Archief voor de ‘Nukkend bij nachte.’ Categorie
Wind
Het meisje heeft een bleke huid en hele donkere ogen. Haar haar krult een beetje voor het op haar schouders neerstrijkt. Ze smeert altijd Nutella op witte boterhammen bij het ontbijt. Dat weet ik omdat ze namelijk al anderhalve maand de kamer van Boris bezet. Ze is Frans en ze is hier op erasmus. Sinds deze week is ze blijkbaar ook in een – louter seksuele? – verhouding verwikkeld met onze kleine Youri. Die laatste loopt er de laatste dagen dan ook extreem monter bij. Hij lijkt plots tien centimeter groter en heeft de hele tijd een irritant gelukkige smile op zijn gezicht. Het is hem dan ook van harte gegund.
Onderwijl kabbelt mijn leven rustig voort. Daarnet nog eens met Julius voetbal gekeken for old time’s sake. We mochten wel niet roepen want het kleintje zat al in bed. Beatriz huppelde rond met een zakje chips en Marieke probeerde haar vergeefs in bed te krijgen. Het was goed om Julius nog eens te zien. Het was goed om de Rode Duivels nog eens overtuigend te zien winnen.
Onderweg naar huis daarnet waaide ik bijna van mijn fiets. Het huis is leeg op mezelf na. Achmed is naar huis, alsook Youri, en Estelle, het Franse meisje is naar één of ander feestje met haar mede-erasmussers. De wind beukt tegen de ramen maar in mijn hoofd is het stil. Onwillekeurig gaan mijn gedachten uit naar Lore. Waar zou die uithangen? Het lijkt haast onmogelijk in deze door sociale netwerksites en virtuele communicatiemogelijkheden geregeerde wereld maar ik heb geen flauw idee hoe ik met haar in contact zou kunnen komen. Ik ken alleen haar voornaam en de manier waarop ze kijkt wanneer ze in de keuken staat.
Meisje
Ik weet dat het allemaal minder leuk klinkt wanneer ik niet dolgelukkig ben. Wanneer ik niet zo goed weet wat ik moet doen. De waarheid is dat dat nu eenmaal gebeurt, van tijd tot tijd. Je maakt verkeerde beslissingen. Of geen. Of ze keren zich tegen je. En ook al lijkt het hier soms dat mijn leven een avontuur is, soms is het helemaal niet zo. Soms, op een zondag zoals vandaag, zit ik de hele dag voor me uit te staren. Het doet pijn. Als ik een meisje was geweest was ik misschien aan het huilen. Ik weet het niet, ik denk altijd dat meisjes vaak huilen.
Ik heb geen honger en geen dorst en geen zin om verse kleren aan te doen. Zo is het. Weinig lyrisch allemaal. Vanavond gaan Julius en ik poolen. Om mijn gedachten wat te verzetten. En dan zal ik mezelf maar eens samenrapen en gewoon verdergaan. Beseffen dat de strategie ‘afwachten terwijl je in een voordelige positie zit’ niet altijd werkt. Dat je het toch nog uit je handen kan zien glijden op het laatste moment.
Nu zou ik willen dat er een meisje op kot woonde en dat ze voor me zou koken.
Oudejaar
Het is dat mijn computer op het punt staat het te begeven. Het is dat ik ziek geweest ben. Het is dat dat een zo goed als onmogelijke combinatie is om je leven in volzinnen te gieten op het internet. Maar eerst en vooral: 2009 heeft haar intrede gedaan, we kunnen haar dus even goed volgen, ondanks alles. Mijn beste wensen voor u en uw naasten, en het is dat ik dat meen.
Ik weet waarop u wacht. Als u al wacht uiteraard. Hoe het is afgelopen op oudejaar. Ik wilde dat ik het eerder geschreven had. Maar ik wilde zoveel en wat ik wilde is niet meer en ik troost mezelf met de gedachte dat een nieuw jaar nieuwe verhalen aanbrengt.
Waar zal ik beginnen?
