Archief voor december 2007 | Maandelijkse archief pagina

Theetje

Meisjes mogen niet huilen. Niet wanneer ik van hen hou en het kerstmis is en ze aanbellen. Toch stond ze daar, mijn Dotje, de tranen kleefden overal aan en ze hikte van het huilen. Ik voelde me plots ongemakkelijk en allerlei gedachten schoten door mijn hoofd. “Ik ga diegene die haar doet huilen in elkaar slaan” was er een van. Ze heeft heel lang gewoon op mijn schoot gelegen terwijl ik haar haren streelde. Ik heb ook een theetje gemaakt, haar voeten verwarmd met mijn handen en bezorgd gekeken.

Ze had weer ruzie met haar mama. Dat gebeurt vaak omdat ze allebei zo’n temperament hebben. En omdat Dot zich soms aanstelt. Maar dat mag ik nooit zeggen. Troosten gaat het best wanneer je lieve dingen zegt, heb ik ontdekt. En dus was ik zo lief mogelijk en maakte ik een tweede thee omdat ze de eerste niet zo lekker vond. Ik kuste haar ook op haar wang en niet op haar mond. Ik weet niet of dat een regel is maar het leek me toch wel zo.

Ik heb zelf wel een mooie kerst gehad eigenlijk. Dat lijkt onbenullig maar het was toch speciaal. Korneel was gekomen vanuit Parijs en we zijn gewoon thuis geweest, met z’n drietjes. Het was een beetje onwennig in het begin maar toen begon Korneel te vertellen en we speelden Trivial Pursuit en we praatten over papa. Mama denkt dat er nog spullen van hem op zolder liggen. We durfden niet gaan kijken maar misschien moet ik dat toch eens doen.

Dat heb ik allemaal verteld aan mijn Dot toen ze al wat minder rood en huilerig was en ze vroeg hoe het bij mij was geweest. Soms praten we over gewone dingen. Ze had als kerstkadootje een cd gemaakt met allemaal gekke liedjes. Ik zei dat ze iets kreeg met nieuwjaar. (iemand een idee?)

Kuiken

Ik voel me gelukkig. Er is euforie en heel veel van dat rare spul dat je hersens in vuur en vlam zet en je onophoudelijk doet glimlachen. Het zou een mens verboden moeten worden op zulke momenten te schrijven. Wat je er dan allemaal uitflapt, daar krijg je later spijt van. Maar vandaag niet dus. Spijt komt morgen pas. Of overmorgen. Ik heb een geheim. Meerdere zelfs en het stiekeme gevoel springt onophoudelijk onder mijn borstkas op en neer als een kuiken dat uit zijn ei wil komen. Ja dan gooit een mens er nog eens een foute vergelijking tegenaan.

Hoe kan ik nu vroeg slapen met zoveel bruistabletten vol vrolijkheid in mijn lijf. Wie heeft drugs nodig als je lichaam endorfines maakt!

Neem dit alles maar niet te serieus, beste lezer, besef gewoon dat geluk een beetje als een dik pak sneeuw is dat stralend wit is voor het smelt. Althans dat zei iemand me. En ik beaamde het.

Vandaag ben ik de toekomst. En een klein beetje mysterie.

Toiletpapier

Iemand heeft mijn smeekbede aanhoord en een uitdaging pal voor mijn neus geplant. Boven mijn hoofd, om preciezer te zijn. Crazy Lore is terug! Het huis ruikt meteen weer anders, de lucht stroomt weer en de deuren wapperen en klapperen als nooit tevoren. Er is leven in huis. Zij is teruggekeerd.

Zij heeft zich zonder veel woorden in haar hol boven het mijne genesteld, zich een katje toegeëigend en nieuw toiletpapier gekocht. Wit met blauwe wolkjes. Er ligt fruit in de mand, exotisch, bananen, passievruchten en grote groene bollen die ik niet ken. Ze heeft me nog niet aangesproken, ik zag haar vluchtig in de gang maar voor ze hallo kon zeggen was ik alweer in mijn kamer verdwenen. Of nee, alle dichterlijke vrijheid ten spijt moet ik toegeven dat het omgekeerd was.

Ik heb een fles cola gekocht en me een halfuur beziggehouden met bedenken hoe ik haar zou kunnen aanspreken.

“Mag ik suiker van je lenen?”

“Waar ben je al die maanden geweest?”

“Hoe gaat het nog met je?”

“Hallo”

Toen heb ik bedacht dat ik maar beter niets kon zeggen en wat moest studeren. Ja, dat leek het beste. En straks met Dotje naar de cinema gaan in Leuven voor Music for Life. Of toch maar gewoon de bioscoop dichtbij. Of misschien gewoon wandelen in de wind met twee handen in één want. Pizza gaan eten op de hoek. Beseffen dat geluk een beetje smeltende sneeuw is.

Hou het stil

Vraag me maar niet waarom het weer zo lang duurde. Ik weet het niet. Als het leven weinig verrassingen voor je in petto heeft en je jezelf al een tijdje niet meer met verstomming slaat, dan is schrijven een kwelling.

Gelukkig heb ik vandaag gewandeld. Het was donker en koud en de wind sneed verhalen in mijn gezicht. Ik kwam een meisje tegen met een hond. Zij blafte en hij lachte. Of omgekeerd. Het waaien deed me goed en ik had even zin om achteruit te wandelen. Er waren bomen en huizen en voor het eerst lette ik erop, alsof ik ze nooit eerder gezien had. De geur van de dag was goed. Mijn handen hadden geen koud. Dat kwam omdat ze gehuld waren in breisels van mijn geliefde. Ze kan niet echt goed breien natuurlijk, daar is ze te wild voor, maar mijn handen hadden figuurlijk gezien wel erg warm uiteraard.

Ik ben ook even bij Julius binnengewandeld. Pintje gedronken. Gekeken naar Beatriz die in de tuin speelde met het kleine nakomelingetje van Joyce.

Een man mag zich niet lusteloos voelen. Dat is ongepast. U weet het dus, beste lezer, hou het stil.