Archief voor oktober 2007 | Maandelijkse archief pagina
Ondersteboven
Ik vertelde Dot dat ik haar ging meenemen naar Korneel in Parijs. Ze zei dat Parijs de stad van haar dromen was en ik de man van haar dromen. Misschien maakt ze ooit nog een toneel over Parijs of over mij. Ze wil graag theaterteksten schrijven maar ze is onzeker. Ik zei dat ik altijd al gehouden heb van vrouwen die meer willen dan alleen acteren.
Toen kuste ze me. Zo’n kus die schokt en beeft en die je van je sokken blaast. En nu wil ik zo graag schrijven dat we een fantastische nacht gehad hebben. Ik ben er nog steeds ondersteboven van.
Misschien zou ik haar moeten vertellen dat ik ook schrijf. Ik weet het niet. Voorlopig geloof ik nog steeds dat we geheimen nodig hebben. Ik denk dat het daarom is dat we nog altijd samen zijn.
Hoopje ellende
Je kent dat wel, je kijkt naar haar en ze ziet er werkelijk adembenemend uit. Ze draagt van die rode open schoentjes onder een zwart jurkje dat haar niet onaardige vormen nog mooier doet uitkomen. Haar nog natte lokken vallen net over haar schouders en ze kijkt zo lief, wachtend op mijn goedkeuring. En dan zeg ik: schatje, kijk misschien eens uit het raam. Je zult ziek worden.
Dan zoekt ze even naar de gepaste uitdrukking en laat ze het drama weer de vrije loop. Ik moet me niet moeien zegt ze. (alleen als ik zeg dat het goed is) En nee ze is dit jaar nog geen enkele keer ziek geweest. Ik snap niets van vrouwen volgens haar. En waarom kan ik nu niet gewoon zeggen dat het mooi is.
Waarom, liefste? Omdat ik me niet verheug op ’n hoestend hoopje ellende dat me midden in de nacht wakker belt met het smekend verzoek of ik alsjeblieft de eerste trein richting ’t Stad wil nemen.
Dat heb ik toen niet gezegd. Meegaand als ik was, liet ik haar gewoon hulpeloos de wind en de regen trotseren. Nu zit ik hier dus, wat te tokkelen op haar laptop terwijl zij eindelijk in slaap is gevallen. Haar hoofd gloeit nog van de koorts, haar ademhaling klinkt onzuiver, haar haren kleven verward tegen haar gezicht. Ik durf niet bij haar te liggen uit angst haar wakker te maken. De zetel lonkt. De vermoeidheid weegt. Goede nacht.
Buikpijn
“Je hebt hem nooit gekend, opa. Hij was een tiran. Had een totaal verstoord besef van regels en wetten. Je vader werd verplicht te studeren wat zijn vader wilde. Hij mocht zijn eigen kleren niet kiezen, zijn eigen tijdsbesteding, zijn eigen vrienden, zijn eigen leven. Ik was het kind van ‘hardwerkende’ zelfstandigen dus hij mocht met mij trouwen. Je opa was een vreemd man, Noah. Hij hemelde mij altijd op en vernederde je vader waar ik bij was. Je vader en ik praatten er nooit over, hoewel ik dat wel wilde. Misschien dacht hij dat hij het beter kon vergeten als hij het zo ver mogelijk wegduwde.”
“Maar waarom heeft hij dan, waarom Korneel, waarom kon hij hem niet…?”
“Ach Noah, ik weet het niet.”
“En waarom heb jij nooit…?”
Mama zweeg toen een tijdje en begon te huilen. Het treft me dat mensen zoveel dingen verzwijgen. Als hij dat nu gewoon verteld had, verwerkt, als hij nu gewoon maar gezegd had dat hij in Korneel zichzelf zag, als hij gewoon maar…
Kon ik maar meteen naar Parijs gaan en Korneel vertellen dat onze vader stiekem schilderijen maakte die onze opa dan vernietigde als hij die vond. Misschien zou hij dan terugkomen in plaats van te vluchten voor datgene wat ons beiden bezighoudt. Wie was die man die ons zo schijnbaar verachtte als uitweg voor zijn zelfhaat? Het doet pijn allemaal. Ik kan er soms onaangekondigd buikpijn van krijgen. Schrijven helpt. Een beetje. Ik mis mijn broer. Ik mis de man die mijn vader had moeten zijn.
Daarnet bij Julius
“Waarom ben je zo vrolijk vandaag?”
“Pintje?”
“Haha ontwijk de vraag niet! Hoe heet ze?”
