetreffende kotgenoten maar meteen aan u voorstellen. Er is Boris, een verstrooid geval wan wie je nooit weet of hij nu thuis is of niet, of hij nog leeft of niet. Hij houdt zich bezig met muziek maken op zijn computer en verdovende middelen consumeren met zijn zootje vrienden. Mijn buurman Achmed is de intelligente van de vier. Hij studeert politiek en houdt zich bezig met schrijven, culturele zaken doen en vechten tegen de conservatieve visie van zijn familie. Met hem kan ik het best opschieten. Hij zit ook in zijn masterjaar en laat ons zeggen dat we op dezelfde golflengte zitten. (en gelukkig houdt hij ook van een stevige pint van tijd tot tijd). Youri is het kakkernest van het kot. Net aangekomen aan de unief, gaat meer uit dan goed voor hem is en vindt het nodig om elke week een andere trofee naar zijn kamer mee te nemen. Wij schudden dan eens meewarig ons hoofd en laten hem begaan. Hij zal het wel leren. En hij heeft een Wii.
Nu moet ik gaan. Ik heb sinds het begin van dit schooljaar een nieuwe job. Ik ben onderhoudspersoneel in het Universitair Ziekenhuis. Met andere woorden ik maak gangen en toiletten schoon. Minder ‘cool’ dan werken op café maar de uren zijn beter en je komt er hordes interessante mensen tegen. En als je niet met hen kunt praten dan kan je hen tenminste bekijken en raden wat voor ziekte ze hebben. Lach niet. Wat was de wereld zonder poetsvrouwen!
Groeten
We zijn doorgereden tot we niet meer konden. Tot de avond viel. Tot de lucht zacht en draaglijk was. Wij zijn ergens in Frankrijk vraag me niet waar maar we zijn er en het voelt goed. De frisse pint die voor onze neus stond Jonas die plots zijn laptop bovenhaalde en een netwerk oppikte ik die hem gek verklaarde en toen meteen het kleinood voor mezelf opeiste. En dan zijn er nog Karen, Sofie, Annelies en Nina.
Het busje is van Nina. Gekregen voor haar achttiende verjaardag. Gestoorde ouders zijn blijkbaar de wereld nog niet uit. Hoewel ze me toch meer het cabrio-type leek. Het ding is uitgerust met een uitklapbaar dak waaronder twee mensen kunnen slapen, een frigo, een kraan waar water uitstroomt en een achterbank waarop vier dunne mensen samengeperst kunnen worden.
Sofie zit hier naast me ze probeert mee te lezen ik zeg haar dat ik mail naar mijn broer. Ik verhuis naar het toilet.
Ja hier is het beter rustiger ik hoop dat niemand plots een dringend probleem krijgt want ik wijk hier niet.
Het is leuk om met de meisjes op reis te gaan. Jonas en Nina hebben het langste stuk gereden. Ik sprong soms in en Annelies ook. Karen en Sofie hebben geen rijbewijs. Dat maken ze echter ruimschoots goed door ons ten gepaste tijde van hapjes en drankjes te voorzien. Ik schrijf wat rommelig ik weet het de woorden komen zomaar uit mijn handen gerold.
We hebben ons op een kleine camping geïnstalleerd. Karen en Jonas in een klein tentje, Sofie en Annelies onder het dak en Nina en ik op de uitgeklapte achterbank. Ze zijn gek die meiden. Actief ook. En voorzien! Die hebben gewoon alles mee. You name it they got it. Ik neem weinig plaats in, weinig emotionele en andere ruimte. Ik tetter niet ik schreeuw niet ik raak niet geïrriteerd. Annelies ook niet. Wij zijn de gemakkelijke van de groep. Geef ons een boek, een muziekje een stuk salami en we zwijgen.
Sofie bonkt op de deur. Dat kind heeft energie te veel ik zeg het je ik word nog eens gek. Maar lief is ze wel.
Ik denk dat we gaan. Misschien moet ik overdag mijn gedachten wat ordenen. Dan word ik efficiënter. In elk geval: groeten!
Overduidelijk
We vullen onze dagen met leren, onze nachten met leven en onze avonden met voetbal. Het begon op een vrijdagavond lang geleden toen Lore aan mijn deur kwam en vroeg of ik met haar naar de match van Nederland wilde kijken. Ik dacht dat ze een grapje maakte. Ze zei dat ze dat de ultieme ontspanning vond, mannen die collectief rondrennen op een grasveld. Ik dacht nog steeds dat ze een grapje maakte. Ze kirde dat ze zin had in grote flessen cola en vele zakken chips om gewoon lekker ‘zoals de mannen’ voetbal te kijken.
Ik voelde me ietwat bedreigd. Vrouwen en voetbal plegen niet samen te gaan. Ik had Julius al gewaarschuwd dat ik mijn komende vrijdag- en zaterdagavonden in zijn zetel ging doorbrengen en Marieke al een etentje beloofd, kwestie van iedereen te vriend te houden.
