Archief voor mei 2007 | Maandelijkse archief pagina
Uitroep
En vanavond komt mijn liefste langs!
Lieve Heer
Het lieveheersbeestje dat me even afleidde van historisch gewirwar was traag. Het spreidde haar glanzende zwarte vleugeltjes en maakte aanstalten om weg te vliegen. Het aarzelde en besloot toen toch te blijven. Getuige daarvan de vleugeltjes die met overduidelijk vrouwelijke charme weer onder de rood-zwart gestippelde dekschildjes verdwenen. Parmantig stapte het verder en ik verdiepte me weer in papier.
Ik schrijf dit omdat het me op één of andere manier ontroerde. Als ik zou geloven in een Lieve Heer, dan zou ik dit kleine schepseltje ook naar hem vernoemen denk ik.
Lore is dan toch nog komen kloppen, om mijn draad van de vorige keer weer op te pikken. Tegen negen was het toen al. Ze verontschuldigde zich en mijn maag gromde duidelijk hoorbaar “terecht!” terwijl ik zei dat ik het niet erg vond. Het goede nieuws was dat het deeg toen al gemaakt was en ze mij constant van het toch wel voortreffelijke voedsel kon voorzien. Ze smaakten anders dan gewone pannenkoeken, die Lore-baksels. Dat zei ik ook tegen haar en ze produceerde ’n glimlachje. “Ik doe er kaneel in.” Ik besloot vaker met haar te eten. Ze zei niet veel maar ze intrigeerde me mateloos.
Straks bij Julius met nog wat van z’n voetbalmakkers naar de Champion’s Leaguefinale kijken. Laat de grote verhalen en de bakken bier maar aanrukken! En laat de vrouwen zwijgen, alsjeblieft! – liefste vrouwelijke lezers, gelieve dit niet persoonlijk te nemen… –
Pannenkoeken
Ik zou de gehele godganse – en als je studeert kan die héél lang duren – dag aan mijn bureau vastgeroest gezeten hebben, ware het niet dat mijn menselijke aard me op uiterst subtiele wijze bevrijdde. Het toiletpapier was op en dus zag ik mezelf dankbaar genoodzaakt de dichtstbijzijnde supermarkt te bezoeken. Omdat mijn drang naar woordelijk contact blijkbaar een zeldzame keer de kop op stak, besloot ik aan Lore boven mij en Bert onder mij te vragen of ze niets nodig hadden.
Ik betrapte mezelf erop het wel een beetje spannend te vinden bij Het Meisje Van Hierboven aan te kloppen. Ik had haar kamer nog nooit vanbinnen gezien. De zweverige melodie die weerom via onbekende kanalen mijn oren binnensloop vertelde me dat ze er zeker was. Ze kwam niet zelf opendoen maar riep gemoedelijk “binnen” toen ik aan haar deur klopte. Ik zal haar kamer en mijn gevoel erbij wel een andere keer beschrijven. Zijzelf lag languit op bed, fluostift in de linkerhand, lichaam rondom ’n dik boek gekruld, haar hoofd rustend op haar rechterhand. Ze zei dat ze niets nodig had maar dat ze wel pannenkoeken zou bakken en dat we misschien samen konden eten. Dit keer vroeg ik wél welke muziek ze aan het afspelen was. Yann Tiersen. Dat die naam me compleet onbekend was, vond ze raar. Ik vind jou ook raar, wilde ik zeggen maar in plaats daarvan zei ik gewoon dat ze ‘s avonds maar op mijn deur moest kloppen als ze wilde eten.