“Pintje, ja, nee?”
“Julius is verlieeeehieefd”
“Water misschien?”
Ik geef toe dat ik me echt afvroeg hoe ’n werkende jonge twintiger met ’n dochtertje de vrouw van zijn leven of toch iets dergelijks ontmoet. Het antwoord is blijkbaar simpel: steek je dochter op ballet! Hordes vrouwen, moeders, oma’s en tantes die hun kleine ballerina’s komen afhalen woensdagmiddag na de les. Dat hij daar niet eerder aan gedacht heeft!
“Is het een moeder misschien? Nog getrouwd? Ga je je in de problemen storten?”
“Euh.”
“Het is zeker de lerares!”
“Euh.”
(steels)“Moet ik het aan Beatriz vragen misschien?”
Een zwartharige “zus van” die in een rode golf rijdt. Ze praatte veel. Was een beetje onhandig. Sleutels laten vallen enzo.
Meer details over de zwartharige golfbestuurster heb ik niet vernomen. Hij werd een beetje opgelaten en probeerde me nog ’n pintje aan te smeren waarop ik luidop lachte, kusgeluidjes nadeed en me meteen uit de voeten maakte. Update volgende woensdag na de balletles!
Vlekjes
Gisteren waren de rollen even omgedraaid. Ik ben helemaal tot A’pen gereisd om Dots nieuwe stekje goed te keuren. Hoe meisjes erin slagen een krotkamertje in één week om te toveren tot een aards paradijs, het blijft één der onopgeloste raadsels van de vrouw.
Ze was mooi. Gelukkig ook met haar leven. Ze huppelde door de kamer, viste vuile kousen van de vloer, maakte warme chocomelk en toonde me haar nieuwe garderobe. Geen commentaar. Ik heb er toen verplicht hopen moeten leveren. – over de kunst van het vrouwen vleien heb ik het wel ’n andere keer –
Ik weet niet of ik ook mooi was. Ook niet of ik ook gelukkig was. Het is me iets met die liefde van tegenwoordig. Hoe meer je haar bereikt, hoe minder je haar wil. Of ben ik nu compleet gestoord geworden? Mijn liefste Dot, ik ken haar van de droge punten van haar koperlokken tot de roze nagellak op haar tenen. Ik weet dat ze graag de broodjes te lang in de rooster laat zitten omdat ze er zo van houdt dat zwart eraf te krabben met haar vingers. Dat ze altijd gaten in haar kousen heeft. Dat ze soms stiekem huilt in de badkamer en dan fluitend weer naar buiten komt. Ik weet waar al haar vlekjes zitten. Ik weet dat ze me graag ziet.
En dan vraag ik me toch wel af of dat genoeg is! Of dit het dan is.
Soms denk ik terug aan maanden geleden toen ik haar furie op de planken zag. Aan de knoop in mijn buik toen. Aan de eerste keer dat ik haar groene ogen zag. En of het ooit nog terugkomt, dat gevoel.
Haar nieuwe matras was hard maar zij was zacht als nooit tevoren.
Tot uw dienst
Ik zal me maar niet afvragen of ik ooit lezers gehad heb die me gemist hebben. Ik ben terug maar beloof niets. Misschien moet ik het voor die eerste keer maar basic houden. Misschien is dat wel uit noodzaak omdat ik dit schrijven een beetje verleerd ben.
Ik woon nog steeds in het kamertje in hetzelfde straatje in dezelfde stad. Dot is nog mijn Dot maar we hebben vele draken gezien en moeizaam verslagen. Bert is afgestudeerd. Hij werkt nu in een bedrijf en doet iets met codes. Hij is gelukkig denk ik. Korneel zit in het buitenland. James is dood en Joyce is zwanger. Julius is morgen jarig. Beatriz zit op ballet en Lore heb ik al maanden niet meer gezien. Ze liet geen briefje achter.
Papa is gestorven. Je zou denken dat dit me een toekomst verzekert als schrijver van gekwelde romans en melige gedichten. De waarheid is wel anders. Die zal ik hier misschien nog wel eens achterlaten. Als ze al bestaat, die verdomde waarheid. Tranen bestaan zeker en ik voel ze soms nog, als ik goed oplet en het leven rondom me even laat voor wat het is.
Ik studeer nog steeds geschiedenis. Het heeft een nieuwe dimensie gekregen. Later word ik groot. Nu ben ik nog even Noah, tot uw dienst.
Reacties (2)
Reactie (1)
Reacties (6)