Er was Annelies met een zwart jurkje dat haar beeldig stond. Laat het ons erbij houden dat dat het hoogtepunt van de avond was. Of toen ze een wortel in de cocktailsaus dopte en traag knagend verorberde. Toen ze iets na middernacht haar glas champagne omstootte en haar bleke wangen zo heerlijk rood kleurden. Toen ze haar hand op mijn schouder legde en zachtjes vroeg of ik haar het bord met door Olivia zelfgemaakte kaaskoekjes wou doorgeven.
We aten gourmet. ‘Pannekes’ zoals wij dat thuis vroeger noemden en het leuke is dat je gewoon eeuwig terug naar de tafel met eten loopt en het als een gek bakt en frituurt. En dat je daarna gewoon de bovenplaat schoonmaakt en pannenkoeken bakt die half mislukken. Sfeer verzekerd. Er was een hele hoop mensen rond de drie toestellen. Annelies, Sofie, Olivia, Nina, Karen (zij en Jonas zijn blijkbaar als vrienden uit elkaar gegaan hoewel hij er niet was), Wolle, Vleugel, Achmed en mezelf.
De meisjes hadden Singstar meegebracht en na het eten werden ook wij verplicht onze boysbandcapaciteiten boven te halen en onze schorre kelen te schrapen. En maar de stembanden smeren met alcoholische dranken. Wij zakten alsmaar dieper weg in de zetels terwijl zij alsmaar actiever, luidruchtiger en gestoorder leken te zingen. Een buitenstaander zou terecht opmerken dat het een avond was om nooit meer te vergeten. Vijf gsm’s vertelden op vijf verschillende tijdstippen dat het middernacht was en wij kraakten een flesje en dronken op alles wat we toen durfden dromen. Afstuderen bijvoorbeeld. Liefde. Feest. We gingen buiten en keken naar het vuurwerk. Niemand kuste niemand.
Het werd één uur en plots trokken twee individuen, een donker en een licht, zich terug in de keuken om daar braafjes de afwas te doen. De vrouwelijke rest begon te dansen en de mannelijke rest deed zich nog meer te goed aan gegiste dranken. Streekbier is een traditie waar niet gauw aan geraakt mag worden. Ik gniffelde in mezelf omdat Sofie nog eerder op haar hoofd zou staan dan vrijwillig de afwas te doen. Maar bovenal was ik benieuwd. Een lichtjes door alcohol benevelde Sofie en een bloednuchtere (wegens geheelonthouder) Achmed naast een berg vuil in een bedampte keuken op nieuwjaar. Romantiek had al eerder bewezen dat zij niet veel nodig had.
Edoch mijn aandacht werd plots getrokken door het meisje in het zwarte jurkje dat druk aan het bellen was en instinctief haar trui en winterjas begon aan te trekken.
Plots was ze weg. Ze verdween en Olivia wist me te vertellen dat die kerel die zij zo leuk vond haar had gevraagd of ze niet kwam waar hij was. Zo gebeurt het altijd. Ze gaan en nemen geen afscheid. Ze laten je verweesd achter zonder woorden. Ze fietsen de koude nacht in op zoek naar warme armen die de jouwe niet zijn.
De volgende dag belde ze me ’s avonds, hyperenthousiast, met het nieuwtje dat ze de hele nacht samen gedanst hadden en daarna gekust. Gekust op nieuwjaar. Kan het romantischer? Zo zei ze het en ik veinsde enthousiasme. Ik kreeg griep. Per ongeluk. Maar toch kwam ze me elke dag bezoeken, even, tijdens haar pauze en ze zette thee voor me. Ze vertelde zachtjes over Mathieu. Ja zo heet hij en zo kreeg elk bezoek van haar een dubieus kantje.
Ik ben eindelijk beter nu. Mijn pc bijna. Achmed en Sofie vertel ik een volgende keer. Nu ga ik slapen. Ik zal het lot maar niet te veel uitdagen. Ik klink cynischer dan ik ben ik weet het. Gelukkig is 2009 nog lang genoeg om alles op te lossen.
Tot morgen.
