Archief voor november 2009 | Maandelijkse archief pagina
Sigaret – 3
Een glas cola. Ik dronk grote slokken. Mijn hand bleef trillen en ik kon het amper verbergen. Ik hoopte maar dat Marieke lang genoeg zou blijven. Ik hoopte maar dat Dot plots tevoorschijn zou komen. Of toch ook niet. Ik was bang dat ik geen woord over mijn lippen zou krijgen. Bang dat ze in de armen zou vliegen van die grote knappe kerel naast me. Doe mij maar een whisky hoorde ik mezelf tegen de barman zeggen. Marieke en haar vriendin vertrokken en ik wandelde mee naar buiten, beseffende dat het beter was dat ik haar niet meer te zien kreeg. Eén der mannelijke acteurs stond buiten te roken. Ik deed teken aan de meisjes dat ze mochten gaan. Ik vroeg een sigaret en vuur. Het was drie jaar geleden. Ik hoestte wat in het begin maar toen verspreidde zich samen met de rook ook een vreemdsoortige rust door mij heen.
Net toen ik weer normaal kon ademhalen wandelde ze naar buiten, nonchalant, een losse jeans en vormeloze schoentjes, haar haren slordig opgestoken. Ze werd door een willekeurige voorbijganger gefeliciteerd en wendde zich tot de roker toen ik haar ogen plots over mijn gezicht voelde glijden.
‘Noah!’
God wat ben je mooi dacht ik maar mijn stem klonk verrassend vast toen ik haar aansprak en de nonchalance die ik veinsde leek natuurlijker dan ooit.
‘Onze actrice.’
‘Hoe kom je hier? En waarom? Ben je alleen? Wat vond je ervan?’
Dat was het begin van een gesprek dat begon daar buiten, tegen de muur, terwijl die jongeman met de sigaret wezenloos voor zich uit staarde en wij een conversatie voerden die evolueerde van de obligate clichématige uitspraken tot een soort enthousiaste nieuwsgierigheid. Ze stak ook een sigaret op.
‘Ik wist niet dat je rookte?’
‘Er is veel dat we niet meer van elkaar weten, Noah. Ik speel morgen nog eens. Als je nog eens wil komen kijken? Er is een feestje achteraf.’
Voor ik het wist had ik ja gezegd en hadden we afscheid genomen.
Sproetjes – 2
Ik ging alleen. Een compleet nieuwe ervaring moet ik toegeven. Het theaterwereldje is altijd verheven van de hippe, knappe, welbespraakte individuen en je voelt je zelfs in gezelschap wat doordeweeks en saai. Maar kom dan bovendien nog eens alleen toe in een overvolle foyer waar interessante mensen ogenschijnlijk de pittigste discussies voeren en ranke meisjes op rode schoentjes een oudere knappe man met stoppelbaard moeiteloos om hun vingers winden.
Gelukkig zag ik dat Marieke er ook was met een vriendin. Ze wuifde me enthousiast goeiedag en redde me van een halfuur ongemakkelijk voor me uit staren. Ja ze begon wat laat, die voorstelling. Ze begon wat laat maar Marieke slaagde erin om ons op drie plaatsen helemaal in het midden te wurmen en ik had het geluk dat er geen dikke man van twee meter voor me gestationeerd was.
De spot ging aan en richtte zich op een beeldschone jonge vrouw met lange koperbruine lokken en een egaal gezicht. Ik zou gezworen hebben dat ik sproetjes zag maar het was mijn brein dat de extra details toevoegde aan het geheel van kenmerken dat voor altijd in mijn geheugen opgeslagen was gebleven. De vrouw sprak de eerste woorden uit en voor de rest van de avond was ik verlamd. Het was Dot. Het was niet meer mijn Dot van vroeger, het kleine grillige meisje dat woedeuitbarstingen afwisselde met passionele gelukzalige momenten. Ze was groter, volwassener, vrouw.