Dat Bert niet op zijn kot was, verbaasde me wel. Het leek me erg onwaarschijnlijk dat hij niet aan het leren zou zijn. Als je Bert zou tegenkomen op straat, zou je hem in het hokje “saai” stoppen, als je hem al had opgemerkt natuurlijk. Maar als je hem leert kennen, is hij echt oké. Hij studeert gewoon wiskunde. Alleen wiskunde! Het lijkt me de ergste marteling die ik me kan indenken, maar hij wordt dolgelukkig van cijfers en matrices en diagrammen en dergelijke. Ik verdenk hem ervan een beetje geniaal te zijn. Maar misschien komt dat gewoon door zijn bril en de moeilijke woorden die hij gebruikt. Hij zat op het koertje met de tweelingkatjes James en Joyce te spelen. Hij had ’n veel te gezonde blos op zijn wangen voor zijn doen, alsof hij verliefd was ofzo. Ik vroeg hem ernaar en hij zei dat hij zonet een hele moeilijke theorie onder de knie had gekregen. Gekke kerel. Hij had enkel een fles cola en een zak chips nodig.
Ondertussen zit ik weeral enkele uren onbeweeglijk op die stomme bureaustoel. Ik moét wel. Voorlopig heb ik nog geen herexamens en dat wil ik zo houden. Mijn vakantie met Dot hangt ervan af en ik vind dat toch wel ’n mooie motivatie.
Het is al acht uur, ik heb honger en Lore laat nog steeds niets van haar horen.
Donderdag
Donderdag was een meer dan aanvaardbare dag voor me. Familiale verplichtingen zijn steevast het gedoodverfde excuus om toch maar niet achter mijn bureau plaats te nemen. Niet dat dergelijke momenten zo vaak voorkomen gezien onze gezinssituatie, maar wat komt, daar geniet ik van.
Mijn nichtje Clara werd gevormd en dus werden ook Korneel en mezelf verwacht op het gebeuren. Ik herinner me de dag dat ze ter wereld kwam nog heel goed. Het was in de zomervakantie toen wij tweeën al drie weken bij oom en tante logeerden omdat het daar nu eenmaal leuker was dan thuis. Het regende katten en honden die dag en we zagen met lede ogen aan hoe ons kamp waar we dagen aan gewerkt hadden letterlijk wegspoelde. Tot we een kreet hoorden en we halsoverkop de auto ingeduwd werden, mee op weg naar het ziekenhuis. Enkele uren later zag ik voor het eerst een klein hoopje pasgeboren mens. Ze zou voor altijd mijn lieveling blijven. Clara, het wonderkindje, het meisje dat het klaarspeelde te bestaan nadat zowat elke dokter in het land haar ouders hoop op vruchtbaarheid hadden ontnomen. Ik raakte haar handje aan met mijn toen nog kleine vuile vingers en voelde dat zij en ik voor altijd…
Maar nu waren we dus twaalf jaar verder en had Clara een wit jurkje aan, sprong ze in mijn armen toen ze me zag en glunderde ze toen Dot haar het pakje met gratis tickets voor Disneyland overhandigde. De sfeer was gemoedelijk, het weer deed haar uiterste best het springkasteel dat de tuin sierde droog te houden en het eten was voortreffelijk. Mijn meisje oogstte veel bijval bij dichte en verre familieleden. Dit vaak tot mijn en haar grote ongemak jegens Korneel, die om de lieve vrede te bewaren zijn partner thuis had gelaten.
Ik ben zelfs even met mama gaan praten. Ze zei dat ze me miste en dat ze hoopte dat ik gauw nog ‘ns op bezoek kwam. Mijn vader, die naast haar zat, wendde ostentatief zijn blik af en de o zo vertrouwde rilling doorkruiste mijn rug. Ik zei dat ik het niet wist en gaf haar een kus op haar wang. Ze bedankte me nog voor het sms’je dat ik haar met moederdag gezonden had.
Dot is die avond bij mij blijven slapen. Ze was mooi en warm in mijn armen. Ik genoot ervan gewoon haar koperbruine haarlokjes keer op keer weer uit haar gezicht te strijken. Ik zei dat ik van haar hield. Dat simpele feit, dat ik die woorden spontaan en zonder moeite uitsprak verraste haar dermate dat ze rechtop ging zitten, haar handen links en rechts van mijn oren plaatste en me trakteerde op de beste kus die ze bezat. Geloof me, die was de moeite.