‘Okee je mag mee naar Julius als je me kunt uitleggen hoe buitenspel werkt.’
En zo geschiedde het. Lore en Marieke konden het uitstekend met elkaar vinden en die laatste begon naar het einde toe zelfs mee te juichen, te vloeken en commentaar te spuien. Julius en ik zagen een nieuwe wereld opengaan. Dat etentje hadden we gisteren zeer strategisch gepland in de straat waar het wemelt van de Turkse restaurantjes en we waren dan ook getuige van één magnifiek spektakel toen ze uiteindelijk gewonnen hadden.
En vanavond weer.
De examens lopen op hun einde en de zon zal nooit langer schijnen dan vandaag. De meisjes (Olivia en Karen en co) hebben voorgesteld een post-examen-eet-en-drinkorgie te houden samen met Wolle, Jonas, Vleugel en mezelf en ik beleef spannende dagen met Het Meisje Van Hierboven.
U wilde details. Ik wil ze ook en langzaam maar zeker sijpelen kenmerken over haar verleden en haar heden mijn handbereik binnen. Ik zal schrijven. Meer en veel. Maar nu ga ik afsluiten want ze roept van beneden dat de pannenkoeken klaar zijn. Ik herken de geur al. Overduidelijk. Kaneel.
Strak plan.
Het was even heet als nu terwijl ik dit schrijf. Of misschien iets minder, want het was al later op de avond. Plaats van het delict was ergens aan de waterkant en medeplichtigen drie jongens en vijf meisjes. En eindelijk leerde ik de objecten van mijn observatie kennen. Er was Olivia, en Nina maar ook Sofie, de ‘bestelster’ en Annelies, ‘het grijze meisje’. Jonas kwam samen aan met Karen, de knappe. Die hadden er duidelijk geen gras over laten groeien. Hij glunderde en zij had iets triomfantelijks, alsof ze eindelijk aan alle begerige mannen kon tonen dat ze ‘off the market’ was.
Ik dacht aan Dot. Aan hoe ze zomaar verder kon gaan. Aan hoe ze het normaal vond om samen te slapen en apart op te staan. Aan hoe ik wezenloos op de trein stapte en bijna stikte tussen mensen en zware lucht.
‘Waaraan denk je?’
Het was Annelies. Ze zei het zachtjes in mijn linkeroor terwijl de rest een discussie voerde over de voor- en nadelen van witte kledingstukken. Ik voelde me betrapt en was blij dat de warmte mijn ongetwijfeld blozende gezicht kon verklaren.
‘Ik euh…’
‘Je moet het niet zeggen hoor.’
Een fles jenever ging rond. Ik paste. Het is nooit echt mijn ding geweest. De meisjes hadden ook nog chips en fruitsap meegebracht. En een blok kaas waar ze picknickgewijs blokjes afsneden. Het was een schitterende avond. De gesprekken waren wat men noemt levendig en het gezelschap meer dan aangenaam. Sofie begon de verzen die op de binnenkant van de oevers gedrukt stonden op dramatische wijze te reciteren, Nina vertelde (dat had ik nu écht niet van zo’n poppetje verwacht) een mop waardoor we vijf minuten strijk lagen en de blik van Olivia gleed over de andere aanwezigen.
Ik zei niet veel maar ook niet te weinig. Ik was aanwezig maar niet té.
Er kwamen vragenrondes. Wat we studeerden? Geschiedenis. Oh niet bepaald wat ze verwacht hadden. En zij? Geneeskunde. Farmacie. Tweede jaar. Sofie nog een stukje in het eerste jaar. Nina allemaal zestienen. We kwamen het allemaal te weten. Of ze vriendjes hadden? Karen begon te lachen. Zij deed daar niet aan mee, waarop ze Jonas een stomp gaf en er al lachend aan toevoegde dat hij niet te veel hoefde te verwachten. Hij incasseerde alles nog steeds glunderend. Sofie loste enkel dat ze ‘er mee bezig was’ waarop Nina lachend: ‘altijd maar versieren’. Olivia had blijkbaar een vriendje dat ‘altijd op blote voeten loopt’ en ‘vegetarisch eet’ en blijkbaar een bron van algemene hilariteit was. ‘En jullie?’ Allemaal vrijgezel. Behalve Jonas.
Het duurde een uurtje en toen gleed Dot naar de achtergrond en wij zochten een cafeetje alwaar we ons op zware bieren stortten en zij het op een sangria hielden. Ik ben een beetje vergeten waarover we het toen allemaal hadden. Er werd veel gelachen. Nina gaf nog wat moppen ten beste, Karen vertelde een stoer verhaal over binnendringen en net niet betrapt worden en het vriendje van Olivia kwam ons vervoegen. Hij maakte de verwachtingen volledig waar. Annelies zat nu tegenover me en ik zag haar kijken zoals ik zelf ook vaak kijk: overwegend, zich dingen afvragend, misschien een tikje dronken ook. Ze had grote ogen. Er ging een blad door met onze e-mailadressen. Jonas kuste Karen. Zij vond dat iets voor buiten maar wilde binnen blijven. Wolle probeerde indruk te maken op Sofie maar zij scheen het meer voor Vleugel te hebben. Die laatste had zijn baard laten staan en zag er meteen een stuk beter uit.
