Archief voor de ‘een dag als een andere’ Categorie
Heil
Straks ga ik met Sofie naar de cinema. We hebben in elkaar echt de ideale maatjes gevonden. Soms krijgt ze één of ander wild idee in haar kopje en dan belt ze me razend enthousiast op en dan zeg ik meestal gewoon ja. Ja laten we midden in de nacht op onze fietsen springen en naar dat afgelegen plekje rijden om daar een fles jenever binnen te kappen. Ja laten we een dagje naar de Ardennen gaan, onze tent daar ’s avonds in een bos opslaan en dan beseffen dat het wel héél erg koud aan het worden is ’s nachts. En dan kijkt ze me aan met die hondenogen van haar en nestelt ze zich in mijn armen.
Onlangs kwam ze het café binnengewandeld met weeral een nieuw staaltje mannelijkheid aan haar arm. Ik heb dat nodig zegt ze. Ik geloof haar best, alleen zou ik het niet kunnen, zo iemand opscharrelen, er wat aan zitten prutsen en hem de volgende dag weer netjes buitenbonjouren. Maar we weten allemaal waar haar hart ligt en dat dat ergens in Marokko is en dat Marokko dat nog steeds niet door heeft. Of hij wil het niet doorhebben. En dan denk ik kind stop er toch mee en zoek je heil ergens anders maar ze blijft erbij dat ze denkt dat het een kans heeft. Vrouwen. Ze zullen het wel allemaal beter weten dan ik.
Ik zoek mijn heil echter ook nergens anders. Mijn heil heet nog steeds Annelies. Mijn heil heeft nog steeds grijze ogen. Mijn heil is helaas nog steeds dolgelukkig met haar Mathieu. Soms wil ik haar zeggen dat ik hem maar een degoutant ventje vind maar ik hou wijselijk mijn mond. Soms neemt hij niet op als ze belt. Soms komt ze hem onverwachts bezoeken en dat is er een meisje op zijn kot. Gewoon een vriendin. Yeah right. Soms heb ik zin om hem op zijn bakkes te slaan en te zeggen dat hij haar godverdomme beter moet behandelen.
Zij kijkt echter nog steeds dromerig wanneer zijn naam over haar lippen rolt. Dan pers ik een glimlach op mijn lippen en zeg iets neutraals.
‘Oh. Tof.’
‘Geniet er maar van.’
‘Kom toch gewoon bij mij.’
Na de film gaan we naar dat café waar het volgens Sofie krioelt van de knappe alternatieve mannen. Laat ons hopen dat die hun even knappe gezelschapsdames meegebracht hebben…
Schoen
Er komt meer veel meer maar ik moet slapen nu. Omdat ik ook op zaterdagen werk. Ik heb mijn schoen gezet. En mens kan nooit teveel hopen.
Heb ik u al gezegd dat zij zo mooi is als ze lacht?
Euh…
Ik leef nog. Ik beloof het.
Geen garanties
Ik ben ontslagen. Mijn fout. Ik had op voorhand moeten zeggen dat ik meer dan een maand niet meer kon komen werken. Mooie herinneringen wel aan die groezelige ruimte waar bier gemorst werd, meisjes glimlachten en ik vele nachtelijke uren kon meegenieten van magisch-marginale taferelen.
Gisteren voor het eerst sinds lange tijd nog eens een avond met Julius doorgebracht. Bier vloeide niet zo rijkelijk als anders wegens ‘Noah moet studeren’ maar de match was een thriller en hij juichte net iets meer toen Van der Sar die laatste penalty pakte. Maar de avond was zo (ont)spannend en zinnenverzettend dat voor mijn part Oost-Mongolië de Champions League had mogen winnen. Dit uiteraard, liefste vrouwelijke lezers, geheel terzijde.
- Noah zoekt vergeefs naar interessante nieuwtjes om mee te delen -
Lore beloofde dat ze voor me ging koken vanavond.
Morgen ga ik met Vleugel en Jonas naar de nieuwe Indiana Jones kijken.
Waar blijft de zon?
Ik denk dat ik er nog eens wat pagina’s ga doorjagen.
U hoort later meer. Als er effectief iets gebeurt. Hopelijk. Geen garanties.
Heeft iemand een straf verhaal?
Kort
We zijn gaan eten met mama. Korneel was gekomen vanuit Parijs. Hij rijdt nu met een rood coltje en het is grappig om te zien. Straks gaan we naar de zee. Vanavond moet hij terug. Hij is nog steeds samen met Philippe. Misschien blijft het deze keer wel. Ik ben een beetje kort van stof. Ik heb misschien te lang in de zon gezeten.
Wil iemand me even zeggen dat ik dringend moet beginnen leren?
