Archief voor januari 2009 | Maandelijkse archief pagina

Meisje

Ik weet dat het allemaal minder leuk klinkt wanneer ik niet dolgelukkig ben. Wanneer ik niet zo goed weet wat ik moet doen. De waarheid is dat dat nu eenmaal gebeurt, van tijd tot tijd. Je maakt verkeerde beslissingen. Of geen. Of ze keren zich tegen je. En ook al lijkt het hier soms dat mijn leven een avontuur is, soms is het helemaal niet zo. Soms, op een zondag zoals vandaag, zit ik de hele dag voor me uit te staren. Het doet pijn. Als ik een meisje was geweest was ik misschien aan het huilen. Ik weet het niet, ik denk altijd dat meisjes vaak huilen.

Ik heb geen honger en geen dorst en geen zin om verse kleren aan te doen. Zo is het. Weinig lyrisch allemaal. Vanavond gaan Julius en ik poolen. Om mijn gedachten wat te verzetten. En dan zal ik mezelf maar eens samenrapen en gewoon verdergaan. Beseffen dat de strategie ‘afwachten terwijl je in een voordelige positie zit’ niet altijd werkt. Dat je het toch nog uit je handen kan zien glijden op het laatste moment.

Nu zou ik willen dat er een meisje op kot woonde en dat ze voor me zou koken.

Chocolademelk

Ik heb Annelies gevraagd of ze met me naar Parijs wilde gaan.

Ze had net examen gehad en we waren een warme chocolademelk gaan drinken in dat gezellige plaatsje op de hoek. Ze zei dat ze er nog nooit was geweest en dat ze altijd al eens had willen gaan. Haar neus was nog een beetje rood van de kou en onder haar grijze ogen hadden vermoeidheid en stress diepe kringen getekend. Ik had moeite de drang te weerstaan mijn handen op haar bleke wangen te leggen. Ze had nog steeds geen duidelijk antwoord gegeven. Ik zei haar dat mijn broer er woonde en dat we gratis in het huis van hem en zijn vriend konden verblijven. ‘Zijn vriend? Als in zijn lief?’ Ik knikte. Ze keek verrast. Slurpte nog eens van haar chocolademelk. Nog steeds geen antwoord. ‘We kunnen in de lesvrije week gaan.’ Ze slurpte weer en ik voelde mijn berg argumenten slinken.

‘Noah ik kan niet. Ik heb geen geld. Ik moet vanalles doen. Ik moet werken.’
‘Eh. Okee.’
‘Maar ik moet gaan. Ik heb afgesproken met Mathieu over vijf minuten.’
‘Eh. Okee.’

En zo was ik vandaag de verpersoonlijking van de uitdrukking ‘wezenloos achterblijven’. Misschien had ik Barcelona moeten zeggen. Misschien had ik het luchtiger moeten aanpakken. Misschien had ik moeten zwijgen. Misschien.

Ze heeft flauwe uitvluchten. Het is koud. Ik denk aan Dot. Aan Lore. Aan hoe het eeuwen geleden lijkt. Ik denk aan de fles wodka die Boris altijd op zijn kamer heeft en aan hoe ik alles wil vergeten. Ik denk aan hoe lang geleden het is dat ik nog eens aan naakte meisjesrug aanraakte. Maar ik doe niets. Ik zit hier en schrijf.

Het wordt tijd dat ik nog eens naar Julius ga. Mijn meisjesminnende hoofd wat laat rusten. Het wordt tijd dat iemand me goede raad geeft. Het wordt tijd dat Annelies de kamer binnenstormt en me zachtjes kust.

Iglo

Nu ik mijn geliefde pc weer aan de praat krijg wil ik toch nog even de tijd nemen om u allen te groeten. Ik voel me beter. De windhozen zijn uit mijn getormenteerde hoofd weggetrokken en rust heeft zich in de plaats tussen mijn twee oren genesteld. Met andere woorden: Noah is terug. Althans dat hoop ik. Momenteel schrijf ik vanuit de kamer van mijn buurman aangezien mijn verwarming het door de koude begeven heeft. Eén pijnlijke paradox zo vind ik. Zodus heb ik mijn hele zootje bij dat van Achmed gedropt en hebben we noodgedwongen samen geprobeerd te studeren. Nu ligt mijn matras hier ook maar de kamer te versperren want het is nagenoeg onmogelijk om in mijn iglo slaap te vatten. Morgen komt de verwarmingsman.

Onderwijl kom ik wat meer details te weten over het uiterst boeiende leven van mijn kotgenoot. Terwijl ik dit schrijf praat ik met hem en het heeft iets clandestiens, dit schrijven, daar hij niet weet dat ik er een blog op nahoud.

Ik wilde u allen ook nog meegeven hoe het verhaal van hem en Sofie was afgelopen. Hij had er met geen woord over gerept maar gelukkig was Sofie haar spraakwaterval-zelf en slaagde ze erin me in geuren en kleuren mede te delen dat er niets gebeurd was. Ze hadden gepraat. Afgewassen. Enzo. Ik wil er nu ook niet met hem over beginnen aangezien ik al aan de kant van Sofie ingewijd ben in de situatie. Straks weet ik teveel en dan mag ik de brokken gaan lijmen.

Hij van zijn kant is verder wel een interessante gesprekspartner. Het komt erop neer dat hij zolang hij studeert de relatieve vrijheid krijgt om te doen wat hij wil. Hij liet me ook al weten dat dit geenszins zijn laatste master is. Zijn ouders willen enkel dat hij trouwt met een moslimmeisje, het liefst een Marokkaanse. Hij voegde eraan toe dat ze al erg hun best gedaan hadden om hem te laten studeren en op kot te laten gaan en dat hij hen teveel respecteerde om dat ene verzoek in de wind te slaan.