Jonas belde net. Of ik ook niet naar de waterkant kom. Karen is er ook. En Wolle. En Sofie. Hier binnen denk ik toch alleen aan Dot. Laat ik maar gaan. Ja dat doe ik. Maar ik maak het niet te laat. Strak plan.
Een snelle lezer weet waar ik nu naartoe ga en kan me komen zoeken. Dat vind ik een mooie toegeving. Weg mysterie!
Kuiken
Ik voel me gelukkig. Er is euforie en heel veel van dat rare spul dat je hersens in vuur en vlam zet en je onophoudelijk doet glimlachen. Het zou een mens verboden moeten worden op zulke momenten te schrijven. Wat je er dan allemaal uitflapt, daar krijg je later spijt van. Maar vandaag niet dus. Spijt komt morgen pas. Of overmorgen. Ik heb een geheim. Meerdere zelfs en het stiekeme gevoel springt onophoudelijk onder mijn borstkas op en neer als een kuiken dat uit zijn ei wil komen. Ja dan gooit een mens er nog eens een foute vergelijking tegenaan.
Hoe kan ik nu vroeg slapen met zoveel bruistabletten vol vrolijkheid in mijn lijf. Wie heeft drugs nodig als je lichaam endorfines maakt!
Neem dit alles maar niet te serieus, beste lezer, besef gewoon dat geluk een beetje als een dik pak sneeuw is dat stralend wit is voor het smelt. Althans dat zei iemand me. En ik beaamde het.
Vandaag ben ik de toekomst. En een klein beetje mysterie.
Toiletpapier
Iemand heeft mijn smeekbede aanhoord en een uitdaging pal voor mijn neus geplant. Boven mijn hoofd, om preciezer te zijn. Crazy Lore is terug! Het huis ruikt meteen weer anders, de lucht stroomt weer en de deuren wapperen en klapperen als nooit tevoren. Er is leven in huis. Zij is teruggekeerd.
Zij heeft zich zonder veel woorden in haar hol boven het mijne genesteld, zich een katje toegeëigend en nieuw toiletpapier gekocht. Wit met blauwe wolkjes. Er ligt fruit in de mand, exotisch, bananen, passievruchten en grote groene bollen die ik niet ken. Ze heeft me nog niet aangesproken, ik zag haar vluchtig in de gang maar voor ze hallo kon zeggen was ik alweer in mijn kamer verdwenen. Of nee, alle dichterlijke vrijheid ten spijt moet ik toegeven dat het omgekeerd was.
Ik heb een fles cola gekocht en me een halfuur beziggehouden met bedenken hoe ik haar zou kunnen aanspreken.
“Mag ik suiker van je lenen?”
“Waar ben je al die maanden geweest?”
“Hoe gaat het nog met je?”
“Hallo”
Toen heb ik bedacht dat ik maar beter niets kon zeggen en wat moest studeren. Ja, dat leek het beste. En straks met Dotje naar de cinema gaan in Leuven voor Music for Life. Of toch maar gewoon de bioscoop dichtbij. Of misschien gewoon wandelen in de wind met twee handen in één want. Pizza gaan eten op de hoek. Beseffen dat geluk een beetje smeltende sneeuw is.
Daarnet bij Julius
“Waarom ben je zo vrolijk vandaag?”
“Pintje?”
“Haha ontwijk de vraag niet! Hoe heet ze?”
“Pintje, ja, nee?”
“Julius is verlieeeehieefd”
“Water misschien?”
Ik geef toe dat ik me echt afvroeg hoe ’n werkende jonge twintiger met ’n dochtertje de vrouw van zijn leven of toch iets dergelijks ontmoet. Het antwoord is blijkbaar simpel: steek je dochter op ballet! Hordes vrouwen, moeders, oma’s en tantes die hun kleine ballerina’s komen afhalen woensdagmiddag na de les. Dat hij daar niet eerder aan gedacht heeft!
“Is het een moeder misschien? Nog getrouwd? Ga je je in de problemen storten?”
“Euh.”
“Het is zeker de lerares!”
“Euh.”
(steels)“Moet ik het aan Beatriz vragen misschien?”
Een zwartharige “zus van” die in een rode golf rijdt. Ze praatte veel. Was een beetje onhandig. Sleutels laten vallen enzo.
Meer details over de zwartharige golfbestuurster heb ik niet vernomen. Hij werd een beetje opgelaten en probeerde me nog ’n pintje aan te smeren waarop ik luidop lachte, kusgeluidjes nadeed en me meteen uit de voeten maakte. Update volgende woensdag na de balletles!
Laat een reactie achter
Laat een reactie achter
Laat een reactie achter