Zwanger
Ik ben weer in G. Ik lummel een beetje. Verspil mijn tijd met eindeloze gesprekken voeren met Sofie via het internet. Appelsienen pellen en daarna opeten. Beseffen dat Annelies nu misschien nog aan het studeren is. Of dat ze misschien gewoon in bed droomt van een ander. Me afvragen hoe ik het nu ga aanpakken. Vooral dat.
Ik ben vandaag langs Julius geweest. Het was een eeuwigheid geleden en ik wilde toch verifiëren of de man in kwestie nog in leven was. Nou, levend was hij, en wel ook! Marieke is zwanger! Jullie hebben ook niet getreuzeld kon ik niet laten te zeggen maar ze zagen er zo gelukkig uit en Beatriz verzekerde me dat het een meisje was. Marieke is al drie maanden zwanger. Even voelde ik iets raars toen ik besefte dat ik misschien wat eerder had moeten komen. Maar toen zei Julius dat ik één van de eerste was die het wist. Blijkbaar moet je je geluk pas van de daken schreeuwen als de eerste drie cruciale maanden voorbij zijn.
Julius wordt dus weer vader. En ik zit me af te vragen of ik Annelies nu een sms zou sturen of niet.
Lukt het studeren? Of slaap je al?
Slaap lekker.
Ik dacht aan je. Zomaar.
Ben je al weer in G.?
Ik ben stapelgek op je.
Pover
Vrolijk Kerstfeest. Alleen lijk ik kerstmis niet zo vrolijk te vinden. Ik weet niet goed waarom. Het overkomt me elk jaar weer en ik onderga het maar. We waren met z’n vieren thuis om het te vieren. Mama, Korneel, Philippe en mezelf. Philippe zei dat hij wilde koken. Op z’n Frans. Zo gebeurde het dus dat Korneel en hij gisteren de hele dag in de keuken in de weer waren terwijl ik me vergeefs op schoolwerk en dergelijke probeerde te concentreren. De maaltijd was voortreffelijk, de wijn van de beste import en de gesprekken onderhoudend. Ik deed mijn best maar was er met mijn hoofd niet altijd bij. Misschien moet ik ook homo worden en een Frans lief nemen als Annelies iets met die kerel begint.
De waarheid is, ik weet echt niet hoe ik met de situatie moet omgaan. Plots komen allerlei gedachten door mijn hoofd spoken en meestal in de zin van ’she is mine’. De rollen lijken plots omgekeerd en dat stemt me allerminst gerust. Ik weet het allemaal niet zo goed. Gelukkig sta ik deze kerstperiode in virtuele verbinding met Sofie en vinden we voldoening in elkaars verhalen. Het arme kind met haar crush voor Achmed en ik met mijn (wat is het uiteindelijk?) voor haar vriendin. Dat wordt wat met nieuwjaar op ons kot.
Ik wilde dat ik u kon verblijden met wilde avonturen. De realiteit echter is maar pover. Happens to the best of us, niet?
Garantie
Wat als je hoofd je eigen verhalen niet meer kan bijhouden. Dat het lijkt alsof je leeft in één grote luchtbel die naar beneden rolt en niet meer lijkt te stoppen. Het schrijven lonkt maar je komt er maar niet toe en het witte scherm lijkt dichterbij dan ooit. Woorden. Teveel woorden om neer te pennen en de sliert klassieke muziek helpt niet om rustig te worden.
Annelies is verliefd. Alleen, niet op mij. Ze vertelde het me boven een glas rode wijn in een charmant café en ik denk dat ik twee minuten lang geen woord door mijn plots kurkdroge strot kreeg. Ze zette haar kin op haar handen en keek schuin omhoog zoals ze altijd plegen te doen, romantisch verzuchtende meisjes. Hij zit in haar klas, blijkt één en al perfectie en hij legt haar morgen één of ander aartsmoeilijk chemisch vak uit op haar kot. Ik stelde ontelbare vragen omtrent zijn persoon en voelde me plots de jaloerse grote broer.
