Tot straks
Je lijkt op haar zei ik, en ik aanschouwde haar, zittend in een fauteuil, één arm om de knieën geslagen, een boek lezend. Ze had haar blonde haar niet gekamd en de rest van de nacht weerspiegelde in haar ogen.
Zij kan op alle manieren lezen. Opgekruld in een fauteuil, zoals nu, of languit op het bed lingering zoals ze in het Engels zeggen, of al rechtstaand, met een boek of tijdschrift in haar ene hand geklemd terwijl ze op de tast met de andere hand de doos melk uit de koelkast haalt en met lange teugen uit het brik dringt, ogen nog steeds op de kleine letters gericht. Ze leest ook op het toilet, getuigende de vele krantenstukken, halfverscheurde tijdschriften en boeken op haar kleine kamertje.
Kookboeken leest ze niet, tenzij er een verhaal aan vast hangt.
Ik weet niet goed wat te doen vandaag zegt ze plots, het boek opzij leggend en hoofdschuddend naar het plafond starend. Ik weet niet goed wat aan te vangen met mezelf. Het was vroeg en mijn gedachten waren nog niet zo geordend als nu. Mmmhhh murmelde ik en lepelde nog een hap cornflakes naar binnen. Ik was net opgestaan. Zij had veel bewogen en veel plaats ingenomen in het bed.
De laatste weken woon ik bijna bij haar. We hebben een ritme ontwikkeld waarin we elkaar ruimte geven. Mijn laptop en mijn harde schijf slingeren daar al rond en ik heb een eigen tandenborstel en de obligate pintjes liggen in de koelkast, naast kerstomaatjes en biologische plattekaas.
Ik werk even niet. Om mij op de studies te concentreren officieel, maar eigenlijk geniet ik van het niets doen. Van het lezen en soms ook schrijven. Van het met gesloten ogen naar magistrale nummers luisteren. Van het liefhebben.
Zij is gelukkig vandaag. Het jurkje dat ze draagt is rood en haar nagels hebben dezelfde kleur. Ze heeft haar ogen opgemaakt en ik word onbewust naar haar toegezogen. Ik ga wat naar buiten zegt ze. In het park wat verder lezen. Misschien een trui kopen. Misschien ook gewoon wandelen en met mijn hoofd in de wind lopen en geld geven aan een zwerver.
Ze kust mijn voorhoofd en ik wrijf vergeefs de slaap uit mijn ooghoeken.
Tot straks. Ja, tot straks.
En Ahmed en dat verhaal?
Is het te moeilijk nu ze meeleest? Dat kan ik begrijpen.
Misschien tot ooit nog, anders wens ik je het allerbeste en alle geluk toe. Beiden niet zo realistisch maar ik hoop dat je af en toe toch iets van dat allerbeste en iets van al dat geluk mag proeven. En misschien wel vaker dan af en toe, en meer dan iets. Dat wens ik.