Modder
Ik ben in een slechte bui en daarom schrijf ik niets. Het heeft dus niets met u te maken, als u dat soms dacht. Soms komen de woorden niet. Daar is niets raars aan en dat moet ook niet verborgen worden maar het is een waarheid als een andere. Hoewel, nu ik hier flink tegen mijn zin wat woorden typ, komt dat oud genot toch weer naar boven. Zoals Julius en ik die gisteren voor de buis gekluisterd het BK veldrijden volgden daarbij alle zever en zorgen van alledag vergetend en vergezeld van, wat dacht u anders, een frisse pint.
Het deed ons toch maar goesting krijgen in buitenlucht en na de koers hebben we zelf onze fiets genomen en aan amateur-veldrijden gedaan. Het park in de buurt was dan maar een veld en wij Nys en Wellens. Af en toe zag je een voorbijganger zich afvragen hoe oud we wel waren. Er was dan wel geen modder maar onze kreten spraken voor zich.
Het was te lang geleden dat ik nog eens iets anders dan anders had gedaan. Een week ofzo maar zonder het te beseffen begraaft een mens zich in het hol van de winter en komt er niet helemaal meer uit.
Ondertussen beukt de wind tegen de oude ramen als wil ze me wakker maken en ik hoor de vloer boven me vervaarlijk kraken als wil Lore zeggen “kom dans met me mee”. En ik die aan dit epistel begon met een kwaad gezicht produceer mijn eerste glimlach van de dag. Zou ik?
Lieve Heer
Het lieveheersbeestje dat me even afleidde van historisch gewirwar was traag. Het spreidde haar glanzende zwarte vleugeltjes en maakte aanstalten om weg te vliegen. Het aarzelde en besloot toen toch te blijven. Getuige daarvan de vleugeltjes die met overduidelijk vrouwelijke charme weer onder de rood-zwart gestippelde dekschildjes verdwenen. Parmantig stapte het verder en ik verdiepte me weer in papier.
Ik schrijf dit omdat het me op één of andere manier ontroerde. Als ik zou geloven in een Lieve Heer, dan zou ik dit kleine schepseltje ook naar hem vernoemen denk ik.
Lore is dan toch nog komen kloppen, om mijn draad van de vorige keer weer op te pikken. Tegen negen was het toen al. Ze verontschuldigde zich en mijn maag gromde duidelijk hoorbaar “terecht!” terwijl ik zei dat ik het niet erg vond. Het goede nieuws was dat het deeg toen al gemaakt was en ze mij constant van het toch wel voortreffelijke voedsel kon voorzien. Ze smaakten anders dan gewone pannenkoeken, die Lore-baksels. Dat zei ik ook tegen haar en ze produceerde ’n glimlachje. “Ik doe er kaneel in.” Ik besloot vaker met haar te eten. Ze zei niet veel maar ze intrigeerde me mateloos.
Straks bij Julius met nog wat van z’n voetbalmakkers naar de Champion’s Leaguefinale kijken. Laat de grote verhalen en de bakken bier maar aanrukken! En laat de vrouwen zwijgen, alsjeblieft! – liefste vrouwelijke lezers, gelieve dit niet persoonlijk te nemen… –
Pannenkoeken
Ik zou de gehele godganse – en als je studeert kan die héél lang duren – dag aan mijn bureau vastgeroest gezeten hebben, ware het niet dat mijn menselijke aard me op uiterst subtiele wijze bevrijdde. Het toiletpapier was op en dus zag ik mezelf dankbaar genoodzaakt de dichtstbijzijnde supermarkt te bezoeken. Omdat mijn drang naar woordelijk contact blijkbaar een zeldzame keer de kop op stak, besloot ik aan Lore boven mij en Bert onder mij te vragen of ze niets nodig hadden.
Ik betrapte mezelf erop het wel een beetje spannend te vinden bij Het Meisje Van Hierboven aan te kloppen. Ik had haar kamer nog nooit vanbinnen gezien. De zweverige melodie die weerom via onbekende kanalen mijn oren binnensloop vertelde me dat ze er zeker was. Ze kwam niet zelf opendoen maar riep gemoedelijk “binnen” toen ik aan haar deur klopte. Ik zal haar kamer en mijn gevoel erbij wel een andere keer beschrijven. Zijzelf lag languit op bed, fluostift in de linkerhand, lichaam rondom ’n dik boek gekruld, haar hoofd rustend op haar rechterhand. Ze zei dat ze niets nodig had maar dat ze wel pannenkoeken zou bakken en dat we misschien samen konden eten. Dit keer vroeg ik wél welke muziek ze aan het afspelen was. Yann Tiersen. Dat die naam me compleet onbekend was, vond ze raar. Ik vind jou ook raar, wilde ik zeggen maar in plaats daarvan zei ik gewoon dat ze ‘s avonds maar op mijn deur moest kloppen als ze wilde eten.