Hoe is dat nu weer kunnen gebeuren? Het was reeds één der zekerheden mijner bestaan geworden, Annelies die stiekem van me hield, ik die de boot afhield maar ondertussen wel de perfecte garantie, back-up had. Even wachten en alles kwam goed. Heb ik dat mooi even fout ingeschat. Ze is zelfs zo weinig gek op me dat ze me recht in mijn gezicht kan zeggen dat ze het wel is op een ander. En me dan nog raad vragen ook.
Wanneer was het precies dat ik de boot der intelligentie heb gemist?
Leven
Het is een jaar geleden dat papa gestorven is. Wat is dat toch met datums. Het is 366 dagen geleden dat papa plots een hartaanval kreeg. En waarom moet ik daar nu zomaar aan denken? Wat een vreemd en random getal om pijn naar boven te laten komen. Ik voel het door de kamer wandelen met grote, zware stappen en de grond onder mijn voeten zindert. GEMIS. Noah die vorig jaar al zijn examens verklootte en een maand minder vakantie had. ANGST. En wie heeft godverdomme beslist dat één verdriet-item de deur wagenwijd open moet zetten voor al de rest? Waarom moet ik nu ook nog denken aan Dot die toen uren naast me zat, haar eigen leven achter zich latend alleen maar om mij te troosten?
Ik wil praten met Korneel.
En wat moet ik met Lore aanvangen?
Het komt goed. Ik ga Korneel bellen. Ik ga Lore slaapwel zeggen. Ik ga slapen. Ik ga morgen studeren. Ik ga met Lore op reis. Ik ga leven.
Zomaar.
Zo heet als het gisteren was, zo koud is het vandaag. De stad praat niet terug en helden sterven bij bosjes. De pak frieten smaakt me niet. Nog duizend woorden. En dan slapen. Misschien moet ik vragen of Lore naast me komt liggen. Zomaar. Omdat dat warmer is.
Wezenloos
Ik vraag me af. Ben ik werkelijk ontspoord omdat ik oude verhalen vergeefs probeer te overschrijven met nieuwe? Omdat ik personages probeer te wissen, te veranderen, te vergeten? Maar wie weet godverdomme hoe het voelt om nog één keer met haar in mijn armen te liggen. Om in gestolen tijd haar lippen te voelen, haar huid te kussen, haar haren te strelen. Dit is de weerwolf nukkend bij nachte. Huilend naar de maan. Oude geliefden verscheurend. Wezenloos weer mens wordend.
Ik vraag me af wanneer de woorden zullen staken.
Ik vraag me af of zij nu slaapt, en hoe, en waar.
Beleefde jongens
Het voordeel (dat is dan meteen ook het enige) aan groepswerken is dat je er soms kameraadschap aan overhoudt. Bewijs daarvan donderdag. Met z’n vieren zijn we toen naar de marginaalste straat die onze stad rijk is afgezakt. Eerst nog in de plaatstelijke nachtwinkel ‘een bak’ gekocht, die naar het dichtstbijzijnde kot gesleurd en die daar leeggedronken onder luidruchtig gepraat en stomme grappen. Toen we allemaal behoorlijk aangeschoten waren, besloten we net dat stapje teveel in de wereld te zetten.
Het was magistraal. Het was schitterend. Het was eenvoudigweg briljant. Ga naar een random café (of zoek dat met de ergste naam), wandel binnen alsof je er geboren bent, grijns megalomaan en begin als een gek te dansen. Met een beetje talent kan je zelfs de hele tijd gratis drank versieren (Wolle), het mooiste meisje aanwezig zover krijgen dat ze de hele nacht mee van locatie verandert (Jonas) of gewoonweg een halve liter bier over je heen krijgen (Vleugel).
En dan te bedenken dat wij overdag perfect aanvaardbare, beleefde jongens zijn.
Gisteren laat gewerkt. Me belabberd gevoeld. Mijn blonde collega afgesnauwd. Een glas omgestoten op de kleren van een beeldschoon meisje. Na mijn werk een dik pak frieten naar binnen gespeeld. Me waarlijk gelukkig gevoeld. Geslapen. Even wakker geworden. Nog een eeuwigheid geslapen.
Laat een reactie achter
Reacties (14)
Reacties (3)