Ik was verloren. Mijn lijf was de meest vanzelfsprekende taken vergeten. Ik kon niet meer slikken. Met mijn ogen knipperen. Alle gevoel was uit mijn linkerhand getrokken. Ik kuchte maar er kwam geen geluid uit. Intussen zette zij haar monoloog voort. Mijn brein kon van de klanken geen zinnige woorden maken. Via mijn ogen en oren, de enige functies die wel nog volop in gebruik waren, bereikten de meest verheven indrukken mijn hele lijf. Ik was compleet verloren.
Applaus. Het was goed hé, sprak Marieke luid boven het geklap uit. Ik denk dat ik enkel maar knikte. Laten we iets gaan drinken zei ze. Ik knikte opnieuw. Je was toch niet in slaap gevallen? Nee hoor. Helemaal niet.
Muur – 1
Ik merk dat het écht lang geleden is. Ik was vergeten dat ik hier weer opnieuw mijn leven uitwreef onder de neuzen van onbekenden. Hallo opnieuw. En dat er veel gebeurd is intussen, zal u vast niet verbazen.
De geuren en kleuren wil men horen blijkbaar. Sofie heeft zich verdiept in het schaken. Ze heeft er al drie vervolglessen op zitten, inclusief Marokkaanse thee en dito jongeman. Van zijn kant nog geen krimp. Als hij al iets voor haar voelt dat niet louter vriendschap is dan is het in elk geval razend goed verborgen. Sofie daarentegen loopt tegenwoordig op hoge hakken en op wolkjes. Haha ze heeft gemerkt dat Marokkaanse meisjes ondanks hun sluiers en lange kleren telkens tien centimeter hoger lopen dan de gemiddelde Vlaamse. Het is een gek gezicht maar ze doet haar best en het lukt haar elke dag beter.
Toch kan ik soms een lach niet onderdrukken. Dat vindt ze niet erg. Ze gelooft in de dingen. Ze gelooft dat het allemaal zin heeft en dat elk schaakstuk dat op het bord verplaatst wordt een specifieke reden heeft. Ze doet maar. Misschien lukt het haar wel.
Ik van mijn kant ben aan het bekomen van een duik in mijn verleden. Vorige week had ik een afspraakje met Annelies. Ik was te verbaasd om euforisch te zijn maar ik nam de uitnodiging aan. Mathieu had afgezegd voor het toneel en ik was de understudy, de nobele tweede keus. Ik vond dat ze er bleek uitzag, en niet zo gelukkig. Die euforische blos van enkele maanden geleden was langzaam weer uit haar ogen gegleden. De laatste keren dat ik het genoegen had in haar buurt te vertoeven, had ze me afwezig geleken, verzonken in gedachten die onmogelijk positief konden geweest zijn. Ze had eerst voor me gekookt en tijdens het eten probeerde ik te begrijpen wat er fout was maar ik stootte steevast op een muur. Ze forceerde een glimlach op haar gezicht en vroeg me naar allerlei randomheden uit mijn bestaan.
In de tram zwegen we. Ik raakte met mijn vingers de rug van haar hand aan. Ze rilde. Het kon ook van de regen geweest zijn. Ik bedacht dat ik haar hand wilde vasthouden en elke vinger stuk voor stuk wilde kussen. We stapten uit en ik zag de plek waar we moesten zijn al door mijn door de regen vertroebelde gezicht opdoemen. Ga jij maar zei ze plots ik denk dat ik naar huis ga. Ik zag haar lange smalle vingers razendsnel op haar mobieltje tokkelen. Ga alsjeblieft alleen smeekte ze ik moet weg. Ze stopte vlug twee toegangskaartjes in mijn handen en verdween in het donker.
En dus ging ik alleen.
Dolores
Achmed en mezelf waren een potje schaak aan het spelen. Hij meesterlijk, ik een leergierige beginner. De laatste tijd hebben we in het strategisch verplaatsen van zwarte en witte figuren onze ideale tijdsbesteding gevonden. Onderwijl drink ik een pintje en hij een thee met verse munt, zo Marokkaans opgegoten enzo. Ik verdenk hem ervan er stiekem stimulerende middelen in te draaien. Of hij is gewoon goed. In elk geval, mijn loper was net naar de rand van de tafel verbannen toen iemand aanbelde en die iemand bleek Sofie te zijn.