Misschien muziek
Het schoolwerk stapelt zich zienderogen op. De tijd slinkt en krimpt en nog meer van die dingen die de tijd doet wanneer je haar het hardst nodig hebt. En dan toch nog het lef hebben om gewoon even aan ’n leeg stuk digitaal papier te gaan zitten en wat woorden bij elkaar rammelen. Jaja, soms voelt ’n mens zich wél even de schepper van zijn bestaan.
*
Daarnet even liggen soezen op bed. Het was zo’n hallucinante halfslaap waarin de beelden van de droom naadloos versmolten in de noten van een dromerige soundtrack die Het Meisje Van Hierboven er ongewild aan toevoegde. Misschien moet ik straks maar eens vragen of ik mijn usb even mag vullen met haar muziek. Op dat vlak ben ik wel een beetje ’n verzamelaar. Een woekeraar. Zo’n halfgaar geval met een pc die uitpuilt van de muziek uit alle uithoeken van de wereld. Ach, waarover moet ’n mens het anders hebben op feestjes of op café?
*
Misschien moet ik nu meteen maar eens vragen naar die muziek, voor ze dit pand weer verlaat om pas over drie weken terug binnen te sluipen, stilletjes alsof ze iets te verbergen heeft. Het is zo’n meisje waar je niet meteen tegen durft te praten omdat haar blik iets nors heeft en haar leven zichtbaar scheuren en barsten vertoont. Zo’n personage waarvan je vermoedt dat ze de wereld haat en daar stiekem nog plezier in heeft ook. En dan toch gewoon maar Lore heten. Althans dat zegt haar deurbel al vijf maanden. Ik moet dringend socialer worden…
Korneel
Net nog even naar Korneel geweest. Hij woont enkele straten verder en is dezer dagen slechts met één ding bezig: het monster der laatstejaarsstudenten dat de veel te zoete naam “thesis” draagt. Hij leek blij me te zien en minstens even blij met de muziek die ik onlangs online tegenkwam en voor hem op usb had gezet. Het was ook voor mij een welkome afwisseling. De studies geschiedenis zijn namelijk niet altijd even boeiend. Of ze nuttig zijn, vraag ik me ook vaak af. Het antwoord heb ik nog niet gevonden.
Een veel te oplettende – en waarschijnlijk ook onbestaande – lezer heeft misschien opgemerkt dat wij beiden niet, zoals de gemiddelde student, thuis zijn op ’n doodgewone zaterdag. Dat zijn we inderdaad niet. Zelden. Ik probeer het verhaal zo kort mogelijk te houden maar wil het toch even meedelen. Korneel is een rare vogel. Hij is altijd al met de creatieve helft van z’n brein bezig geweest. Hij tekende, krabbelde, schilderde alles en iedereen en volgde jazzpiano aan de muziekacademie. Toen hij op z’n zestiende kunstschool wilde volgen, werd hem dat geweigerd. Toen is het een tijdje erg ongezellig geweest bij ons thuis. Toen hij echter op z’n achttiende filosofie wilde gaan studeren en hem dat ook geweigerd werd, is hij prompt vertrokken om niet meer terug te keren. Ik heb me altijd afgevraagd waarom de breuk tussen hem en m’n – okee het moet gezegd – uiterst ouderwetse ouders zo definitief was. Het antwoord is me duidelijk geworden toen ook ik me tegen de zin van onze verwekkers in G. kwam vestigen en zijn uitgebreide collectie zelfgeschilderde mannelijk naakten ontdekte.
Hoe dan ook, Korneel en ik verkiezen het “harde” bestaan van zelfstandig student boven de argusogen en dito controle van de mama en papa. Hij heeft een baantje in een restaurant, ik op zondag in het zwart. Wat voor mij nu ook betekent dat ik m’n nest inrol. Vorige week nog mijn plicht vroeg te slapen verzaakt en op zaterdag een stapje in de wereld gezet. De gevolgen waren desastreus. Tot de volgende!