En je eigen geluk dan kon ik niet nalaten te zeggen. Hij zei dat hij nooit gelukkig kon zijn zonder de goedkeuring van zijn familie. Ik vroeg of hij ooit verliefd geworden was op een Belgisch kettermeisje. Hij zei dat hij dat niet toeliet. Ik zweeg.

Ondertussen heeft hij de uiterst hilarische Britse comedyserie ‘Peep show’ opgezet en is het onmogelijk hier nog een zinnig woord te droppen. Ik laat u dan maar en druk u op het hart dat er zelfs in de koudste dagen van het jaar warmte te vinden is, als u maar genoeg zoekt.

Oudejaar

Het is dat mijn computer op het punt staat het te begeven. Het is dat ik ziek geweest ben. Het is dat dat een zo goed als onmogelijke combinatie is om je leven in volzinnen te gieten op het internet. Maar eerst en vooral: 2009 heeft haar intrede gedaan, we kunnen haar dus even goed volgen, ondanks alles. Mijn beste wensen voor u en uw naasten, en het is dat ik dat meen.

Ik weet waarop u wacht. Als u al wacht uiteraard. Hoe het is afgelopen op oudejaar. Ik wilde dat ik het eerder geschreven had. Maar ik wilde zoveel en wat ik wilde is niet meer en ik troost mezelf met de gedachte dat een nieuw jaar nieuwe verhalen aanbrengt.

Waar zal ik beginnen?

Er was Annelies met een zwart jurkje dat haar beeldig stond. Laat het ons erbij houden dat dat het hoogtepunt van de avond was. Of toen ze een wortel in de cocktailsaus dopte en traag knagend verorberde. Toen ze iets na middernacht haar glas champagne omstootte en haar bleke wangen zo heerlijk rood kleurden. Toen ze haar hand op mijn schouder legde en zachtjes vroeg of ik haar het bord met door Olivia zelfgemaakte kaaskoekjes wou doorgeven.

We aten gourmet. ‘Pannekes’ zoals wij dat thuis vroeger noemden en het leuke is dat je gewoon eeuwig terug naar de tafel met eten loopt en het als een gek bakt en frituurt. En dat je daarna gewoon de bovenplaat schoonmaakt en pannenkoeken bakt die half mislukken. Sfeer verzekerd. Er was een hele hoop mensen rond de drie toestellen. Annelies, Sofie, Olivia, Nina, Karen (zij en Jonas zijn blijkbaar als vrienden uit elkaar gegaan hoewel hij er niet was), Wolle, Vleugel, Achmed en mezelf.

De meisjes hadden Singstar meegebracht en na het eten werden ook wij verplicht onze boysbandcapaciteiten boven te halen en onze schorre kelen te schrapen. En maar de stembanden smeren met alcoholische dranken. Wij zakten alsmaar dieper weg in de zetels terwijl zij alsmaar actiever, luidruchtiger en gestoorder leken te zingen. Een buitenstaander zou terecht opmerken dat het een avond was om nooit meer te vergeten. Vijf gsm’s vertelden op vijf verschillende tijdstippen dat het middernacht was en wij kraakten een flesje en dronken op alles wat we toen durfden dromen. Afstuderen bijvoorbeeld. Liefde. Feest. We gingen buiten en keken naar het vuurwerk. Niemand kuste niemand.

Het werd één uur en plots trokken twee individuen, een donker en een licht, zich terug in de keuken om daar braafjes de afwas te doen. De vrouwelijke rest begon te dansen en de mannelijke rest deed zich nog meer te goed aan gegiste dranken. Streekbier is een traditie waar niet gauw aan geraakt mag worden. Ik gniffelde in mezelf omdat Sofie nog eerder op haar hoofd zou staan dan vrijwillig de afwas te doen. Maar bovenal was ik benieuwd. Een lichtjes door alcohol benevelde Sofie en een bloednuchtere (wegens geheelonthouder) Achmed naast een berg vuil in een bedampte keuken op nieuwjaar. Romantiek had al eerder bewezen dat zij niet veel nodig had.

Edoch mijn aandacht werd plots getrokken door het meisje in het zwarte jurkje dat druk aan het bellen was en instinctief haar trui en winterjas begon aan te trekken.

Plots was ze weg. Ze verdween en Olivia wist me te vertellen dat die kerel die zij zo leuk vond haar had gevraagd of ze niet kwam waar hij was. Zo gebeurt het altijd. Ze gaan en nemen geen afscheid. Ze laten je verweesd achter zonder woorden. Ze fietsen de koude nacht in op zoek naar warme armen die de jouwe niet zijn.

De volgende dag belde ze me ’s avonds, hyperenthousiast, met het nieuwtje dat ze de hele nacht samen gedanst hadden en daarna gekust. Gekust op nieuwjaar. Kan het romantischer? Zo zei ze het en ik veinsde enthousiasme. Ik kreeg griep. Per ongeluk. Maar toch kwam ze me elke dag bezoeken, even, tijdens haar pauze en ze zette thee voor me. Ze vertelde zachtjes over Mathieu. Ja zo heet hij en zo kreeg elk bezoek van haar een dubieus kantje.

Ik ben eindelijk beter nu. Mijn pc bijna. Achmed en Sofie vertel ik een volgende keer. Nu ga ik slapen. Ik zal het lot maar niet te veel uitdagen. Ik klink cynischer dan ik ben ik weet het. Gelukkig is 2009 nog lang genoeg om alles op te lossen.

Tot morgen.