Archief voor maart 2008 | Maandelijkse archief pagina

Woorden

Vandaag is zo’n dag waarop er schimmel aan de muren kleeft. Er zitten monsters onder het bed en de boete van de bibliotheek loopt hoog op. De regen klatert (klettert?) in mijn gezicht wanneer ik fiets en de wind huilt zodat wij het zelf niet meer hoeven te doen. Er woont teveel verdriet in te kleine handen die ik niet ken. 

Ik zou haar willen troosten, haar willen zeggen dat het allemaal beter wordt morgen. Dat het sneeuwde op Pasen omdat dat mooie onbekende meisje dat pas aangekomen was God speciaal gevraagd had of het mocht sneeuwen. Ik ken het meisje niet dat om sneeuw vroeg. Ik ken het meisje niet dat ik wil troosten.  

Kon ik haar maar beloven dat ik haar tranen één voor één weer zou omruilen voor woorden.

Tegenpolen

Ik ben bij mama nu. We zijn hier met z’n vieren. Ik denk dat ik hier even ga blijven tijdens de paasvakantie. Het is heel lang geleden maar ik denk dat ik het goed vind om even een mama te hebben die een maaltijd voor me klaarzet, een bed voor me opmaakt en geen vragen stelt over mijn privé-leven. 

Korneel is gisteren aangekomen uit Parijs. Hij had gezegd dat hij zijn nieuwe vriend ging meebrengen naar huis. Even voor de duidelijkheid: dat heeft hij nog nooit gedaan. Ik geloofde hem dus niet. Tot ik die bewuste vriend gisteren enkele tellen na hem door de voordeur zag wandelen. Hij zag er van top tot teen perfect uit. Nee serieus, ik heb nog nooit een homo gezien die er zo, ehh, hetero uitzag. Burgerlijk ingenieur. Mooie job bij een mooie firma. Ik moest mijn beste Frans bovenhalen om met hem te converseren. Ik vroeg hem wat hij in godsnaam in Korneel zag. Poerkwa fès-tu kelke sjoose si stupiede? Hij zei dat tegenpolen elkaar schijnen aan te trekken waarop hij luidop begon te lachen. Hij had eerlijke ogen. Mama glimlachte. Het was een toffe avond. 

Korneel en Philippe zijn naar een feestje. Ik ga wat tv kijken en chips eten met een pintje. Wat voel ik me heerlijk banaal vandaag.

Aasgieren

Sommige mensen zijn aasgieren. Zoals het meisje op mijn werk dat me schaamteloos probeert te versieren bijvoorbeeld. Ik loop er al een tijdje mottig bij, dat moet zelfs de grootste onnozelaar opgemerkt hebben, bedenk ik dan. Maar nee, het kleine rondborstige meisje met het zware Brabantse accent blijft maar proberen. Of ik met haar meewil naar de film. Nee. Of ik straks nog meega naar de Charlatan. Nee. Waar ik woon. Nee. Euh, ja nou nee ik woon niet.

Ze krijgt aandacht te over van de smeltkroes aan cliënteel. Maar toch maar mooi mij willen binnenrijven. Dat zal niet pakken! Ik ben niet zomaar te versieren, mens. Neem alsjeblieft iemand anders als prooi, iemand die net als jij houdt van korte rokjes en geblondeerde haren, iemand die houdt van glimlachjes die je nauwelijks zo kunt noemen wegens te argeloos op het gezicht gekleefd.

Ik mis Dot.

Wat een understatement.

 

Dot. Dot. Dot.

Ik ben u een excuus schuldig, zoveel is zeker. Daar ga ik nu mee beginnen: het spijt me, beste lezer. Maar als het u een troost mag wezen: net zoals u weken op mij heb gewacht, zo heb ik weken op mijn Dot gewacht.  

Ze kwam terug, dat wel, na één week zelfs al stond ze voor mijn deur met die lieve glimlach en de spijt die in haar mooie ogen lag. Of heb ik dat al eens geschreven? Ik weet het niet, ik heb zo vaak geprobeerd nog iets te schrijven maar ik kon het niet publiceren. Het klopte niet. Ik klopte niet.  

We zijn terug samen begonnen. Dat is logisch als je nog steeds van elkaar houdt. Maar het lukte niet meer zoals vroeger. We waren vreemden die elkaar al te lang kenden, geduldig wachtend tot de vonk opnieuw zou overslaan. Het waren mooie, treurige weken vol ongevraagd afscheid. Ik wist het. Zij wist het.  

We hebben samen wandelingen gemaakt en in kleine cinema’s naar kleine films gekeken. Ik heb thee voor haar gezet. We hebben gekust. We hebben samen geslapen als twee blinden die enkel willen voelen omdat ze de werkelijkheid niet meer kunnen zien.  

Ik kon hier niet schrijven dat ik het mooi vond. Ik kon hier niet schrijven dat het mijn hart in tweeën spleet. Ik kon geen afscheid nemen van haar, van ons. Ik wilde niet vertellen dat ik dat drieletterwoord hier niet meer zou moeten schrijven. Dot. Dot. Dot. 

Ik ben weer alleen, beste lezer. Zij ook.