Ze had nog een fles witte wijn die dringend op moest zei ze. Toen ik haar mijn momentane bezigheid meedeelde, gaf ze mij de verwachte reactie. Ze werkte nog even tegen maar toen troonde ik haar toch mee naar de plaats die haar al maanden fascineerde en die ze alleen nog maar vanuit haar ooghoeken had kunnen aanschouwen. Het kwam erop neer dat ze eerst heel erg stilletjes onze partij volgde maar zich dan langzaam in onze conversaties mengde. Achmed bood haar thee aan. Aan het einde van de avond bood hij haar ook privéles schaak aan. Zomaar, zonder bijbedoelingen, dat kon ik meteen zien. Wat er ongetwijfeld allemaal door dat kopje van ons Sofie ging was een compleet andere kwestie.
Trouwens, ik heb nog een grappig nieuwtje. Toen ik aan Sofie vertelde dat ik van Lore enkel de voornaam en lichamelijke kenmerken wist, stelde ze met haar meisjesachtige enthousiasme voor om naar de huisbaas van mijn vroegere kot te gaan omdat die vast en zeker op zijn contract de volledige naam van Lore had. Onwaarschijnlijk vergezocht. Maar haalbaar. En dus overhaalde ze me deze namiddag om een fietstochtje richting andere kant van de stad te maken. De man in kwestie was thuis, keek me uiterst achterdochtig aan toen ik mijn verzoek formuleerde maar aan Sofies charmes kon hij duidelijk minder goed weerstaan. En dus liet hij ons binnen, rommelde wat in een lade en haalde toen een stapel papieren boven. Ze heet Lore zeiden we. Ik heb niemand met de naam Lore de afgelopen jaren mompelde hij. Mogen wij anders eens kijken fleemde Sofie.
Contract gevonden. Ze heet niet eens Lore! Haar volledige naam is Dolores Ramón! Spaanse grootmoeder tot daar, maar dat ook haar hele naam zo zuiders klonk had ik zelfs niet voor mogelijk gehouden. Het was een vreemde gewaarwording. Ik had haar duidelijk nog minder goed gekend dan ik had gedacht. Waar zou ze uithangen? Dolores Ramón. Klonk als een Latijns-Amerikaanse filmster. Volgens het contract nochtans geboren in het oerbelgische Leuven.
Sofie vond het natuurlijk allemaal schitterend en wilde meteen diepgravend onderzoek verrichten. Laat het zei ik. Ik wilde haar naam en die heb ik. Laten we het nu maar allemaal even rusten en iets gaan drinken. Dat vond ze een aanvaardbaar alternatief.
De schaakpartij daarnet heb ik met volle overtuiging verloren. Ik vond dat het tijd werd om dit medium even aan te vullen en dus liet ik Sofie onbeschermd bij Achmed achter en zei slaapwel. Een halfuur geleden pas hoorde ik haar het huis verlaten. Ik hoor het morgen wel in geuren en kleuren. Nu zoek ik mijn bed op. Goedenacht.
Wind
Het meisje heeft een bleke huid en hele donkere ogen. Haar haar krult een beetje voor het op haar schouders neerstrijkt. Ze smeert altijd Nutella op witte boterhammen bij het ontbijt. Dat weet ik omdat ze namelijk al anderhalve maand de kamer van Boris bezet. Ze is Frans en ze is hier op erasmus. Sinds deze week is ze blijkbaar ook in een – louter seksuele? – verhouding verwikkeld met onze kleine Youri. Die laatste loopt er de laatste dagen dan ook extreem monter bij. Hij lijkt plots tien centimeter groter en heeft de hele tijd een irritant gelukkige smile op zijn gezicht. Het is hem dan ook van harte gegund.
Onderwijl kabbelt mijn leven rustig voort. Daarnet nog eens met Julius voetbal gekeken for old time’s sake. We mochten wel niet roepen want het kleintje zat al in bed. Beatriz huppelde rond met een zakje chips en Marieke probeerde haar vergeefs in bed te krijgen. Het was goed om Julius nog eens te zien. Het was goed om de Rode Duivels nog eens overtuigend te zien winnen.