Meisjes
Meisjes, ze zijn zo moeilijk meneer. Je ziet het al van ver aankomen. Ze kussen je te vluchtig, ze smijten hun rugzak al te hard in de hoek van de kamer, hun schoenen al even argeloos ernaast. Ze klagen over persoon X waarvan je het bestaan al lang vergeten was en vragen je waarom je al twee dagen niet meer gebeld hebt.
En dan zit je daar. Je hebt net je uiterste best gedaan om je biotoop wat op orde te brengen, je hebt de afwas van een week in een mum van tijd afgewerkt, je hebt zelfs een propere T-shirt aangetrokken, enkel en alleen omdat zij na vijf dagen A’pen een nachtje bij jou komt logeren alvorens naar haar thuishaven te gaan.
Ze studeert iets dramatisch, die van mij. Op slag verkocht was ik, toen ik haar bij een zeldzaam toneelbezoek mocht aanschouwen op de planken. Verliefd. Op haar sprekende ogen, haar heldere stem en haar gestroomlijnde lijfje als uitstekende klankkast. Drie keer heb ik die specifieke voorstelling gezien. En toen pas zag zij mij. Maar goed, da’s een ander verhaal. Dramatiek heb ik gevraagd en dramatiek heb ik gekregen. Zo ook daarnet.
Of ik haar miste, vroeg ze op een toon die me duidelijk maakte dat geen enkel antwoord zou volstaan. Haar missen? Ik studeer, werk, leef, eet, slaap, ga uit en probeer ook nog eens een sociaal leven te onderhouden. Uiteraard zijn er avonden waarop ik vergeefs in het donker naar haar onderrug tast. Maaltijden door mij geprepareerd waarvan ik denk dat ze die ook wel zou kunnen smaken. Ik merk haar afwezigheid. Dat zei ik ook.
Zie je me wel graag?
Nog zo’n vraag. Tuurlijk hield ik van haar, wat dacht ze wel? Nu was het mijn beurt om geïrriteerd te raken. Ik zag vrijdagavond al in rook opgaan. Ze kroop in een hoekje van de zetel en trok haar knieën tegen haar borst. Ik ging naast haar zitten en streelde het stukje naakte huid tussen de rand van haar jeans en haar korte kousjes. Langzaam viel de avond weer op zijn plaats. Ze eindigde met haar hoofd op mijn schouder, zwijgzaam genietend van de film die zij had mogen kiezen. De nacht was goed. Vanochtend aten we Kwakies en daarna is ze vertrokken. Ik mis haar een beetje. Dat moet ik onthouden. Zo gaat dat met missen. Het overkomt je zomaar. Randomly zouden ze in het Engels zeggen. Wanneer ze er dan naar vragen ben je dat al lang weer vergeten.
Misschien moet ik me nu toch maar achter mijn boeken zetten. De examens naderen stilletjes, als een leeuwin die haar prooi besluipt, onopvallend, maar scherp en klaar om genadeloos toe te slaan.
Julius
Hij lijkt een flierefluiter als je hem ziet lopen met z’n gemoedelijke blik en afgetraind lichaam. Iemand die het leven niet al te serieus neemt en wel eens een scheve schaats rijdt. Zijn leven echter, is helemaal anders dan dat zorgeloze uiterlijk doet vermoeden.
Toen ik nog wat zat aan te modderen op de secundaire schoolbanken, werkte hij al. Hulpje van een elektricien. Hij had een vriendin. Zo eentje waarvan je nog niet weet of ze je vriendin is of slechts een meisje en passant. Hij moet net negentien geweest zijn en zij een beetje jonger. Toen gebeurde het per-ongelukje.