Dat Bert niet op zijn kot was, verbaasde me wel. Het leek me erg onwaarschijnlijk dat hij niet aan het leren zou zijn. Als je Bert zou tegenkomen op straat, zou je hem in het hokje “saai” stoppen, als je hem al had opgemerkt natuurlijk. Maar als je hem leert kennen, is hij echt oké. Hij studeert gewoon wiskunde. Alleen wiskunde! Het lijkt me de ergste marteling die ik me kan indenken, maar hij wordt dolgelukkig van cijfers en matrices en diagrammen en dergelijke. Ik verdenk hem ervan een beetje geniaal te zijn. Maar misschien komt dat gewoon door zijn bril en de moeilijke woorden die hij gebruikt. Hij zat op het koertje met de tweelingkatjes James en Joyce te spelen. Hij had ’n veel te gezonde blos op zijn wangen voor zijn doen, alsof hij verliefd was ofzo. Ik vroeg hem ernaar en hij zei dat hij zonet een hele moeilijke theorie onder de knie had gekregen. Gekke kerel. Hij had enkel een fles cola en een zak chips nodig.
Ondertussen zit ik weeral enkele uren onbeweeglijk op die stomme bureaustoel. Ik moét wel. Voorlopig heb ik nog geen herexamens en dat wil ik zo houden. Mijn vakantie met Dot hangt ervan af en ik vind dat toch wel ’n mooie motivatie.
Het is al acht uur, ik heb honger en Lore laat nog steeds niets van haar horen.
Misschien muziek
Het schoolwerk stapelt zich zienderogen op. De tijd slinkt en krimpt en nog meer van die dingen die de tijd doet wanneer je haar het hardst nodig hebt. En dan toch nog het lef hebben om gewoon even aan ’n leeg stuk digitaal papier te gaan zitten en wat woorden bij elkaar rammelen. Jaja, soms voelt ’n mens zich wél even de schepper van zijn bestaan.
*
Daarnet even liggen soezen op bed. Het was zo’n hallucinante halfslaap waarin de beelden van de droom naadloos versmolten in de noten van een dromerige soundtrack die Het Meisje Van Hierboven er ongewild aan toevoegde. Misschien moet ik straks maar eens vragen of ik mijn usb even mag vullen met haar muziek. Op dat vlak ben ik wel een beetje ’n verzamelaar. Een woekeraar. Zo’n halfgaar geval met een pc die uitpuilt van de muziek uit alle uithoeken van de wereld. Ach, waarover moet ’n mens het anders hebben op feestjes of op café?
*
Misschien moet ik nu meteen maar eens vragen naar die muziek, voor ze dit pand weer verlaat om pas over drie weken terug binnen te sluipen, stilletjes alsof ze iets te verbergen heeft. Het is zo’n meisje waar je niet meteen tegen durft te praten omdat haar blik iets nors heeft en haar leven zichtbaar scheuren en barsten vertoont. Zo’n personage waarvan je vermoedt dat ze de wereld haat en daar stiekem nog plezier in heeft ook. En dan toch gewoon maar Lore heten. Althans dat zegt haar deurbel al vijf maanden. Ik moet dringend socialer worden…
Meisjes
Meisjes, ze zijn zo moeilijk meneer. Je ziet het al van ver aankomen. Ze kussen je te vluchtig, ze smijten hun rugzak al te hard in de hoek van de kamer, hun schoenen al even argeloos ernaast. Ze klagen over persoon X waarvan je het bestaan al lang vergeten was en vragen je waarom je al twee dagen niet meer gebeld hebt.
En dan zit je daar. Je hebt net je uiterste best gedaan om je biotoop wat op orde te brengen, je hebt de afwas van een week in een mum van tijd afgewerkt, je hebt zelfs een propere T-shirt aangetrokken, enkel en alleen omdat zij na vijf dagen A’pen een nachtje bij jou komt logeren alvorens naar haar thuishaven te gaan.
Ze studeert iets dramatisch, die van mij. Op slag verkocht was ik, toen ik haar bij een zeldzaam toneelbezoek mocht aanschouwen op de planken. Verliefd. Op haar sprekende ogen, haar heldere stem en haar gestroomlijnde lijfje als uitstekende klankkast. Drie keer heb ik die specifieke voorstelling gezien. En toen pas zag zij mij. Maar goed, da’s een ander verhaal. Dramatiek heb ik gevraagd en dramatiek heb ik gekregen. Zo ook daarnet.
Of ik haar miste, vroeg ze op een toon die me duidelijk maakte dat geen enkel antwoord zou volstaan. Haar missen? Ik studeer, werk, leef, eet, slaap, ga uit en probeer ook nog eens een sociaal leven te onderhouden. Uiteraard zijn er avonden waarop ik vergeefs in het donker naar haar onderrug tast. Maaltijden door mij geprepareerd waarvan ik denk dat ze die ook wel zou kunnen smaken. Ik merk haar afwezigheid. Dat zei ik ook.
Reactie (1)
Laat een reactie achter
Laat een reactie achter