Onderweg naar huis daarnet waaide ik bijna van mijn fiets. Het huis is leeg op mezelf na. Achmed is naar huis, alsook Youri, en Estelle, het Franse meisje is naar één of ander feestje met haar mede-erasmussers. De wind beukt tegen de ramen maar in mijn hoofd is het stil. Onwillekeurig gaan mijn gedachten uit naar Lore. Waar zou die uithangen? Het lijkt haast onmogelijk in deze door sociale netwerksites en virtuele communicatiemogelijkheden geregeerde wereld maar ik heb geen flauw idee hoe ik met haar in contact zou kunnen komen. Ik ken alleen haar voornaam en de manier waarop ze kijkt wanneer ze in de keuken staat.
Ervaring
Wat gisteren gebeurde. Ik zat op mijn kamer rustig te wezen. Ik zou willen schrijven dat ik een boek las met een goede plaat op de achtergrond maar de waarheid is dat ik gewoon onnozele filmpjes keek op onnozele filmpjessites. Had ik maar wat meer cultuur. Het is een schreeuw die luid en onduidelijk klinkt doorheen het ochtendzweem dat ik vanuit mijn groezelig raam aanschouw. Maar dus wat er gisteren gebeurde. Het was al na middernacht toen Youri plots stil doch duidelijk op mijn deur klopte.
Ik weet niet of u zich Youri nog herinnert. Hij zat vorig jaar het eerste jaar in de grote studentenstad en nam het er goed van. Nu doet hij zijn eerste jaar grotendeels opnieuw. Wat een verrassing. In elk geval is hij nog steeds één mijner kotgenoten en stond hij plots aan mijn deur. Hij vroeg of ik condooms had. Ik kon een spontane lach niet onderdrukken.
‘Is jouw maxipakket op misschien?’
‘Heb je er of niet Noah?’
Plots kon ik iets ontwaren in zijn ogen wat op angst leek. Ik zag zijn hand trillen. De jongen in kwestie was net negentien geworden. Zou hij dan nog nooit? En al die meisjes dan? Ik werd ernstiger. Ik liet hem binnen en vond nog een halfleeg doosje Durex.
‘Je zou haast zeggen dat het je eerste keer is.’
Ik overhandigde hem het doosje.
‘In elk geval heeft ze meer ervaring dan ik.’
Ik glimlachte.
‘Dat is net goed. Kan ze jou alles leren.’
Hij vertrok en onwillekeurig moest ik terugdenken aan die eerste keer met Dot. Hoe het allemaal wat klungelig was maar hoe ik toen al dacht dat ze voor altijd van mij zou zijn. Ik weet dat ze binnenkort ergens in de buurt op de planken staat. Ik weet nu al dat ik ga kijken, ook al zeg ik mezelf dat het beter is van niet. Eens polsen bij Sofie. Zeker staat ze al op en neer te springen als ik de naam Dot laat vallen. Ze vond het een mooi verhaal zei ze, dat van Dot en ik.
Heil
Straks ga ik met Sofie naar de cinema. We hebben in elkaar echt de ideale maatjes gevonden. Soms krijgt ze één of ander wild idee in haar kopje en dan belt ze me razend enthousiast op en dan zeg ik meestal gewoon ja. Ja laten we midden in de nacht op onze fietsen springen en naar dat afgelegen plekje rijden om daar een fles jenever binnen te kappen. Ja laten we een dagje naar de Ardennen gaan, onze tent daar ’s avonds in een bos opslaan en dan beseffen dat het wel héél erg koud aan het worden is ’s nachts. En dan kijkt ze me aan met die hondenogen van haar en nestelt ze zich in mijn armen.
Onlangs kwam ze het café binnengewandeld met weeral een nieuw staaltje mannelijkheid aan haar arm. Ik heb dat nodig zegt ze. Ik geloof haar best, alleen zou ik het niet kunnen, zo iemand opscharrelen, er wat aan zitten prutsen en hem de volgende dag weer netjes buitenbonjouren. Maar we weten allemaal waar haar hart ligt en dat dat ergens in Marokko is en dat Marokko dat nog steeds niet door heeft. Of hij wil het niet doorhebben. En dan denk ik kind stop er toch mee en zoek je heil ergens anders maar ze blijft erbij dat ze denkt dat het een kans heeft. Vrouwen. Ze zullen het wel allemaal beter weten dan ik.