Nu heeft Julius geen vriendin meer. Wel een dochtertje van drie. Beatriz. Hij werkt zelfstandig nu en doet zijn best de juiste kleertjes voor haar te kopen, de juiste woorden tegen haar te zeggen, haar haren in twee gelijke staartjes te doen. Soms vloekt hij op zijn bestaan. Dan komt hij hier en geef ik hem een pintje. Soms weet hij het niet goed en past hij een oeroude methode toe: trial-and-error. Maar over het algemeen doet hij het voortreffelijk, die was en plas en kuis en huis.
Terwijl ik dit hier zit te schrijven zie ik zijn blauwe Volvo de straat uitrijden. Hij gaat voetballen. Zij naar de oma. Ik moet me dringend van dit medium wegsleuren. Dot komt straks en het is hier zacht gezegd een stort. Het weekend steekt haar kopje ongeduldig om de hoek en doet me beseffen dat mijn bestaan toch wel zorgeloos is, zo zonder afbetaling en nakomeling.
Pintje
Dat het regent. Dat de wind tegen mijn fragiele vensters aanbeukt. Dat mijn fiets twee meter aflegt waar een andere er tien doet. Dat kan ik allemaal verdragen. Met graagte zelfs. Maar dat ze me op zo’n dag waarop de natuur haar majestueuze grootsheid tentoonspreidt lastigvallen met bureaucratische futiliteiten, daar kan ik me wel eens over opwinden.
Ja mevrouw, ik héb dat formulier al ingevuld. Ja ik héb werkervaring. Ja ik wás hier eerder. U herkent me niet? U merkt mijn druipende gezicht op en durft dan nog te vermoeden dat ik u sta voor te liegen? U moet meer glimlachen mevrouw. U moet genieten van het leven, zelfs als het stormt en bomen gevaarlijk schommelen.
Uiteindelijk heb ik toch het onderspit moeten delven. Voorlopig zal het bij m’n job op zondag blijven. Als ’n geslagen hond – nee dat gun ik dat kleinburgerlijke dametje niet – als ’n natte hond kwam ik aan bij Julius, het heerschap dat het huis tegenover het mijne bewoont. Hij vroeg me wat de verdere plannen waren. Ik haalde mijn schouders op en mompelde iets als eten en slapen grmbl filmpje zien wat anders? Hij schudde meewarig zijn hoofd zoals alleen hij dat doet.
Pintje?
Graag.
Noah Mesiwa, aangenaam.
Op deze bedenkelijke dag heeft de blogwereld er een inwoner bij. Daar kijkt ze waarschijnlijk al lang niet meer van op, maar daar trek ik me even niets van aan. Wat voor onzin ik hier ga spuien staat nog niet vast. Dit is het begin. Vreemd gevoel. Alsof ik praat tegen mezelf en me afvraag wanneer de eerste bezoeker mijn gedachten binnenwandelt.
Komt nu het moment waarop ik me voorstel? Net twintig geworden. Wonend, levend, studerend in mijn eigen koninkrijk binnen de stad waar mijn school zich bevindt. Al drie absurd leuke maanden samen met Dot, mijn kleine en grote liefde. Kleine broer en mede-huis-uit-vluchter van Korneel. Gek op alles wat langer dan gisteren geleden is. Partner-in-crime van Julius, de overbuur. Peetvader van James en Joyce, twee voorlopig nog kleine katjes die de vuilbakken op m’n koertje als momentane biotoop hebben. Praatgraag. Linkse naïeveling.
Mmm… Ik bedenk of ik nog cruciale informatie vergeet. Anyway, die blogs hebben het voordeel dat ze altijd up te daten zijn. Aan te vullen. Hoe zegt men dat. De toekomstige lezer zal me nog leren kennen. Me adoreren. Me verachten. Hij zal me hoe dan ook ooit eens lezen, anders was hij geen lezer. Of zij.
Misschien is nu het aangewezen moment om deze post te beëindigen, voor ik mezelf verdrink in woorden… Welkom!
Reacties (2)
Reacties (3)
Reacties (3)