Ik zoek mijn heil echter ook nergens anders. Mijn heil heet nog steeds Annelies. Mijn heil heeft nog steeds grijze ogen. Mijn heil is helaas nog steeds dolgelukkig met haar Mathieu. Soms wil ik haar zeggen dat ik hem maar een degoutant ventje vind maar ik hou wijselijk mijn mond. Soms neemt hij niet op als ze belt. Soms komt ze hem onverwachts bezoeken en dat is er een meisje op zijn kot. Gewoon een vriendin. Yeah right. Soms heb ik zin om hem op zijn bakkes te slaan en te zeggen dat hij haar godverdomme beter moet behandelen.
Zij kijkt echter nog steeds dromerig wanneer zijn naam over haar lippen rolt. Dan pers ik een glimlach op mijn lippen en zeg iets neutraals.
‘Oh. Tof.’
‘Geniet er maar van.’
‘Kom toch gewoon bij mij.’
Na de film gaan we naar dat café waar het volgens Sofie krioelt van de knappe alternatieve mannen. Laat ons hopen dat die hun even knappe gezelschapsdames meegebracht hebben…
Titus
Ik herinner me wat nu komt. Nu beschrijf ik even de afgelopen maanden in een notendop. Dan kan iedereen weer volgen. Het is een vreemd ritueel. Nu moet ik even mijn hersenpan afschrapen en kijken welke herinneringen naar beneden dwarrelen.
Ik ben afgestudeerd. Dat klinkt mooier dan het is uiteraard. Ik ben afgestudeerd in juni, onderscheiding met een heel hoog cijfer voor mijn thesis. Dat klinkt even mooi als het is. Niet dat ik me nu meteen op de arbeidsmarkt stort. Niet dat er überhaupt een arbeidsmarkt is voor historici. Ik ga er gewoon nog een jaartje bijnemen. Een jaartje dezelfde master als Achmed, die overigens met heel veel glans geslaagd is als politieke wetenschapper. En toen besloten we om onze krachten te bundelen en iets tussen politiek en geschiedenis te nemen. Tot hiertoe bevalt het ons best.
Titus is geboren. In de langste en warmste nacht van het jaar heeft Marieke er een klein wezen uit geperst dat nu al op Julius lijkt. Dat belooft. Ik weet dat meisjes nu een of ander vertederd kreetje verwachten maar de waarheid is dat baby’s me niet zoveel doen. Ik wacht geduldig af tot het wezentje een voetbal kan hanteren. Of beter nog, een kroontjeswipper.
Ik heb de hele zomer in Parijs vertoefd, als loopjongen gewerkt in het bedrijf van Philippe. Goed voor mijn Frans. Goed voor mijn gemoed en al helemaal voor mijn portemonnee. Als iemand ooit een gids zoekt? De stad ken ik onderwijl al helemaal uit mijn broekzak. Haar straten en pleinen en bars en meisjes. Er zijn wat romances geweest maar geen blijvende. Er was een Eveline en een Marthe en een heleboel goeie Franse wijn.
Verder woon ik nog steeds in hetzelfde huis met Achmed en Youri en een Frans meisje dat de kamer van Boris bezet terwijl hij ergens in het warme zuiden op erasmus vertoeft.
Annelies is nog steeds met Mathieu.
Ik denk dat we het voorlopig hierbij kunnen laten. Kan wel tellen qua update. Ik vertrek naar mijn werk. Ergens in café in G. tap ik weer pintjes en schenk ik witte wijn uit aan beeldschone meisjes. Soms schrijven ze hun nummer op een bierkaartje. Soms bel ik hen. Soms is mijn geest troebel en vergeet ik waar ik wakker geworden ben.
Reacties (2)
Laat een reactie achter
Laat een reactie achter